Voor schrijvers, door schrijvers
503 inzendingen in deze rubriek

Ook jouw tekstbijdrage is welkom en meedoen is gratis.

Cursiefje

Bij cursiefjes verwachten wij een korte tekst, vaak geschreven in de ik-vorm, met gebruik van eenvoudige taal, die echter door de taalhumor vaak verrassend en origineel wordt. Het cursiefje vertelt iets over de dagelijkse realiteit, waarmee verbeeldingselementen worden vermengd, heeft een humoristisch-luchtige toon, vaak gecombineerd met een droefgeestige ondertoon, relativeert de realiteit en verzacht de problemen. 
Klik hier
Eerst inloggen of (gratis) aanmelden s.v.p. om je artikel in te zenden.
(klik op de button om in te loggen of je aan te melden)

89 Hits

Publicatie op:
Zwart-wit

Er zijn zo van die mensen die je om de haverklap tegenkomt zonder dat je hun naam kent of er een woord mee wisselt. Omdat ze waarschijnlijk ergens in dezelfde buurt wonen, omdat hun kind of kleinkind naar dezelfde school gaat als het jouwe, omdat ze net als jij telkens op maandag gaan winkelen, op woensdag gaan wandelen of gewoon helemaal puur omdat het toeval het zo wil… Zo iemand was de oude man met het eitjeshoofd. Telkens als we elkaars pad kruisten, knikte hij vriendelijk een vijftal keer met zijn kale, ovale hoofd, daarom was ik ‘m voor mezelf Jakob gaan noemen.

Een jaartje geleden sprak Jakob me voor het eerst aan toen we elkaar voor de zoveelste keer kruisten in het bijna lege winkelstraatje achter de kerk. Ik schrok een beetje van zijn broze stemgeluid, dat niet leek overeen te stemmen met zijn nog steeds vrij forse gestalte. Een opmerking over het weer, zoals zo vaak. Het was inderdaad schitterend zonnig, met temperaturen die je eerder in mei of juni zou verwachten dan in februari.

De volgende dag was het opnieuw raak, twee dagen later nog eens. Op zaterdag bij de bakker en op maandag toen ik toevallig net de post uit de brievenbus haalde. Zo wist hij meteen waar ik woonde. De ontmoetingen werden ‘toevallig’ talrijker, de gesprekken langer, maar eveneens eenzijdiger. Jakob was een fervent wandelaar en woonde enkele straten verderop. Een gepensioneerde schoolmeester, zo bleek. Meer dan veertig jaar lang had hij lesgegeven in het nabije dorpsschooltje, waar hij bekend stond als de Rosse Reus. ‘De talrijke sproeten op mijn kaalkop zijn stille getuigen van de weelderige, rode haardos van weleer’, zei hij af en toe. Zo herhaalde hij wel vaker dingen. Alsof hij wilde dat ik ze goed onthield, zoals hij vroeger de tafels van vermenigvuldiging of de vervoeging van Franse werkwoorden voor immer en altijd in de hoofden van zijn leerlingen trachtte te drillen.

Jakob vertelde graag en ik luisterde gewillig. Ik ben nogal nostalgisch aangelegd en bijgevolg vind ik verhalen uit het verleden vaak fascinerend. Onvermijdelijk ga ik dan visualiseren en als de gebeurtenissen zich voor pakweg het jaar 1960 afspeelden, zie ik ze zo voor mij, in zwart-wit. Telkens weer in zwart-wit. Hoe kleurrijk oudjes als Jakob ook kunnen vertellen. Vroeger, toen ik nog niet leefde, was alles en iedereen gewoon zwart-wit, zoals op tv, dat kan niet anders.

Heel lang houd ik dat geluister naar oude anekdotes overigens niet vol. Mijn brein wil flitsen en dat doet het dan ook. Naar de jaren tachtig en negentig. Toen er wél kleuren waren en toen het glas melk en het glas cola op de desk van Jan Lenferink in het praatprogramma RUR op de Nederlandse tv zo hip en trendy waren dat ik zelf ook regelmatig een glas melk en een glas cola voor mijn neus zette en er afwisselend van dronk. Zwart-wit. En Jakob maar vertellen over zijn harde aanpak, het succesvol in de kiem smoren van de fratsen van die ondeugende leerling uit de klas van ’59, waarvan hij geloofde dat hij Piet heette, of was het nu weer Pierre… Ik voel me een beetje schuldig.

Ik word er jammer genoeg ook zo enorm moe van. Ik wil Jakob onderbreken, maar tegelijkertijd ook weer niet. Hij geniet duidelijk van dat afmattend, bijna vervelend vertellen. Ligt het aan mij of is het de generatiekloof? Jakob leeft op een ander tempo. Met veel herhalingen. Uitgesponnen. Rekkerig. Langdradiger dan een spaghettiwestern waarin maar heel af en toe iets gebeurt. Tegenwoordig gaat alles sneller, hebben mensen minder geduld. We vinden alles wat niet supersonisch is snel saai, terwijl traag ons veel rustiger zou kunnen maken. We mislopen zo enorm veel dingen die ons langzaam passeren, gewoon omdat ze niet snel genoeg gaan om opgemerkt te worden. Mooi is niet meer van deze tijd, denk ik . Dat is de schuld van het internet, van de smartphones, van het bestaan dat steeds drukker en sneller wordt. Jakob valt niks te verwijten, maar ik wil ‘m desondanks steeds weer swipen na een tiental minuten. Dat kan natuurlijk niet en daarom vind ik het tegenwoordig minder leuk om Jakob tegen te komen. Meer nog, als er ontsnappingsroutes voorhanden zijn, maak ik daar gretig gebruik van. Zeker niet meer door de straat lopen waar hij woont, dat winkelstraatje achter de kerk mijden, iemand anders de brievenbus laten checken…

Laf Klein Duimpje ben ik. Bang voor de lichtjes gekrompen Rosse Reus zonder haar. Ronald heet hij trouwens. Niet Jakob. Weet ik pas sinds onze vorige, onvermijdelijke ontmoeting. Vroeger de schrik van de dorpsschool, streng, hard en angstaanjagend. Nu een kwetsbare, oude en vooral lieve man. Opnieuw voel ik me schuldig. Duimpje naar beneden voor mezelf.


Feedback voor schrijfactiviteiten

Review voor: "Zwart-wit"

04.03.21
Feedback:
Mooi en waar verhaal, ik wou het niet swipen!
  • Schrijfkwaliteit
    4.0/5
Show more
0 van de 0 lezers vond deze review nuttig

Heb je deze al gelezen?

  • Gedonder (212) Tryntsje van der Meer 15-08-2020

    Als kind was ik bang voor onweer, omdat ik dacht dat 'ze' boos op ons waren. 'Boos? Waarom? We hebben toch niks verkeerds gedaan? Maak je maar niet druk hoor.!', aldus mijn moeder. Toch was ik er...

    Lees meer: Gedonder