Voor schrijvers, door schrijvers
964 inzendingen in deze rubriek

Ook jouw tekstbijdrage is welkom en meedoen is gratis.

Kort verhaal

Een kort verhaal kenmerkt zich doordat de handelingen, gedachten en gesprekken van de personages zijn georganiseerd in een plot van komische, tragische, romantische, satirische of nog andere aard.  Een kort verhaal is altijd een compleet en zelfstandig leesbaar verhaal. Dus geen vervolg! In deze schrijfactiviteit is ook ruimte voor reisverhalen.
 
KLIK HIER om naar flitsverhalen te gaan.
Klik hier
Eerst inloggen of (gratis) aanmelden s.v.p. om je artikel in te zenden.
(klik op de button om in te loggen of je aan te melden)

180 Hits

Publicatie op:
Bram
Als ik aanbel bij mevrouw Dupont doet Bram open, haar thuiswonende zoon. Met zijn te lange pijpen, zijn slobberig zittende broek, zijn te wijde overhemd met de slijtageplekken bij de ellebogen. Alles is slonzig aan hem, zelfs de manier waarop hij loopt, met iets doorgezakte knieën. Hier en daar raken zijn voeten of handen iets, terwijl hij zich voortbeweegt. Zijn ledematen bewegen schokkerig, alsof de dansles niet wil lukken.
‘Zo, kom binnen’, mompelt hij en blijft wat onhandig staan.
‘Goedemorgen’, zeg ik harder dan ik van plan was. Hij kijkt naar de grond, zijn handen in de zij. Ik pak een hanger van de kapstok, hang mijn jas op en loop achter hem aan de woonkamer binnen. Alle lampen branden nog, die gaan op een vast tijdstip uit. Mevrouw Dupont zit stil op de bank, een beetje scheefgezakt.
‘Goedemorgen, hoe is het met u?’ zeg ik terwijl ik probeer oogcontact te maken.
Ze staart langs me heen, haar lippen getuit. Dan kijkt ze me aan en lacht naar me. ‘Goed’, zegt ze, ‘hoe is het?’ Ze steekt haar hand uit. Ik pak ‘m even stevig beet en ga naast haar zitten. Bram ploft op de stoel tegenover haar neer, bedenkt zich, staat haastig op, vertrekt zijn gezicht.
‘Gaat het?’ vraag ik.
‘Nou ja, mijn knieën …’, begint hij. 'Vorig jaar had ik veel last van de linker. Die gaat beter, maar nu doet de rechter weer veel pijn. Lopen, fietsen, alles gaat moeilijk.’
‘Ben je er mee naar een dokter geweest?’ opper ik. Een half jaar geleden ontweek hij persoonlijke vragen nog. Oostindisch doof was hij voor dit soort vertrouwelijkheden. Of hij schoot uit zijn slof, beet me toe dat dat me niets aanging. Dat hij zich toch ook niet met mijn leven bemoeide.
‘Neu, een dokter … daar ga ik niet zo vaak naar toe. Ik heb ook nog mijn werk en moet hier in huis ook steeds vaker bijspringen. En zij’, hij knikt met zijn hoofd richting zijn moeder, ‘ging ook nooit naar een dokter. Je hoeft niet voor elk wissewasje naar de dokter, hoor, zei ze altijd. Al die mensen met doktersbezoeken stellen zich vaak maar aan.’ Tijdens zijn betoog tuurt hij peinzend door zijn bril langs me heen in de verte, zijn wenkbrauwen opgetrokken, waardoor diepe rimpels in zijn voorhoofd ontstaan. ‘Maar, voor ik het vergeet: wilt u koffie? De thee heb ik al gezet.’
‘Nou, lekker! Dat sla ik niet af, Bram! Graag zwart, weet je nog? En fijn dat de thee al klaar staat. U wilt wel een lekker kopje thee, hè, mevrouw Dupont?’
‘Ja hoor’, antwoordt ze en knikt zachtjes. Hij verdwijnt in de keuken, ik hoor hem rommelen en even later komt hij met een kopje koffie terug. Zet het zodanig neer dat een plas koffie op het schoteltje belandt. Achteloos tilt hij het kopje op en giet de koffie van het schoteltje in het kopje. Hij denkt er niet aan het boven de tafel te doen. Koffiedruppels vallen op het lichte tapijt. Hij loopt naar de keuken, komt terug met een verfrommelde vaatdoek en veegt denkbeeldige druppels van de tafel. Brengt de morsige doek weer weg, pakt een trommeltje en biedt me een koekje aan.
‘Oh ja’, mompelt hij, ‘nou moet zij natuurlijk ook wat hebben. Wil je thee, mam?’
‘Ja Bram, je moeder moet ook wat drinken. Zal ik het even halen?’ ‘Ik wil dat ze zelf antwoordt, dat kan ze best. U hoeft niet alles over te nemen, hoor.’
‘Ik wil wel thee’, zegt ze zacht en dan tot mij: ‘Hoe heet u?’ Ik stel me voor, maar Bram vraagt er doorheen: ‘U ging de thee toch halen? Dat is wel fijn, want lopen is nogal lastig.’
‘Zo’, begin ik, hoe gaat het me je? Red je het nog een beetje?’ Hij zet zijn vingertoppen tegen elkaar aan en houdt zijn handen voor zijn gezicht, alsof hij diep nadenkt. ‘Nou ja, ik vind het leven maar ellendig. Jaren ben ik depressief en net nou ik me wat beter ga voelen, wordt zij zo.’ Hij knikt richting zijn moeder.
'Ja, dat valt niet mee, hè? Je zusters hebben aangegeven dat ze wel wat hulp bij moeder w…’
‘Nou, dat wil ik niet, hoor’, valt hij me in de rede. ‘Geen vreemde mensen in mijn huis.’
‘Ja maar’, ga ik verder, ‘het is toch eigenlijk het huis van je moeder en zij heeft die extra hulp echt nodig. Al beginnen we maar met opstarthulp, iemand die haar helpt aankleden.’
‘Potverdomme!’ hij springt op, ijsbeert door de kamer, zijn stem slaat over van angst en woede. ‘Ik zeg toch “nee”’! Waarom probeert iedereen zich toch altijd met mijn leven te bemoeien. Ik red me wel. U hoeft van mij niet te komen, hoor!’
‘Nou Bram, dat vind ik niet zo aardig van je. We kunnen best fijn samen praten. Word maar even rustig, we hebben het er nog wel over. Ik ga nu aan de slag.’ Eerst help ik mevrouw Dupont nog met haar thee. Sinds kort lust ze geen koffie meer en ze mag niet uitdrogen tenslotte. ‘Krek zuur’, zegt ze de laatste tijd ineens bij alles wat ze niet meer lust en dan trekt ze haar mond als een spaarpot dicht. Niemand weet waar ze het vandaan heeft. Haar hele leven heeft ze die woorden niet gebruikt. Ze lacht vriendelijk naar me, als ik haar kopje pak en probeert het kopje van me over te nemen. Samen brengen we het naar haar mond. Ze wordt wat levendiger. Het arme mens heeft natuurlijk ook aandacht nodig. Ik zet een liedje in en zij volgt, eerst zachtjes, dan uit volle borst. Haar ogen beginnen zowaar te stralen. Bram begint er doorheen te praten, hij snuft en snuift, voelt zich duidelijk nog steeds opgefokt. Zijn moeder wordt onrustig en het zingen lukt niet meer. Hij blijft ronddolen en begint elke keer weer hetzelfde riedeltje af te draaien: hoe hij nooit voor vol is aangezien, dat hij gediscrimineerd wordt, dat hij een rot-, rótleven heeft, vroeger al en nu ook met steeds meer klachten. Zodra ik hem aankijk, draait hij zijn ogen weg. Ik verdraag het, ik weet wat er speelt en heb, godzijdank, ervaring met deze problematiek. Vriendelijk blijven en vooral een dikke huid hebben. Ondertussen probeer ik mijn aandacht bij mevrouw Dupont te houden. Tenslotte is zij geïndiceerd. ‘En nou discrimineer jij me ook al, godverdomme!’ roept Bram ineens hard. Hij staat wat wijdbeens, twijfel lijkt hem in tweeën te splijten, maar dan beent hij de kamer uit en slaat de deur hard achter zich dicht. Mevrouw Dupont schokt en valt stil, ik streel haar hand, maar voel de spanning. Bram rent de trap op, zo goed en zo kwaad als dat gaat, naar zijn kamer. Als altijd hoor ik hoe hij de deur op slot draait. Boven mijn hoofd loopt hij rondjes en praat hardop in zichzelf. Dit gaat wel even duren. Hij kan er weer niet over uit, over zijn leven. Als de onmacht en het verdriet te groot worden, is dit zijn oplossing.

Feedback voor schrijfactiviteiten

Review voor: "Bram"

13.10.20
Feedback schrijfkwaliteit
inderdaad heel mooi en gevoelig geschreven
  • Tevredenheid over de schrijfkwaliteit
    100%
Show more
0 van de 0 lezers vond deze review nuttig

Ook graag je review voor een van de oudere inzendingen...

  • Kakkerlak (337) Martin Reekers 19-04-2020

    Kakkerlak had het zwaar. Ze was tot de overtuiging gekomen dat ze een fors imagoprobleem had. Ze werd met voeten getreden. Letterlijk! Overal waar ze haar gezicht liet zien probeerde men haar dood...

    Lees meer: Kakkerlak