SCHRIJFACTIVITEITEN

We nodigen je graag uit om de vele publicaties te lezen en, liefst, van een commentaar te voorzien. De auteurs zijn er je dankbaar voor. Zelf meedoen aan een schrijfactiviteit is ook mogelijk en gratis!

RECENTE INZENDINGEN

  • RECENT

    Hier vind je altijd de recent gepubliceerde inzendingen. Klik hierboven op een van de tabs voor meer informatie.

  • Homoniem

    © Louisa Weijenbergh op . Geplaatst in SENRYU.
    Niet te voorkomen;
    Dubbele betekenis
    zal soms voorkomen
    Graag je feedback!
  • Doos

    © Sanne Van Engenland op . Geplaatst in POËZIE ALGEMEEN.
    Nee ik praat er niet over.
    Ik geef het geen plekje.
    Of stop het in een doosje.
    [Doos in mijn geval grote doos]
    Tijd heelt niet mijn wonden die zitten te diep.
    Ik ga voor de.
    Labiele kruipende intense pijn.
    Het zielloze gevoel van iet hier te zijn.
    Doelloos verdwaald verloren.
    Ik ben zo moe .
    Van het strijden dit  levensgevecht.
    Graag je feedback!
  • Kinderverdriet

    © Esther Goesinne op . Geplaatst in POËZIE ALGEMEEN.
    Het kleine meisje huilde,
    dikke tranen rolden over haar wangen.
    Want ze had haar pop verloren.
    En nu moest ze naar huis, en ze was
    ontroostbaar. Niets kon haar doen stoppen
    met wenen. Toen werd er aangebeld.
    "Dit popje lag voor uw voortuin, misschien
    van een kind van u?" De man gaf het popje
    aan de moeder het jurkje modderig en nat.
     
    Het kleine meisje stond op de trap, blij haar
    pop weer terug te zien. Het jurkje en pop werden
    gewassen en gedroogd, en het meisje sliep in,
    haar popje stevig vastgeklemd in haar handjes.
    De volgende ochtend werd ze wakker, de traantjes
    gedroogd, huppelde op straat, wie weet waarheen,
    met de pop in de ene hand.
     
    Later zul je andere tranen kennen.
    Anders als dit kinderverdriet.
    Ga maar lekker spelen en geniet van je vrijheid,
    en je onverantwoordelijkheden, later zal alles
    anders zijn. Een fijne jeugd wens je haar toe,
    ze blijft tenslotte niet altijd klein.
    Graag je feedback!
  • Terugdraaien

    © Esther Goesinne op . Geplaatst in SENRYU.
    Wat eens is geweest.
    Kan je niet terugdraaien.
    Laat gaan, laat los.
    Graag je feedback!
  • Uitvliegen

    © Esther Goesinne op . Geplaatst in HAIKU.
    Een nest met vogels.
    Ze beschermen hun jongen.
    Tot ze uitvliegen.
    Graag je feedback!
  • Buurman

    © Louisa Weijenbergh op . Geplaatst in SENRYU.
    Pissig zijn omdat
    Wij in de plassen stampen
    Wat een gezeik weer
    Graag je feedback!

OUDERE INZENDINGEN

  • Achter de elleboog

    © Eelco Visser op . Geplaatst in 55WOORDEN.

    De zwelling achter mijn elleboog is de laatste week fors toegenomen. Eerst dacht ik dat het een heel bijzonder neveneffect was van mijn nieuw aangeleerde hoesttechniek: hoesten in de elleboogholte. Nu is gebleken dat het om een slijmbeursontsteking gaat die ontstaan is door het gebruik van Langlaufstokken.  Coronapreventie kan blijven. Een meevallertje. 

    Graag je feedback!
  • Wandelend

    | Eduard Brand | KORT VERHAAL
    Dat het allemaal te snel gaat, zeurt ze. En voor je het weet, staat ze in je kamer, te klagen, over dat je het allemaal verkeerd doet, te snel, zonder aan haar te denken. 'Ben ik dan niet jouw leven?' vraagt ze regelmatig. 'Dat is toch waar het leven voor je om draait? Om mij?' Dan geef je je tevergeefs over, om haar te kussen, om je te verontschuldigen, al weet je niet eens waarvoor, en dan wandel je samen met haar het huis door naar de begane grond vanaf je slaapkamer, waar je net nog lekker een film aan het kijken was, om samen met haar te gaan wandelen, naar weet-ik-veel-waar.
     
    Als je dan eindelijk buitenstaat, nadat ze een uur heeft zitten twijfelen over haar schoenen, kom je erachter dat je je sleutels bent vergeten. En dat je de deur dus eigenlijk helemaal niet op slot hebt gedaan. Terwijl jullie midden in het park staan, arm in arm, hand in hand, schouder aan schouder, zoenend, knuffelend, in elkaars ogen verdwijnend, word je rood van de stress, omdat je haar moet gaan zeggen. Je moet zeggen. Dat je. Je moet zo snel mogelijk zeggen dat je zo snel mogelijk terug moet gaan omdat je je sleutels bent vergeten. Maar wat een onzin eigenlijk, want jullie zijn nu toch al te ver weg, en bovendien: wie wil er nu binnenkomen in dat lelijke krot van jullie?

    Je trekt je terug naar haar schouders en gaat verder. Samen met haar wandel je weg, op de weg.
     
    Ze zegt je dat het helemaal niet goed gaat met haar familie. Haar ouders. Ze schreeuwen iedere dag, via de telefoon, tegen elkaar, tegen haar, tegen haar broer, die ook nog eens gehandicapt is en in een rolstoel zit, waardoor hij sowieso de helft niet begrijpt, en de laatste tijd moet zij de meeste vrije tijd met hem doorbrengen, in plaats van met jou, maar jij - het maakt je niets uit. Dan heb jij tijd voor je film. Voor je andere bezigheden. Zonder dat zij er bij is en aandacht van je vraagt, en dat het nu eens een keer andersom is, dat haar broer aandacht van haar vraagt, in plaats van dat zij aandacht van jou vraagt, doet je goed. Lachend in dat tijdschrift zitten lezen waar je van haar eigenlijk helemaal niet van in mag lezen.
     
    'Weet je,' zegt ze, terwijl jij al oh nee denkt omdat je bang bent voor wat ze wil zeggen. 'Misschien...' De rest hoor je niet. Dat ze naar haar. Nee. Naar haar broer? Nu? Nee, niet nu. Jawel, nu. Je draait je van haar weg, vloekt naar de grond, en glimlacht weer naar haar.

    'Oké,' zeg je. 'Is goed.'

    Haar broer woont op de twaalfde verdieping van de flat verderop achter het park. Ernaartoe lopen is niet erg, denk je, daar gaat het niet om, en dus lopen jullie samen naar de flat van haar broer, terwijl ze nog even belt, voor de zekerheid, of hij wel thuis is. Je bent al opgelucht. Dat het toch niet zeker is dat jullie gaan, maar aan de andere kant, geschrokken, dat het wel zeker is dat jullie gaan als hij wel thuis is.
     
    'Telefoon weg, nu,' zeg je.
     
    'Waarom?' vraagt ze, terwijl je haar telefoon uit haar handen smijt - maar je doet het niet. Kalm aan. Rustig laat ze haar telefoon zakken - ze had het nummer nog niet ingetoetst - en ze stopt hem terug in haar tas. 'Wat is er nou?'

    Je zegt eerlijk dat je het niet wil, niet naar haar broer gaan, terwijl je nog nooit eerlijk tegen haar bent geweest. Maar waarom, vraagt ze zich dan af. Of je jaloers bent, vraagt ze. En je antwoordt 'ja', en ze begrijpt je.
    Graag je feedback!
  • Paul

    | Monique Moelard | KORT VERHAAL
    Ik was m'n sleutels kwijt. Ik heb geen idee waar ik ze gelaten kan hebben, maar ik weet wel dat ik nu niet naar Paul toe kan. En waar is m'n telefoon? Misschien kan ik z'n vader opbellen. Er is altijd een kans dat hij eerder thuis komt of het kantoor kan verlaten om mij in het huis te laten. Ik moet bij Paul zijn en Paul verwacht me. Hopelijk wacht hij op mij.

    Tranen lopen over mijn gezicht. Die verdomde sleutels!

    Paul's vader maakt zich zorgen over me. Ik zou niet zoveel tijd moeten spenderen met zijn zoon. Hij verteld me dat ik een leven moet hebben naast Paul. Maar er is geen leven naast Paul. Ik moet zijn vader bellen. "Paul snapt het wel als je niet kunt komen." Maar wat als hij zonder mij weg gaat? Zonder dat ik bij hem ben? Ik zou niet weten waar ik hem zou kunnen vinden. Ik ben m'n sleutels ook al verloren. Wat als ik Paul ook verlies?

    "Hij weet niet dat ik niet kan komen omdat ik het hem niet vertellen kan." De man aan de andere kant zucht. Ik huil weer. Deze keer kan hij het horen. Ik ben bang. Bang voor een leven zonder Paul. Ik schud m'n hoofd om deze gedachten te laten verdwijnen. "Je zou eens een pauze moeten nemen," dat is het laatste wat ik wil horen als het op Paul aankomt. "Een pauze?" Ik snik het uit. Hoe kan ik een pauze nemen als Paul dat niet kan? Ooit? "Ik heb hem beloofd er dag in dag uit voor hem te zijn. Regen of zonneschijn. Het maakt hem aan het lachen als ik hem dat vertel. Hij verteld me dat hij eenzaam is als er niemand is om mee te praten of naar te luisteren. Ik heb deze verantwoording op me genomen. Ik moet er zijn."

    En weer zucht z'n vader. "Dit heeft niets meer te maken met verantwoording." Hij heeft gelijk en ik wil het niet horen. Maar hij heeft gelijk. "Kunt u me in het huis laten?" Ik wil er niet meer dieper op in gaan. Ik ben al een wrak. Ik voel me als een kwal wachtend om dood te gaan op het droge zand. De oceaan is zo dichtbij maar ik heb geen armen of benen om er te komen. Dus droog ik op. En sterf. "Ik kan er in een half uur zijn." Zonder verder iets hang ik op.

    Eindelijk is zijn vader er. Ik probeer geen geluid te maken bij het huis, wil Paul niet ongerust maken. Zijn vader kijkt me vreemd aan. "Ik snap jou niet." "U bent niet de enige, meneer. Al wat ik weet is dat ik bij uw zoon wil zijn." Hij opent de deur en loopt weer naar de auto. "U gaat niet mee?" Ik vraag het uit beleefdheid en hoop dat hij nee zegt. Hij schudt zijn hoofd en laat me alleen bij het huis.

    "Hey vreemdeling!" Ik hoor de lach in z'n stem. Godzijdank, hij is er nog.

    "Daar ben je. Je bent laat!" "Ik ben m'n sleutels verloren." "Jij verliest altijd alles." Ik wil niet huilen maar het heeft geen nut te vechten tegen de tranen. Paul slaat één van z'n magere armen om me heen. "Shhh, ik weet het." "Ik haat je," fluister ik. "Ik weet het," en hij kust me op m'n hoofd "Ik haat jou ook. Ik wou dat ík m'n sleutels kon verliezen." Ik lig met m'n hoofd op z'n borstkas. Ik wil hem nooit laten gaan.

    Ik wil wat drinken.

    "Wil je koffie?" Paul schudt zijn hoofd. "Nee, mijn haar wordt rood als ik er teveel van drink." Hij lacht als hij over zijn kale hoofd wrijft. Ik lach naar hem. Goeie God, wat is hij mooi. Hij lijkt op een sneeuwengel met z'n witte huid. "Je zult een prachtige engel zijn." "Denk niet dat de hemel me wil. Ik ben te koppig om er welkom te zijn. Ik maak alleen maar problemen." Ik snuif een keer en dank God dat Hij Paul naar me stuurde.

    "Hoe komt het dat je je sleutels bent verloren?" Ik trek m'n schouders op. "Weetniet. Ik ben al m'n sleutels verloren. De enige sleutel die ik nog in mijn tas had was de sleutel van m'n fiets. Gelukkig hoefde ik niet helemaal hier naar toe te lopen." Paul haalt een bos sleutels onder z'n kussen vandaan. "Zoek je deze?" Hij glimlacht van oor tot oor nu. "Krijg nou wat..." "Je had ze hier laten liggen. Ik geloof dat dit je huissleutels zijn? En de sleutels van je ouders' huis en van dit huis?" Ik buig m'n hoofd van schaamte. Daar ga ik met m'n verantwoording.

    Ik ga kopieën laten maken van al m'n sleutels. En van Paul's huis maak ik er wat meer en leg er één bij m'n ouders thuis, één in de schuur waar m'n fiets normaalgesproken staat. Eén in mijn broekzak. Dit overkomt me nooit weer.

    ~~~~~~~~~~~~~~~~~

    Op zoek naar een baan stuitte ik op een advertentie van één of ander buddy systeem. Het was voor mensen met terminale ziektes. Kanker en Aids voornamelijk. Patiënten die geen kans hadden om beter te worden. Met families die niet er niet altijd konden zijn voor hen om welke reden dan ook.

    "Soms kan de familie het gewoon niet meer aan. Soms verteld de patient hen om te gaan en hun eigen leven te leiden. En soms hebben ze helemaal geen familie, tenminste geen die naar hen omkijkt." Ik vond dat erg triest. Wanneer je ziek bent zou je het fijn vinden om mensen als familie en vrienden om je heen te hebben. Vooral mensen die je je hele leven al kent. Dus met die achterliggende gedachte besloot ik lid te worden van deze organisatie en iemands 'familielid' te worden.

    Toen ze me introduceerden bij de familie Mandrick wist ik niet waar ik moest beginnen. Ik had dit nog nooit gedaan maar wilde niet te dom en klungelig overkomen. Clarice en Robert leken me liefhebbende ouders. Maar beiden met full time banen en een tweede hypotheek, dus stonden ze met hun ruggen tegen de muur als het op het verzorgen van hun zoon aankwam. Een paar keer per dag kwam een verpleegster langs, maar hij had iemand nodig voor gewoon contact.

    Net 2 jaar geleden ontdekte een dokter per ongeluk Paul's kanker. In eerste instantie leek het mee te vallen, maar de kanker groeide als een razende. Het vond z'n weg in Paul's lichaam in een korte tijd.

    Paul was normaalgesproken erg sportief en maakte vaak grappen. Hij was een bekend iemand op iedere school waar hij kwam. Bekend om z'n persoonlijkheid. De leraren konden z'n gedrag niet altijd waarderen, maar hij had een goed hart en stond altijd klaar om te helpen als het nodig was.

    Zijn moeder huilde toen z'n vader me dit gedeelte van zijn zoon's leven vertelde. Ik kon niet geloven wat ik hoorde toen ik Paul in zijn bed zag liggen. Het was 2 jaar sinds de prognose van de dokter. In die 2 jaar was de levendige jongen veranderd in een bleek, mager mens met een kaal hoofd. Als iemand me verteld had dat hij van een andere planeet kwam, zou ik het geloven.

    Er waren nog 2 kinderen in het gezin, een zoon en een dochter. Zij waren een stuk jonger dan Paul, dus was het geen optie dat zij met Paul praatten of naar hem luisterden of naar hem om zouden kijken.

    In het begin konden we totaal niet met elkaar opschieten. Hij vond het stom om een vreemde om zich heen te hebben en dat liet hij me weten ook. Niet één keer noemde hij me bij m'n naam. Hij zou het nooit nalaten me Vreemdeling te noemen. Maar er was niets wat hij er tegen kon doen. Hij kon niet uit z'n bed komen en dat vertelde ik hem dan ook als hij weer gemeen was op welke manier dan ook.

    Ik had dit op me genomen, de organisatie had me dit gegeven en rekende op me en ook z'n ouders. Ik wilde ze niet in de steek laten, maar er waren momenten dat ik dacht het niet langer aan te kunnen. Wat een verantwoordelijkheid om te hebben. De jongen kon zo koppig en eigenwijs zijn. Ik zou niet weten wat ik zou doen als hij niet zo ziek was geweest. "Ik wil je slaan," z'n ogen gloeiden als vuur. "Anders ik jou wel," alsof ik dat ooit zou doen.

    De dag van de doorbraak was toen ik een bord tegen de keukendeur opgooide. We hadden weer eens één van onze stomme woordenwisselingen. Iets in de trent van welke kleur gras heeft. Ik zei groen en hij zei blauw. En hij was er van overtuigd gelijk te hebben. Het ging maar door. Tot ik een bord pakte van het aanrecht en dat tegen de deur opgooide. Paul begon te lachen en bleef lachen. Hij kon gewoonweg niet stoppen. En dat maakte mij ook aan het lachen. Paul greep naar z'n buik met beide handen. Ik kon niet meer rechtop staan van het lachen.

    We wisten echt niet wat er nu zo grappig was aan de situatie. Het bord was kapot en er zat een deuk in de houten keukendeur, maar we konden niet stoppen met lachen tot we beiden huilden. Hij stak z'n armen naar me uit. Ik sloeg mijn armen om hem heen en we huilden samen niet wetende wat dit teweeg had gebracht.

    Vanaf dat moment was niets meer het zelfde. We deden van alles wat vrienden doen wanneer ze samen zijn. Maar toen veranderde er iets. Ik werd verliefd op hem. En hij werd een verslaving.

    Tot de dag dat ik m'n sleutels verloor had ik het zelf niet in de gaten. Ik spendeerde simpelweg meer tijd met Paul. Wilde hem iedere dag zien. Zei zelfs tegen de verpleegster dat ik hem zou wassen. Eerst zei ze dat het haar werk was, maar ik overtuigde haar dat ik het haar al zo vaak had zien doen, het was geen probleem. En intussen kon zij andere dingen doen. "Nou, als Paul het niet erg vindt." Paul en ik waren intiem wat dat betrof, hij hoefde er geen 2 keer over na te denken, knikte en maakte dat mijn hart een sprongetje maakte van blijdschap.

    En zo waste ik hem iedere dag. En raakte zijn prachtige magere, witte lichaam aan. We grapten soms. "Zal ik je haar wassen?" "Blijf van m'n haar af!" was zijn gewoonlijke reactie. Of ik vertelde hem dat hij te dik was. "Ik zal jou eens op dieet zetten, meneertje!"

    Ik was zo gelukkig bij hem. Zijn ouders wisten dat ik gevoelens had voor hem. Op een dag vertelde z'n vader me dat het hem opviel hoe ik naar zijn zoon keek en de manier waarop ik z'n arm aanraakte of zijn hoofd. "Het zijn die kleine dingen. Ik mag dan een oude man zijn maar zelfs ik zie het." Ik ontkende het altijd. Maar toen verloor ik mijn sleutels en werd hysterisch. Dát was het moment dat het tot me doordrong.

    ~~~~~~~~~~~~

    Het regende verschrikkelijk op de dag van de begrafenis. Ik zag mensen die ik niet kende. En daar was Paul. Hij zag er fantastisch uit. Het pak wat hij droeg was iets te groot, maar hij zag er erg knap uit. Zijn familie was er, en mijn familie. En er waren een heleboel bloemen. Meest witte. Dat zag er erg mooi uit. Ik droeg iets fatsoenlijks. Ik let er normaalgesproken niet zo op wat ik draag, maar m'n moeder had dit uitgezocht voor me. Ze zei dat het me goed zou staan en toen ik aangekleed was huilde ze.

    Er was niets aan de hand een paar dagen hiervoor. Ik stapte op m'n fiets om naar Paul te gaan toen een vrachtwagenchauffeur me te laat zag. Ik kon niet snel genoeg wegkomen en hij kon niet snel genoeg wegdraaien. Het gebeurde voor Paul's huis. Het eerste wat ik zag toen op straat lag waren Paul's ogen. Mijn ogen corrigeerden zich wat en ik zag dat het niet Paul was, maar z'n vader. "Jullie ogen zijn het zelfde," fluisterde ik. Ik had het zo koud. Ik rilde. Paul's vader legde z'n jas over me heen. Zijn hand lag onder m'n hoofd zodat het niet op het beton lag.

    Ik hoorde de sirenes dichterbij komen. "Kunt u Paul vertellen dat ik van hem hou?" "Vertel het hem zelf maar als je zover opgeknapt bent dat je hem kunt bezoeken." Ik keek vragend naar hem. Zag hij dan niet dat ik stervende was? "Ik ga het niet redden." Weer een fluister, "Het is beter zo." "Ik zal 't hem zeggen." Het viel me op dat de lucht helemaal blauw was. Er was geen wolkje te zien. De geluiden van het verkeer en de mensen rondom ons vervaagden. "Ik heb het niet koud meer." Ik vraag me of iemand het hoorde.
    Graag je feedback!
  • 2020

    | Louisa Weijenbergh
    Afgelopen jaar
    kan gestolen worden maar
    trek tóch de deur dicht
    Graag je feedback!
  • Eenling

    | Ineke Dijkhuis
    de getemde
    eenling
    geboeid
    door regels 
    Is slechts
    in gedachten
    volledig vrij
     
    Graag je feedback!
  • Oma

    | Sylvia Schalken
    Al ruim twee jaar ben ik een soort oma: een bonusoma kun je wellicht beter zeggen. Want waar ik – door de afwezigheid van kinderen – nooit het genoegen van eigen kleinkinderen zal meemaken, is er toch een klein jochie dat mij vol overtuiging ‘oma’ noemt. En hij mag dat en ik geniet! Maar dat wil niet zeggen dat iedereen mij zomaar ‘oma’ mag noemen. Ben je nou helemaal gek?
    Het voelde dan ook écht als een belediging toen ik laatst tijdens mijn trainingsrondje op de fiets door een jonge vader als ‘oma’ werd aangeduid. Het kwam zo:
     
    Ik zat op mijn racefiets en had er lekker het tempo in. In mijn kekke fietspakje en voortjakkerend op mijn flitsende Merida voelde ik mij eerder een jonge meid dan een zestig-plusser. Mijn grijze krullen zaten goed verstopt onder mijn fluoriserend groene, aerodynamische helm. Deze beschrijving is belangrijk om jullie even een goed beeld te geven van de dynamiek waarin ik mijzelf waande.
     
    In de verte zag ik mensen midden op het fietspad staan. Gebeurt wel vaker, maar over het algemeen zijn het dan uitgebreid-kletsende-vriendinnen of nadrukkelijk-om-zich-heen-kijkende-ANWB-stelletjes en soms zelfs hele families die abrupt stil gaan staan tijdens het jaarlijks uitje.
     
    Maar deze keer ging het om een jonge vader en zijn zoontje van een jaar of drie. De vader stond met de fiets aan de hand aan de ene kant van het pad; het kind met een mokkend gezicht en de armpjes strak gekruist aan het andere kant van het pad. En in plaats van dat de vader naar het jochie toe ging, stond hij alleen maar luid te roepen. Ondertussen heftig gebarend dat het manneke op zijn fietsje over het drukke fietspad naar hém toe moest komen. Niet echt slim, als je het mij vraag. Dus gaf ik op tijd en hard een belletje.
     
    Maar de vader keek niet op of om en ging onverminderd door met roepen en gebaren. En dus moest ik vol in de remmen om het kleine joch te ontwijken. “Maar goed dat die oma zo hard kan remmen”, riep de sukkel nog naar zijn zoon. En een gigantische sukkel was het. Want waar zijn kind gered was, lag mijn ‘verheerlijkte zelfbeeld’ compleet aan diggelen. Nou ja… voor even dan.
    Graag je feedback!
  • Mama's wensen

    | Janneke De Leeuw van Weenen
    Mijn dochter is voor mij een heerlijk excuus om van die leuke dingen te doen of te kopen die ik vroeger niet gedaan of gekocht heb. Begrijp me goed hoor, ik heb het goed gehad als kind. Maar er zijn toch natuurlijk wensen onvervuld gebleven, om wat voor reden dan ook.

    Ik had grote verwachtingen van wat er allemaal achter de deurtjes van een adventskalender zou kunnen zitten, want ik kreeg er nooit één. Eerlijk gezegd valt het behoorlijk tegen, nu we er elk jaar één kopen. Hoewel de huidige van de Lego toch wel heel leuk is, voor mijn dochter natuurlijk... Ik mag meekijken door haar microscoop en telescoop, plof in haar zitzak en samen hebben we al van alles en nog wat in elkaar geknutseld.

    Natuurlijk had ik deze dingen ook kunnen doen toen zij nog niet geboren was. Maar serieus? Als volwassene zonder kind een speelgoedkeuken in elkaar knutselen van kartonnen dozen, met lego spelen, muziek maken op dingen die je in huis vindt?

    Vandaag is een volgende wens vervuld, van mijn dochter natuurlijk, want zij wilde dit al heel lang. Nou ja, misschien niet zo heel erg lang, maar ze had er een filmpje van gezien en het leek haar erg leuk. We hebben een koekhuisje gemaakt.

    Ooit eens lang geleden heb ik tijdens een bezoek aan de Efteling van mijn spaargeld een papieren huisje van Hans en Grietje gekocht. Jarenlang heeft het op mijn kamer gestaan en ik heb er maar wat naar verlangd zoiets eens in het echt te bezitten. Wij kregen lang zo veel snoep niet als de meeste kinderen tegenwoordig en ik was  wel een behoorlijke snoeperd. Een huisje dat je echt op kunt eten, een droom!

    Het huisje moest van speculaas zijn, had dochter besloten. Mij leek taai taai deeg een stuk minder breekbaar en daar heb je hier in Hongarije ook goede recepten voor, maar dat bestond niet. In het filmpje van Het Klokhuis gebruikten ze speculaas, dus dat gingen wij ook doen.

    Maandag hebben we van karton een mal gemaakt en die vervolgens uit plastic geknipt. Mijn meisje vond de mallen al zo leuk, dat zij ze in elkaar heeft geplakt tot een kartonnen huisje, als een soort voorproefje.

    Dinsdag hebben we speculaas gebakken. Natuurlijk braken er een paar stukken. Manlief stelde voor om het maar vast op te eten en dan nog eens te proberen, maar we gaven niet op.

    Woensdag, dat is vandaag, is het kunstwerk geboren. Wat was het leuk om te doen! Wie er meer van genoten heeft, moeder of dochter, kan ik niet vertellen. Weer zo een oude wens vervuld!

    Toch merkte ik aan het eind dat het volwassen worden enigszins gelukt is.

    Terwijl ik het huisje nog stond te bewonderen, kwam de serieuze vraag van mijn dochter: “Mag ik een stukje proeven?” Hoe haalt zo een kind dat toch in haar hoofd? Dus at ze nog maar een spekje na alle versieringen en suikerglazuur die voor het gebruik echt even geproefd moesten worden. Want dat huisje opeten.... Daar zou ik vroeger misschien van gedroomd hebben, maar nu vind ik het toch echt zonde hoor.

    Koekhuisje

    Graag je feedback!