SCHRIJFACTIVITEIT: CURSIEFJE

Bij een cursiefje verwachten wij een korte tekst, vaak geschreven in de ik-vorm, met gebruik van eenvoudige taal, die echter door de taalhumor vaak verrassend en origineel wordt. Het cursiefje vertelt iets over de dagelijkse realiteit, waarmee verbeeldingselementen worden vermengd, heeft een humoristisch-luchtige toon, vaak gecombineerd met een droefgeestige ondertoon. Maximaal 750 woorden.

Klik voor meer schrijfactiviteiten in het menu op SCHRIJFACTIVITEITEN.

Uwe

Publicatie: | Lieven Vandekerckhove

Uwe heeft korte beentjes, die als twee spijlen onder zijn halflange broek uitsteken. Zijn haar is asymmetrisch gekamd. Rechts ligt het tegen zijn slaap geplakt, links staat een grijzende kuif stijf naar boven geborsteld - het ventje wordt er gelukkig een beetje groter door. Altijd gehaast, hipt hij met kleine pasjes door het strandhotelletje dat zijn oude moeder runt in een uithoek van Duitslands grootste eiland, Rügen. Een kranige dame van boven de tachtig, die nog  elke dag present is en de touwtjes alert in de hand houdt.

            ‘Zelf ben ik vijfenzeventig jaar,’ beweerde hij schalks toen ik één van de eerste dagen van ons verblijf de gelegenheid vond om hem eens aan te spreken. Terwijl hij dat zei, neigde hij zijn hoofd wat naar beneden, sperde zijn ogen boven zijn brillenglazen uit, en tastte zo neutraal mogelijk af of ik dat wel voor evangelische waarheid hield. Maar zijn haring bakte niet, en toen hij dat merkte, zei hij al lachend dat hij de cijfers maar eens  omgekeerd had. Oh, dacht ik, hij kan rekenen. Toegegeven, met reuzen en dwergen geconfronteerd kan ik maar moeilijk allerlei vooroordelen onderdrukken.

            Tijdens de middag- en avonddrukte, als alle toeristen op hetzelfde moment hun bord subito presto gevuld willen zien, is het alle hens aan dek in het hotelletje. Dan wordt ook Uwe ingeschakeld in het restaurantgebeuren. Niet erg publiek weliswaar, hij wordt door zijn moeder bijna stiekem achter de tapkast geparkeerd, waar zijn witgrijze kuif nog net bovenuit steekt. Daar tapt hij elke middag en elke avond de glazen vol. Het kost hem wat moeite om daarbij het debiet te controleren, zodat het voor ieder glas drie, vier rondes vraagt vooraleer hij het juiste kraagje schuim geplaatst krijgt. Of het bedrijfje veel winst tapt achter de tapkast, is dus twijfelachtig. Er vloeit telkens nogal wat van het sapje over de rand van het glas heen. Of zou dat bier weer in het vat vloeien? De circulaire economie, nietwaar? Uwe maakt er zich geen zorgen over.

            Als er niet direct aanvoer gevraagd wordt vanuit de zaal, spoelt hij de glazen. Dat doet hij heel nauwkeurig. Hij drukt telkens drie keer het glas over een borsteltje in de spoelbak,  wringt daarna zijn handdoek tot diep in het glas, draait er enkele keren mee, en houdt het glas dan met kritische blik tegen het licht om er zich van te vergewissen of hij de norm haalt die moeder hem heeft voorgehouden. Doorgaans is het niet van de eerste keer naar zijn zin, en zeker niet naar moeders zin. Hij perst er dus nog maar een paar keren de handdoek in. Maar goed dat hij niet op de personeelslijst staat, en voor zijn aandeel in het werk dus niet hoeft betaald te worden. Hij heeft kost en inwoon bij zijn ouders, die wat verder in de straat huizen, zodat het hotelletje zelf maximale exploitatieruimte heeft.

            Wat Uwe wél als een volwaardige bedrijfsleider onder zijn hoede heeft, is het verhuren van fietsen. Daarvoor heeft moeder jaren geleden een tiental fietsen gekocht, waarschijnlijk toen al tweedehands naargelang ze die kon vinden, want er zijn geen twee gelijke bij. Gestald in een houten barakje opzij van het hotel wachten deze fietsen op niet al te kieskeurige klanten. Wie op wat méér fietscomfort of wat méér esthetiek staat dan Uwe kan bieden, vindt verder in het dorp zijn gading. Maar wie voor een zacht prijsje wil fietsen, en toch al geen kilometervreter meer is, kan best bij Uwe terecht. Dan dribbelt hij de fietser vóór naar de stalplaats, waar niet zelden het hele gamma nog werkeloos op klandizie wacht, en laat je de voorraad keuren.

            De eerste keer dat we van Uwe’s service gebruik gemaakt hadden, stelden we bij onze terugkeer vast dat we het fietsslot niet meer bij hadden.

            ‘Dat is dan dertig euro’, zei Uwe.

            ‘Dertig euro?’

            ‘Dertig euro. Tweemaal vijf euro voor de huur en twintig euro voor het slot.’

            ‘Kom nu, Uwe, twintig euro voor zo een oud, eenvoudig ding?’

Hij bekeek mij weer boven zijn brillenglazen uit, en zweeg. Dan boog hij zich over de open  geldbeurs in mijn hand, morrelde er wat in, en gapte er een briefje van twintig uit. Hij knikte enkele keren snel na elkaar en lachte, als teken dat de rekening daarmee vereffend was.

            Vóór de zon tegen tienen ondergaat, loopt Uwe elke dag met de hond nog eens naar het strand dat langs een klein wegje vanuit de tuin van het hotel in een paar minuten te bereiken is. Ook nogal wat hotelgasten vinden bij een wolkeloze hemel dat wegje naar de zee om het schitterende kleurenspel van de natuur bij zonsondergang gade te slaan. Maar daarop let Uwe al niet meer - wolken of géén wolken, hij laat de hond uit. Op zo een avond ontmoetten we elkaar langs dat wegeltje, en knoopten nog eens een gesprek aan. We leerden dat hij ongehuwd was (‘Ik heb het gepaste dekseltje nog niet gevonden’) en dat hij ‘zu D.D.R.-Zeiten’ (toen Rügen dus nog in de Deutsche Demokratische Republik lag) spoorwegarbeider was geweest.

            ‘Was dat zware arbeid, Uwe?’

Hij antwoordde met een sprekend gebaar: hij hief zijn arm opzij, maakte een vuist, en trok die traag naar zich toe om zijn spierbal te laten rollen - die evenwel veilig onder zijn hemdsmouw verborgen bleef.

            ‘Ik ben worstelaar geweest,’ lachte hij, en meteen sprong hij met gesloten vuisten vóór zijn gezicht in spreidstand, als een bokser die in verdediging gaat. Is hij nu worstelaar of bokser geweest, vroeg ik mij af.

            ‘Echt, Uwe?’

            ‘Ja zeker! Mijn broer ook. Die is zevenvoudig wereldkampioen geweest. Ik niet, maar hij wel.’

            ‘Zeven keer, Uwe?

            ‘Zeven keer.’

Van een wereldkampioenschap worstelen had ik nog nooit gehoord. Ik zal straks eens googlen, nam ik me voor.

            Hij hief zijn T-shirt wat omhoog, en toonde ons een apparaatje dat hij om zijn broeksriem had vastgemaakt.

            ‘Als ze me oproepen, moet ik er snel van door.’

Weer keek hij ons boven zijn brillenglazen aan zonder een woord uitleg te geven. Het plezierde hem duidelijk ons een tijdje in onwetendheid te laten. Tot hij pochte: ‘De brandweer.’  Méér dan ‘oh’ kreeg ik niet gezegd, en zelf gaf hij geen verdere toelichting. Ik kon niet verhinderen dat mijn verbeelding de onheuse toer op ging, en dat ik het manneke dat vóór mij stond met een veel te zware helm over zijn kuif op de grote ladder zag naar boven spurten. Maar ik corrigeerde me snel, en zag in hem het manusje-van-alles, dat net zo onmisbaar als elke andere pompier kon ingezet worden voor alle mogelijke klusjes die bij de operaties komen kijken. Zoals hij dat in moeders hotel ook was.  

             Met militaire groet nam hij afscheid,  en trippelde met de hond aan de leiband terug naar het hotel. We keken hem een eindweegs achterna, maar hij keerde zich niet meer om. Als ik nu eens een stukje schreef over Uwe, dacht ik, dan zal ik hem zeker nooit meer vergeten.

Enthousiast over deze inzending? Deel je enthousiasme op sociale media m.b.v. onderstaande buttons.

Reacties:

Iedere bezoeker (lid zijn is niet noodzakelijk) kan een reactie geven! Schrijvers stellen vooral je tips en opmerkingen op prijs.
16.01.22
Graag je feedback over de schrijfkwaliteit en schrijfstijl van deze inzending.
Zoals altijd weer een prachtige setting beschreven met veel humor.
Show more
0 van de 0 lezers vond deze review nuttig
15.01.22
Graag je feedback over de schrijfkwaliteit en schrijfstijl van deze inzending.
Mooi verhaal, sfeervol verteld. Ik zag hem voor me. Ik leerde er nog wat van ook, want het woord 'pompier' moest ik opzoeken.
Show more
0 van de 0 lezers vond deze review nuttig
  • Lieven Vandekerckhove 15.01.22
    Dank je zeer, Elka. Het woord "pompier" wordt dus niet gebruikt in Nederland? Allicht hebben wij het van het Frans, dat identiek hetzelfde woord kent, uitgesproken als " pompjee".
15.01.22
Graag je feedback over de schrijfkwaliteit en schrijfstijl van deze inzending.
En nu heb je Uwe op een prachtige manier belangrijk gemaakt en gaan heel veel mensen hem kennen. Prachtig. Dank voor dit mooie verhaal.
Show more
0 van de 0 lezers vond deze review nuttig

Ook gratis meedoen aan een schrijfactiviteit? We publiceren je inzending voor minimaal 12 maanden. Meedoen is mogelijk door in te loggen en dan bovenin de pagina op de rode balk te klikken. Nog geen lid? Aanmelden is gratis.