Klik hieronder op een van de mogelijkheden.

Twee reuzen

Rutte is geen Thorbecke, Thorbecke is geen Napoleon, Napoleon is geen Mandela, die - eenmaal aan de macht – zijn vijanden met meedogen bejegende. De tijd vergeelt, verdunt, wist, vergeet. De eeuwen vergeten de eeuwen. Wie was Salomé ook weer? En Zarah Leander? En Marlene Dietrich? En Madonna? En Beyoncé?
Van de twintigste eeuw onthouden we Hitler en Stalin, reusachtige misdadigers. Maar James Joyce  bouwde met Ulysses in een tijd van drukte en massacultuur in stilte en enigheid de kathedraal van zijn eeuw. Naast die van Gaudi. Daarnaast rijzen nog een paar dorpskathedralen.
Maar wat met de wetenschap, de moeder van de technologie en de economie, die welvaart brachten  en die ieder van ons rijker (en gelukkiger?) maken dan de grootste heersers, rijker dan Keizer Karel, de vorst van ooit het grootste rijk ter wereld?
De reuzen van de twintigste-eeuwse wetenschap zijn Albert Einstein en Kurt Gödel. Hun beeltenis is gebeiteld in de rots van de menselijke geschiedenis.
Einstein kennen we genoegzaam met zijn breedharige kop en zijn onbegrijpbare theorie. Gödel kent (momenteel) niemand (buiten een paar wiskundige zonderlingen en ikzelf).
Toen God uit de hemel was verdreven, leek hij ons zijn taal (de wiskunde) te hebben nagelaten. Onbetwijfelbaar toch dat twee plus twee vier is. Zo lijkt het leven nog zekerheden te bieden, zelfs met QAnon en de virusbezweerders in deze tijd. En dan te bedenken dat de wiskunde de taal is van de wetenschap (onbetwijfelbaar, verzekerd, een boot die nooit zinkt). Spreekt daar niet de nieuwe God?
Maar op ingenieuze wijze wist Kurt Gödel met een variant op de leugenaarsparadox (een Nederlander zegt dat alle Nederlanders liegen) te bewijzen dat de rekenkunde niet consistent was: als a=a, dan alleen als a≠a. In mensentaal: als de wereld rond is, kan dat alleen door niet-rond te zijn.
Nu was zelfs God uitgerekend. De taal van God werd die van mensen. Net zoals Einstein de wereld ontnomen had aan God en geschonken aan de mensen: je kent de wereld door hem te meten in dimensies.
De jaren dertig. Oostenrijk was bezet door de nazi’s. In Wenen werd Schlick vermoord, de leider van de wetenschapsfilosofen (de waarheid was een gevaar voor het fascisme). In het westen was de oceaan versperd. Over Siberië en Vladivostok bereikte Gödel Amerika. Amerikanen hadden een neus voor de wetenschapslui die hun de Hiroshimabom zouden schenken. Princeton haalde hem binnen als een coryfee. Oud geworden  wandelde hij daar nu naast Einstein, de twee reuzen van de moderne tijd.

© Eric Deprez op .

Enthousiast over deze inzending? Deel je enthousiasme op sociale media m.b.v. onderstaande buttons.

Reacties:

Iedere bezoeker kan een reactie geven! Schrijvers stellen je tips en opmerkingen op prijs. Wil je automatisch een bericht ontvangen bij een reactie? Klik op de + boven de reacties.