Een kort verhaal kenmerkt zich doordat de handelingen, gedachten en gesprekken van de personages zijn georganiseerd in een plot van komische, tragische, romantische, satirische of andere aard.  Een kort verhaal is altijd een compleet en zelfstandig leesbaar verhaal.
Bij een kort verhaal geven we de voorkeur aan maximaal 1000 woorden.

Klik voor alle schrijfactiviteiten in het menu op SCHRIJFACTIVITEITEN.

De snackbar

 

Geert loopt naar buiten om even een sigaretje te roken. Een jongeman met lang golvend blond haar komt aanlopen. ‘Staat u alleen in de zaak?’ vraagt hij.
‘Ja,’ antwoordt Geert. ‘Mijn vrouw ligt thuis met de griep.’
‘Ik heb geen haast. Rookt u rustig een sigaret.’
‘Nee, geen sprake van. De klant is koning.’ Geert loopt weer naar binnen. ‘Wat mag het zijn?’
De jongeman denkt even na. ‘Ik heb wel trek in een broodje kroket en ik neem ook nog een grote patat met curry saus.’
‘Ga ik voor je maken.’ Het oog van de jongeman valt op een grote foto die tegenover hem aan de muur hangt. ‘Wat een prachtige foto. Knappe jongen ook.’
‘Ja, dat was hij zeker.’ Er schuift een dun ijslaagje over Geert zijn blauwe ogen.
‘Leeft de jongen op de foto niet meer?’ informeert de jongeman voorzichtig. Geert slikt even. ‘Nee, hij leeft niet meer. Mijn knappe, intelligente zoon die chirurg wilde worden is vermoord door een dronken gek. De dader zat met een fles wodka op achter het stuur, maar loopt inmiddels weer vrij rond ‘


Geert ziet dat de jongen vol schiet. ‘Ach, wat vind ik dat erg voor u. Ik weet niet goed wat ik moet zeggen.’
Geert haalt zijn schouders op. ‘Er valt ook niet veel te zeggen, maar ik waardeer het dat je met mij meeleeft.’ Hij haalt de kroket uit de frituur en snijdt een wit kadetje open. ’Boter?’

‘Ja, lekker. Doet u maar.’
‘De patat moet nog even wat langer. Aan bleke betten doen we hier niet.’
De jongeman moet lachen. ‘Bleke betten, daar heb ik nog nooit van gehoord.’

Hij pakt zijn bord met het broodje en neemt plaats op een kruk bij het raam.
‘Loopt de zaak een beetje?’ vraagt de jongen belangstellend terwijl hij een hap uit zijn broodje neemt. Geert schept ondertussen de patat in een puntzak. ‘Ik mag zeker niet klagen. Er zijn een hoop hippe eettentjes in de buurt gekomen, maar gelukkig weten de mensen de ouderwetse snackbar nog te waarderen.’
‘Nou, het broodje kroket smaakt in ieder geval heerlijk.’
Geert komt vanachter de counter vandaan en reikt de jongen een puntzak met friet aan.
‘Laat het je smaken.’


Als het laatste patatje in zijn mond is verdwenen staat de jongen op en loopt hij naar de counter.
‘En dan is het nu tijd voor de rekening.’ Vervolgens maakt de jongen zijn tas open en legt hij een pistool op de glazen plaat neer.
Geert schrikt. ‘Wat doe jij nou?’
‘Ik doe nog helemaal niets. En het is ook absoluut niet persoonlijk bedoeld, maar ik stel voor dat u nu rustig blijft en mij het geld uit de kassa overhandigt.’

Geert loopt rood van woede aan. ‘Ik dacht dat je oprecht begaan was met het overlijden van mijn zoon.’
De jongen maakt een klakkend geluid met zijn tong. ‘Het een sluit het ander niet uit. Ik ben dan misschien een crimineel, maar ik heb wel gevoel in mijn donder. Geen woord gelogen aan.’

‘Hoe zit het dan met mijn gevoel, klootzak. De angst die jij mij nu aanjaagt.’
‘Ja, dat is natuurlijk onprettig voor u. Dat begrijp ik. Nou, genoeg geluld, ouwe. Pak het geld.’

‘Je krijgt je geld, jongen. Wees maar niet bang.’ Geert loopt naar de kassa.

Langzaam pakt hij het geld uit de lade. Het mandje met frituurvet staat nog te borrelen.

De jongen gilt als een mager speenvarken.

© Cory Craft op .

Enthousiast over deze inzending? Deel je enthousiasme op sociale media m.b.v. onderstaande buttons.

Reacties:

Iedere bezoeker kan een reactie geven! Schrijvers stellen je tips en opmerkingen op prijs. Wil je automatisch een bericht ontvangen bij een reactie? Klik op de + boven de reacties.