Voor schrijvers, door schrijvers

Cursiefje

Bij cursiefjes verwachten wij een korte tekst, vaak geschreven in de ik-vorm, met gebruik van eenvoudige taal, die echter door de taalhumor vaak verrassend en origineel wordt. Het cursiefje vertelt iets over de dagelijkse realiteit, waarmee verbeeldingselementen worden vermengd, heeft een humoristisch-luchtige toon, vaak gecombineerd met een droefgeestige ondertoon, relativeert de realiteit en verzacht de problemen. 

97 Hits

Publicatie op:
Metusalem

Afgeleefd zijg ik neer aan tafel. Bijna 19:00. Drukke dag geweest. Even het nieuws checken op mijn smartphone, want dat vind ik veel minder vermoeiend dan het televisiejournaal.

‘Ha die pap!’ Jongste dochter. Ze wrijft in het voorbijgaan vluchtig over mijn pijnlijke rug. Grimas van mijnentwege. Merkt ze niet op. Haar grijsblauwe kijkers zijn gefocust op haar tablet. Voor ik het weet ben ik omgeven door mijn vier nakomelingen, elk met meegesleepte en blijkbaar meeslepende multimediatoestellen binnen handbereik. Moderne gezelligheid is samen kijken naar je eigen schermpje. Soms zet de vooruitgang grote stappen achteruit.

Eigen smartphone af. Mijn verstand neemt sowieso niks meer op in deze kakofonische omstandigheden. Laptop, twee tablets en een smartphone, veel koppiger en roezemoezeriger dan de mijne. Vier verschillende volumevariaties. Veel te veel. Ik word gek. En oud. Zo oud als Metusalem.

Metusalem duikt regelmatig op in mijn vocabularium. Bij het aanschouwen van mezelf in de spiegel na een fikse wandeling of na een ravotpartijtje met hond en/of kinderen bijvoorbeeld. Of tijdens het opruimen van mijn kleerkast vorige week, toen ik helemaal onderaan mijn hoop truien een uitgerafeld, op een juten aardappelzak lijkende pullover terugvond die voor het laatst gedragen werd tijdens de laatste winterprikjes van het vorige millennium.

Metusalem heeft dat millennium net niet gehaald qua leeftijd. Wel staat hij, als je de Hebreeuwse bijbel letterlijk neemt, met z’n 969 geleefde jaren in het officieuze Guinness Book of Records te pronken als oudste mens aller tijden, op de voet gevolgd door Noah en Adam, met langjarige gemiddelden (ik weet dat ik de term verkeerd gebruik, maar ik vind ‘m hier zo leuk staan) van om en bij de 950 en 930. Ongelooflijk fantasierijk, die bijbel. Op het ridicule af. Als ik een paar duizend jaar eerder had geleefd, was ik allicht bijbelschrijver geworden. Verder dan mijn veel te wansmakelijke en bijgevolg in de papiermand belande pikante parabel ‘Kloot en de bijbal’ ben ik jammer genoeg nooit geraakt.

Even naar de kinderen kijken. Ze schermen zich nog steeds af achter hun schlemielige schermpjes en hun banale beeldjes. Ik bid bijna dat dat starre staren hun verbeeldingskracht nooit zal verstoren.

Metusalem was een herder. Hij had een grote. Een staf bedoel ik dan, geen hoger personeel of management, maar een soort wandelstok. Hij leidde kundig een kudde van 12000 schapen en kende elk lam en meer volwassen mekkerend exemplaar bij naam. Buitengewone eetgewoonten had hij evenzeer. Zo at hij elke dag 12 grote kommen groentesoep en bij de laatste dagschotel knabbelde hij dagelijks een klein stukje van zijn herdersstaf af. Dat was immers een erg uit de kluiten gewassen soepstengel. Elke dag werd die een miniem stukje kleiner. Hoe ouder hij werd, hoe krommer hij routinematig ging lopen, vanwege zijn ingekorte wandelstok, die uiteindelijk een minuscuul stokje werd, waardoor hij op een dag van zijn stokje ging, zijn hoofd stootte aan een puntige rots en op dramatische wijze stierf aan een ingewikkelde schedelfractuur, al werd dat in die tijd niet nader gespecifieerd of medisch behandeld en zelfs niet ‘in verband gebracht’ met zijn val. Zoals gezegd: ik had bijbelschrijver moeten worden.

Auw! Pijnscheut in mijn onderrug. Nooit had ik zo zwierig en fluks met die zware zakken potgrond mogen zeulen daarstraks. Gewoon, omdat de buurman meekeek. Hoe dom kan je zijn?

‘Papa, ken je Céline Dept?’ vraagt een van mijn dochters plots, net na het toppunt van mijn lijden.

‘Is dat een verpleegster? Dept ze wonden?’ Gokken en humormixen is altijd beter dan de onwetende uithangen, al is het half kermend.

Zelfs geen lachje. ‘Nee, papa! Dommie! Dat is een vlogster. Ze maakt keileuke filmpjes, samen met Michiel.’

‘Heeft Céline eigenlijk al kinderen?’ vraagt Brent, mijn jongste zoon, die haar blijkbaar ook lijkt te kennen.

‘Céline? Nee, joh. Ben je gek? Ze is niet eens getrouwd!’ antwoordt Larissa.

‘Dat heeft toch totaal geen belang,’ zegt Wout, ‘je hoeft helemaal niet getrouwd te zijn om kinderen te hebben. Dat is alleen van belang voor hardcore christenen.’

Brent schiet in een lachbui. ‘Hardcore!’ schatert hij, en stopt dan weer om mij glunderend aan te kijken en driemaal kort zijn wenkbrauwen op te trekken. Daarna buldert hij nog even verder.

Mijn mond staat open.

‘Papa,’ roept Yalinka, mijn jongste dochter, in een geslaagde poging om Brents gegier te overtreffen en mij amper een adempauze gunnend, ‘hoe zouden jullie mij eigenlijk genoemd hebben als ik een jongen was geweest?’

Naar waarheid antwoord ik na enkele seconden bedenktijd: ‘Waarschijnlijk Quint. Waarom?’

‘Quint? Tof! Gewoon, om een idee te hebben als ik later zou beslissen om transgender te worden.’

Ik voel me écht zo oud als Metusalem, de hardcore christen. Doodmoe, al vrees ik dat ik straks ook ongeveer 12000 schaapjes zal moeten tellen om de slaap te kunnen vatten.

 
Noot van de schrijver: Ik ontvang graag feedback

Feedback voor schrijfactiviteiten

Review voor: "Metusalem"

18.04.21
Feedback:
Met een glimlach gelezen. Leuk.
  • Schrijfkwaliteit
    4/5
Show more
0 van de 0 lezers vond deze review nuttig