Hanne Lemahieu

Een Belg, hoe corrupt ook

© Hanne Lemahieu op 03.12.2022.

“Een Belg, hoe corrupt ook, zal altijd baas blijven in eigen land!”

 

“Marie!”
“Ja, mama?”
Marie haalde de gedeukte pot van het vuur en liep ermee de kleine woonkamer in.
“Oh, daar ben je. Ik dacht dat je buiten was. Waarom blaffen die verdomde beesten van hiernaast de hele buurt dan bij elkaar?”
“Misschien een konijn of een vogel.”
Marie wist dat dat onzin was. Zijzelf en haar ouders zouden nog hooguit een paar dagen kunnen overleven op het bodempje soep waarvoor ze de laatste restjes op de planken bijeen had geschraapt. Zelfs de muizen en ratten konden hun buik niet meer vullen met wat er nog aan eetbaars - en niet eetbaars - was.
De gesmoorde kreet van haar moeder bereikte Marie door het raampje waarvan het smerige venster openstond en ze stak haar hoofd naar buiten. Haar moeder rende door de tuin, met haar ene hand haar lange rokken optillend en met de andere de omslagdoek die ze om zich heen had geslagen samenhoudend onder haar nek. Haar vader riep vanuit de woonkamer: “Magda, wat scheelt er?”
Marie schrok toen ze hem de keuken zag binnenkomen met het oude geweer uit ’14-’18 dat al jaren in de kast stof lag te vergaren. In een stap doorkruiste hij de keuken en liep het koertje achter het huis op.
Het koertje grensde aan een lap ongebruikte grond. Door de vele souvenirs die de Duitsers in de Grote Oorlog hadden achtergelaten en de vele stenen die er in de grond zaten, was die zo goed als onbruikbaar voor land-of tuinbouw.
“Magda, in hemelsnaam, wat…?”
“Hände hoch!”
Iedereen bleef stokstijf staan.
“Wirf die waffe weg! Lass es sofort fallen!”
Waar kwam die stem vandaan? Marie zag haar vader onzeker om zich heen kijken. “Wie is daar?”
Het enige antwoord was een volgend gesnauwd bevel. In het Duits.
“Stehen Sie dort! Nicht bewegen!”
Haar vader zette een stap naar voor. Meteen klonk er een knal en een kogel sloeg vlak voor zijn voeten in de grond en deed aarde en brokjes steen opspatten. Hij vloekte en slaakte een gil toen een tweede kogel zijn hoofd op een haar na miste.
Er werd opnieuw een Duits bevel geschreeuwd, dit keer gevolgd door een normaal gesproken Nederlandse vertaling.
“Laat uw wapen vallen. Handen omhoog en niet meer bewegen. De vluchtelingen dienen onmiddellijk en zonder weerstand aan ons overgeleverd te worden. Zo we gedwongen worden om geweld te gebruiken, zal u hetzelfde lot ondergaan.”
Het dreigement in deze laatste woorden viel niet te negeren.
Marie haar vader riep opnieuw: “Wie is daar?”
Hij slaakte bijna een kreet toen er uit de schaduwen van een portiek vlakbij twee grote mannen tevoorschijn kwamen. Ze droegen allebei de bekende zwarte jassen van de Gestapo, de Geheime Staatspolizei. Vanwaar ze stond in de deuropening kon Marie haar vader naar adem horen happen. De breedste van de twee nazi’s zei iets in het Duits dat de ander vertaalde als: “Waar zijn de vluchtelingen?”
“Welke vluchtelingen?”
De tolk keek even naar zijn kompaan voor hij reageerde met de tegenvraag: “Dat schuurtje daar, is dat uw eigendom?”
Hij wees naar de gammele constructie op de strook grond tussen het grasland en de koertjes en tuintjes van de nabijgelegen huizen.
Marie herinnerde zich nog goed de scherpe geuren van verf en hout die er altijd hingen toen haar vader de schuur nog als atelier gebruikte om te schilderen. Als klein meisje zat ze vaak uren op de grond of op de toen nog stevige tafel tussen kwasten, paletten en andere rommel te spelen of omhoog te kijken naar hoe haar vader schilderde.Toen ze ouder werd en de oorlog almaar dichterbij sloop, kwam Marie er steeds minder. Het laatste dat ze van haar vaders werk en hobby had gezien waren de eerste streken van een portretstudie over haar. Ze had gebloosd van plezier en bij elke versie had ze haar vader de oren van het hoofd gezeurd om haar portret te mogen zien, maar als een echte artiest weigerde hij steeds zijn werk te onthullen voor het af was.
Haar moeder had een einde gemaakt aan haar gedram door haar te verbieden nog langer voor haar vader te poseren toen ze erachter kwam dat haar vader niet altijd alleen schilderde.
“Voor je het weet, laat je dat kind nog naakt poseren voor jou en je schildervriendjes”, zei ze op een avond na een zoveelste discussie over het onderwerp. Marie en haar vader waren bijzonder laat naar binnen gekomen nadat haar vader de laatste hand had gelegd aan een schets van Marie die in een lastig vol te houden pose had gestaan. Marie was ontzet door de reactie van haar moeder op het feit dat het zo laat was geworden. De eerste keer dat haar moeder dergelijk protest uitte, was Marie amper oud genoeg geweest om te begrijpen wat ze bedoelde. Wat stak er nu voor kwaad in dat zij poseerde en haar vader haar schilderde?
Twee jaar geleden had ze het stiekem toch opnieuw gedaan, toen haar moeder een week naar haar tante moest om voor het arme mens te zorgen in haar laatste levensdagen. Ze vond het best spannend om te zien hoe haar portret eruit zou zien. Hoe zíj eruit zag. De enige spiegel in huis was gebarsten en smerig en er waren zelfs al enkele kleine scherven uitgevallen.
Dit alles schoot in een paar seconden door haar hoofd maar Marie was bang dat ze al een lange conversatie gemist had toen haar gedachten als een zeepbel uit elkaar spatten.
Ze hoorde haar vader zeggen: “Het staat nog amper overeind”, ongetwijfeld doelend op de schuur waar de Duitser naar gevraagd had.
“En toch gebruikt u het om mensen in onder te brengen”, repliceerde de nazi droog.
Haar vader liet zijn armen zakken en het geweer viel uit zijn handen. Marie vreesde een bang ogenblik dat het ding zou afgaan door de schok en zowel de nazi’s als haar en haar moeder zou neermaaien.
Een derde nazi die tot nu toe buiten beeld gebleven was, zwaaide met een lantaarn in de richting van het schuurtje. De lichtbundel viel over vier mensen: een man, een vrouw en twee kinderen. Het jongetje stond onzeker omhoog te kijken naar de maan en dan naar de gevaarlijke man met de lantaarn. Het iets oudere meisje verstopte zich huilend in de lange rok van haar moeder. Ze waren gekleed in lompen die al vaak hersteld waren. De vrouw begon te jammeren maar zweeg onmiddellijk toen de breedgeschouderde nazi zich omdraaide en haar iets toesnauwde. Vervolgens zei hij iets dat de nazi die blijkbaar Albert heette vertaalde als: “Allemaal meekomen! En geen woord of er wordt geschoten.” Dat laatste voegde hij er zachter aan toe nadat de brede nazi zich had omgedraaid en achter zijn ongelukkige gevangenen en zijn kompaan met de lantaarn naar twee klaarstaande jeeps beende die een eind verderop geparkeerd stonden.

Marie wachtte angstig af. Men had haar een uur lang ondervraagd tot ze haast in tranen was uitgebarsten en voor wat de honderdste keer leek had verklaard dat ze de Joden die in het tuinhuis zaten niet kende en dat zij en haar ouders hen daar niet moedwillig voor de Duitse bezetter hadden willen verbergen. “Integendeel!” had ze geroepen, “Als we geweten hadden dat die Joden daar zaten, dan…” Verder was ze niet gekomen toen het tot haar doordrong wat ze wou zeggen. Prompt sloeg de schrik haar om het hart. Wat als haar aarzeling haar ondervragers sterkte in hun vermoeden dat ze de Joden geholpen had, zonder medeweten van haar ouders? Maar haar ondervragers waren inschikkelijk gebleken. Of dat dacht ze tenminste. Een van hen was de breedgeschouderde nazi die hen had opgepakt en het was haar niet ontgaan dat zowel zij als de Joodse moeder meer dan noodzakelijk veel en scherpe blikken van hem kregen terwijl ze naar het plaatselijke hoofdkwartier van de Geheime Staatspolizei reden. Tenminste, naar het beginpunt van een geheim netwerk om dat hoofdkwartier te bereiken.
De twee Duitsers hadden een blik van verstandhouding gewisseld en na een laatste blik op haar decolleté hadden ze haar met enkele zinnen die ze niet verstond laten gaan. Een schriel mannetje had haar begeleid naar deze kale wachtruimte.
Marie was nog nooit in een politiebureau geweest en wist niet of er veel veranderd was sinds de oorlog en de komst van de Duitsers. Het geroezemoes dat van overal in het gebouw kwam terwijl ze haar begeleider naar deze kamer volgde, het komen en gaan van mensen en het getik op typmachines zouden waarschijnlijk vertrouwde geluiden zijn voor deze muren als die oren zouden hebben. Wat waarschijnlijk in een tijd van spionage en oorlog ook zo was.
Het duurde lang voor haar vader en moeder eindelijk kwamen, ieder begeleid door een al even schriele gids die onmogelijk kon behoren tot het fascistische beeld van de perfecte mens die Hitler wilde creëren voor zijn Derde Rijk.
Haar moeder was nog meer murw geslagen dan zij. Ze had ook gehuild. Ze keken elkaar aan en omhelsden elkaar stevig nadat een van de agenten achter de ontvangstbalie haar moeder een papier had laten ondertekenen.
Haar vader daarentegen leek er beter uit te zien dan toen hij thuis in de jeep was gestapt. Nadat hij eveneens een document ondertekend had, schudde hij de man die hem begeleid had bijna hartelijk de hand. De brede nazi die hen opgepakt had, kwam op hem toe. Hij en haar vader knikten elkaar kort toe en Marie meende dat de Duitser even glimlachte.

Gekreun.
Gehijg.
Gehuil.
Marie probeerde haar ademhaling onder controle te krijgen terwijl de Duitse vetzak snurkend in slaap viel. De klootzak had zich aan haar vader voorgesteld als Heinz voor hij hen naar huis had begeleid. Later had hij zijn naam in haar oor gefluisterd voor hij haar ging berijden.
Haar moeder zat in de keuken nog steeds gesmoord te snikken. Ze had zich hees geschreeuwd toen Heinz Marie had vastgegrepen en naar de slaapkamer had gesleurd waar hij haar op het bed had gegooid en haar wat over was van haar smoezelige jurk van het lijf had gescheurd.
Marie wilde naar haar moeder toe gaan, haar zeggen dat alles in orde was, dat het voorbij was en de smeerlap sliep, maar ze durfde niet. Wat als hij wakker werd door het gekraak van de vloerplanken of haar oude bed? Dan zou hij haar gegarandeerd opnieuw nemen. En als hij haar niet aantrof in bed? Zou hij haar voor verraad laten straffen? Of werden verraders ook naar de kampen gestuurd? Misschien wel, de oorspronkelijke klacht tegen hen dat ze Joden hadden geholpen bestond vast nog steeds. Wat haar vader ook van plan was, het plan was nog volop in gang en in de tussentijd hoefden deze nazi’s maar met hun vingers te knippen om een onschuldig gezin te laten ombrengen.
Marie was zo moe dat ze in slaap viel ondanks het riante plaatsgebrek. Heinz vulde haar hele bed en ze was gedwongen op haar zij te gaan liggen. Ze wilde echter niet met haar gezicht naar hem toegekeerd wakker worden en wroette tot ze op haar andere zij lag. Bij elk krakje voelde ze zich schuldig omdat haar moeder ongetwijfeld dacht dat hij herbegon.

Ze werd wakker doordat Heinz uit het bed stapte dat zich met een zucht van opluchting leek uit te strekken. Marie glimlachte bijna bij de gedachte aan de gelijkenis tussen zichzelf en het ledikant. Heinz merkte dat ze wakker was en legde een vinger tegen zijn lippen. Marie ging liggen en sloot haar ogen. Enkele seconden later deed ze haar ogen weer open toen haar moeder binnenkwam en Heinz de deur achter haar dichtdeed.
Zonder een woord te zeggen drukte haar moeder Marie hard tegen zich aan. Nadat Marie zich bevrijd had uit de verstikkende omhelzing en haar had gekalmeerd kreeg ze haar zover dat ze haar vertelde wat haar vader van plan was.
Er bestond geen twijfel dat haar vader de nazi’s probeerde om te kopen. Maar met wat? Ze hadden niets meer! Had haar vader een geheime bankrekening, geld waar zij en haar moeder niets van wisten?
Heinz sprak uitsluitend in het Duits en Albert sprak zijn vertalingen opzettelijk zacht uit. Het gerinkel van geld sprak echter voor zich. Marie voelde haar moeder naast zich in het bed verstijven. Na dit onheilspellende geluid volgden het geschraap van stoelpoten, wat gemompel en het gekraak van de voordeur die open- en weer dichtging.

Marie keek naar het vredige kunstwerk aan de muur dat bijna misplaatst leek. Een kleurloze tekening van een hert en haar kalf dat aanstalten maakte om te drinken.
“Een origineel werk”, zei haar vader altijd als ze als kind vroeg waarom de maker het niet ingekleurd had, “Het is een tekening. Geen schilderij”, zei hij er altijd bij met een zekere hardheid in zijn stem die Marie snel leerde te herkennen als een signaal dat ze niet verder op een onderwerp moest ingaan.
Diezelfde hardheid kwam in zijn stem toen Marie hem vroeg wat hij met Heinz had besproken.
“Vertrouw mij nu maar”, was het enige dat hij had gezegd.
Marie had gezien hoe haar vader naar het hert had gekeken. Ze beeldde zich in hoe de hinde tot haar zou spreken als een orakel met de stem van de tekenaar en haar zou vertellen wat haar vader van plan was. Volgens de signatuur was het een creatie van ene H van Meegeren. Marie kende de naam uiteraard maar net als politiek had ze nooit veel op gehad met kunst, ook niet nu de kunsthandel door de oorlog zo’n hoge toppen scheerde.
Kende haar vader van Meegeren? Zou hij de kunstenaar vragen om een duur uitziend schilderij te maken voor Heinz? Of erger: om een vervalsing van een kostbaar schilderij te maken?

De man die die avond aanbelde, zag er in elk geval niet uit als een kunstenaar. Hij droeg een grijs pak dat hem ooit als welgesteld moest hebben bestempeld maar hem er nu sjofel en weinig gekleed deed uitzien. Maar zijn ogen blonken energiek.
Zijn stem klonk vriendelijk toen hij hen begroette en informeerde naar de gezondheid van ‘de vrouw des huizes en de dochter’.
Haar vader antwoordde beleefd dat het hen allemaal goed ging waarna hij vrouw en dochter met een subtiel gebaar van zijn hoofd naar de keuken stuurde. Marie volgde haar moeder, zogezegd om koffie te zetten, maar er was al lang geen koffie meer. Het was al twee dagen geleden dat ze zelfs maar een deftige maaltijd hadden gehad.
Nadat haar vader op zijn beurt naar de gezondheid van zijn gast en diens familie gevraagd had, praatten de mannen een poosje over koetjes en kalfjes tot het gesprek onherroepelijk terugkwam op de oorlog. Zonder het echt te willen luisterden de twee vrouwen met ingehouden adem mee.
“Zo Gilbert, en wat wil je van mij, beste kerel? Schilderen kan ik niet, dat weet je.”
Marie haar hart ging sneller kloppen. Had ze het bij het rechte eind gehad? Wou haar vader Heinz omkopen met een vals schilderij? Ze duwde zichzelf kordaat weg van het aanrecht en nam de klink van de deur naar de woonkamer vast. Haar moeder pakte haar pols beet. Wat ga je doen?”
“We moeten papa tegenhouden. Als Heinz ontdekt dat we hem nepkunst verkopen zal hij…”
Haar moeder keek haar aan. Haar ogen vonkten plotseling. “Waarom noem je hem Heinz?”
Ze keek haar moeder verbijsterd aan. “Mama, wat is dat nu voor vraag? Papa is daarbinnen bezig met ons doodsvonnis te tekenen en alles wat jij kunt zeggen is…”
Ze rukte haar pols los maar haar moeder greep haar opnieuw vast, dit keer aan haar schouder, en draaide haar naar zich toe. Marie wilde protesteren toen er in de woonkamer boos geschreeuwd werd.
“Godverdomme!”
“Lode, het is niet wat je denkt, wij…”
“Jij smerige rat. Jullie heulen met de moffen.”
“Lode…”
“Wat wil je van me, Gilbert? Me verraden bij de moffen, is dat het? Zijn jullie zo wanhopig door de honger dat ze jullie hebben weten om te kopen?”
“Nee, helemaal niet, Lode, het is echt niet wat je denkt…”
“Wat ik denk, is dat ik geen voet meer binnenzet in dit oord van verderf. En die introductie bij mijn vriend van Meegeren kan je op je buik schrijven!”
De voordeur werd met een harde klap dichtgesmeten.
“Verdomme”, vloekte Gilbert even hartgrondig als Lode had gedaan. “Gódverdomme!”
Marie deinsde achteruit toen haar vader aan de andere kant van de gesloten deur woedend tegen een van de poten van de eettafel schopte.
“Gilbert!”
Haar moeder liep de keuken uit. “Niets te ‘Gilbert’, Magda! Van Meegeren was onze enige kans. En die zijn we nu kwijt. En weet je waarom? Daarom!” Hij spuugde het laatste woord haast in haar gezicht. Hij hield iets tussen duim en wijsvinger vlak voor haar moeders ogen. Haar moeder sloeg haar handen voor haar mond.
“Als je ’t maar weet!”
Haar vader gooide het ding dat hij haar had laten zien op tafel. Het was een speld met het hakenkruis erop zoals alle nazi’s er een droegen op de revers van hun kostuums en uniformen.
Marie voelde de kleur uit haar gezicht wegtrekken. Het insigne moest afkomstig zijn van de kledij van Heinz of Albert. Lode had het gevonden en terecht geconcludeerd dat er Duitsers in huis waren geweest. Alleen had hij er niet aan gedacht dat die niet eerst vriendelijk gevraagd hadden of ze welkom waren.

De volgende morgen was het weer de perfecte afschildering van de stemming in huis: grauw en grimmig. Dikke grijze wolken pakten zich samen boven de stad. De regen zou weldra alle ellende wegspoelen. Dat zei haar vader toen haar moeder voorzichtig vroeg hoe het nu verder moest.
“We vluchten. Die Duitse blaaskaak en zijn knechtje moeten niet denken dat ze ons kleinkrijgen. Ik laat een van die schilderijen die ik vroeger gemaakt heb van ons Marie voor hem achter. Dat tweede portret was het beste werk dat ik ooit gemaakt heb en ze is duidelijk zijn type.”
Marie voelde haar mond openvallen.
Haar vader was in het midden van de nacht wakker geworden en had zich waarschijnlijk urenlang suf gepiekerd over een oplossing om te voorkomen dat ze allemaal als verraders naar een strafkamp gedeporteerd zouden worden. Hierbij had hij een halve fles whisky soldaat gemaakt en kon nu duidelijk niet meer helder denken.
De woorden van haar vader sneden door Marie door haar ziel. Wat dacht haar vader dat ze was, een lustobject? Hij wilde haar aan Heinz geven als een bot aan een kwijlende hond. Ze keek naar haar moeder maar die zei niets. Deze keer kroop ze niet op haar paard als het over de eerbaarheid van haar dochter ging maar zat er net heel rustig bij, alsof het normaal was dat een vader zo over zijn dochter sprak.
Ze kookte plots van woede. Haar vader keek naar het lege glas dat voor hem op tafel stond. Waar had hij die whisky vandaan? Misschien bezat hij wel degelijk een geheim spaarpotje. Waar maakten ze zich dan druk over? Ze zouden wel ergens een kunstwerkje op de kop kunnen tikken voor niet al te veel geld. Of waarom verkocht haar vader dan zijn schilderijen niet, als hij ze toch zoveel waard achtte? Antwoord: omdat ze niet zoveel waard wáren. En zeker niet dat bewuste portret van haar. Het enige dat hij goed genoeg vond om weg te geven aan die schurken. Zoveel gaf hij dus om haar…
Ergens wist ze dat ze onredelijk was, maar ze was ook emotioneel. En in bizarre tijden deden mensen bizarre dingen. Ze griste de kandelaar met de nu laatste kaars erin en liep naar de keuken, de tuin in en naar de schuur. Het schilderij waarover haar vader het had gehad, lag daar nog steeds samen met enkele andere in een oude kist onder een stapel oude vodden en jutezakken. Zonder de kist te openen, hield ze de kaarsvlam tegen het hout. Het hout was vochtig en verrot maar het vuur kreeg snel vat en sloeg over op de houten wanden van de schuur zelf en het stro onder haar voeten.

Magda en Gilbert konden alleen maar machteloos toekijken hoe de schuur om hun dochter heen in vlammen opging. Onbewust van wat hun meisje zo plots tot een dergelijke wanhoopsdaad gedreven kon hebben, vertelden ze aan de plaatselijke politieagenten die door buren gealarmeerd werden over het gesprek dat ze hadden gevoerd.
“Die smeerlappen”, liet Gilbert zich ontvallen.
“Hoor wie het zegt”, schampte Magda, “De vader die de eerbaarheid, de maagdelijkheid, van zijn dochter zou verkopen voor wat armetierige centjes.”
“Wat armetierige centjes? Achterlijk wijf. Het ging hier wel om onze vrijheid. Onze levens konden ervan afhangen. Of wilde je de rest van je korte leven doorbrengen in de kampen? Dan wens ik je veel sterkte!” Hij sloeg met zijn vuist op tafel en stond op. “Een dezer dagen staat die bullebak van een Heinz hier weer voor de deur. En wat moet ik hem nu geven? Alles is weg! Had ze niet op z’n minst die schilderijen kunnen buitengooien voor ze zichzelf in de fik stak?”
“Gilbert!” Magda sprong nu ook overeind en sloeg haar man in zijn gezicht. “Klootzak! Ongevoelige klootzak die je bent!”
De agent die tijdens het verhoor het woord had gevoerd, keek Gilbert aan die zijn armen in de lucht wierp alsof hij wilde zeggen: “Wat kan ik hier nog aan doen?”
Magda ging weer zitten, begroef haar gezicht in haar handen en begon onbedaarlijk te huilen.

Heinz bekeek het schilderij dat Lodewijk De Volder hem voorhield met een vergrootglas.
“Let u vooral op de signatuur. Al ádemt elk werk van deze meester diens uitzonderlijke talent”, zei de kunstkenner met een innemende glimlach.
Fritz Von Heinzburg knikte en boog zich opnieuw naar de schildersezel toe. Het kunstminnende geneuzel van de verklikker en oplichter kon hem geen bal schelen. Als hij het slim speelde, kon hij twee vliegen in een klap slaan. Een arrestatie én een fantastische aanwinst voor zijn kunstcollectie die hij in huis zou halen zogezegd als cadeau voor zijn echtgenote die evenveel om kunst gaf als hij om sport met zijn meer dan 100 kilo. Dit dubbel resultaat zou het berekend risico dat Gilbert een andere heler of kunstvervalser in de arm zou nemen meer dan waard zijn.
Heinzburg kreeg bijna medelijden met Gilbert. Net als de Joden die hij in de schuur had laten opsluiten, had hij de man voor zijn kar gespannen nadat zijn spionnen hem hadden verteld dat Lodewijk hem goed kende. Daarna had hij met verve, vond hij zelf, zijn rol van corrupte ambtenaar gespeeld en Gilbert ervan overtuigd dat er wel iets te regelen viel. Als arme burger kon de man onmogelijk een kostbaar schilderij bezitten maar misschien kende hij iemand…? En zoals gehoopt had Gilbert aan De Volder gedacht en zo was de bal probleemloos aan het rollen gegaan. Zijn mannen hadden De Volder opgepakt en deze probeerde nu op zijn beurt een overeenkomst te sluiten. Von Heinzburg had overwogen de man een klap voor zijn kop te geven maar had zich bedacht. Waarom zou hij niet nog even met zijn slachtoffer spelen?
De Volder had hem persoonlijk en de Duitse staat voor een fortuin opgelicht. Zijn oversten zouden hem deze kleine vrijheid vergeven. Over de Vermeer zou hij natuurlijk zwijgen of Hitler zou het schilderij onmiddellijk voor zichzelf opeisen.
Het kwam er nu op aan De Volder bezig te houden tot…
Beneden in huis ontstond rumoer. De Volder draaide zich met een ruk om toen de deur van zijn privévertrekken opengegooid werd en een groep soldaten onder leiding van een Gestapo-agent naar binnen stormden. Een dikke man met een rood aangelopen gezicht die duidelijk stikte in zijn te nauwe zwarte jas blafte tegen de rest: “Verhaft den Betrüger!”
“Jawohl, Herr Commandant!” antwoordde een van de soldaten waarna hij naar de anderen gebaarde die zich op een verbijsterde Von Heinzburg stortten.
“Was soll das heißen, Idioten?”
De Volder lachte en antwoordde in het Nederlands aangezien hij wist dat de ander dat voldoende begreep: “Dat betekent dat een Belg, hoe corrupt ook, altijd baas zal blijven in eigen land, Duitser.”

Enthousiast over deze inzending?

We nodigen je graag uit om je mening te geven over deze publicatie. Dat is mogelijk door een commentaar van jou toe te voegen en/of door een waardering te geven. Klik hieronder s.v.p. op het gewenste item!

  • Jouw commentaar toevoegen? Schrijvers stellen je tips en opmerkingen op prijs. Dat is mogelijk in de tekstbalk

    Voeg hier je commentaar toe...
    You are a guest ( Sign Up ? )
    or post as a guest
    Loading comment... The comment will be refreshed after 00:00.

    Wees de eerste om commentaar te geven.

    Je kunt ook een waardering geven voor deze publicatie!
  • Graag jouw waardering voor de kwaliteit van deze inzending: 1=minimaal, 2=matig, 3= voldoende, 4=goed, 5=perfect.
    Schrijf een commentaar
    PLG_VOTE_STAR_INACTIVEPLG_VOTE_STAR_INACTIVEPLG_VOTE_STAR_INACTIVEPLG_VOTE_STAR_INACTIVEPLG_VOTE_STAR_INACTIVE
     
    Je kunt ook een commentaar toevoegen voor deze publicatie!
  • Toelichting

    Op Schrijverspunt kun je in principe bij elke publicatie, d.m.v. een commentaar en/of een waardering, je mening geven. Alleen als een auteur feedback niet op prijs stelt is de mogelijkheid niet zichtbaar. De praktijk heeft geleerd dat de meeste auteurs feedback op prijs stellen. We nodigen je dan ook graag uit om je mening te geven over een publicatie. Dat is op twee manieren mogelijk:

    Commentaar

    Je kunt jouw commentaar geven op een publicatie of reageren op een ander commentaar of reactie.
    • Je kunt jouw commentaar toevoegen in de tekstbalk (Voeg hier je commentaar toe...) van het blok commentaar. Je commentaar is dan direct zichtbaar. Bij je commentaar kun je b.v. ook een emoji toevoegen.
    • Wil je een reactie toevoegen bij een ander commentaar of reactie? Klik dan bij het betreffende commentaar op 'Reageer'. ook dan verschijnt er een mogelijkheid om je tekst toe te voegen.
    • Elk commentaar is welkom. Dus geef gerust aan als je de publicatie met plezier hebt gelezen, maar ook opmerkingen over de stijl en het taalgebruik van de publicatie worden op prijs gesteld. Een mooie manier voor auteurs om eigen schrijfwerk te verbeteren.
    Commentaren of reacties lezen.
    • Bij elke publicatie kun je de commentaren of reacties lezen. Op de homepagina is daarnaast ook nog eens een overzicht van de actuele commentaren/reacties te vinden.
    • Wil je een bericht ontvangen van nieuwe commentaren/reacties dan kun je dat bovenin het blok Commentaar aangeven bij 'Ontvang een bericht bij nieuwe commentaren' of als je zelf een commentaar of reactie geeft.
    • Wil je alleen de commentaren zien bij een publicatie en geen reacties daarop? Klik dan bovenin het blok Commentaar op 'Inklappen alles'.
    Voorwaarden:
    Schrijvers en dus ook wij stellen een commentaar bij een publicatie erg op prijs. We proberen daarbij de mogelijkheid op Schrijverspunt om feedback te geven liefst zonder regels te laten. Dat vraagt alleen soms wat tolerantie en misschien wat invoelingsvermogen voor de ander. Samengevat respecteer elkaar.
    Is een commentaar of reactie volgens jou ongepast? Door met je muis over het commentaar of de reactie te gaan verschijnt er rechts een vlaggetje. Klik daar op om dit te melden bij websitebeheer.

    Waardering:

    Je kunt  commentaar geven op een publicatie, maar het is ook mogelijk om een waardering in cijfers te geven. Bij een waardering gaat om een beoordeling door jou van de kwaliteit van de publicatie. Je kunt kiezen uit 5 mogelijkheden om op te stemmen. 1=minimaal, 2=matig, 3= voldoende, 4=goed, 5=perfect.  De waardering is anoniem.
Hits: 92
Lekkerboek voor betaalbaar leesplezier
Tweedehands boeken
Nu opruiming!

Jeanine Lagendijk: Eenzame sok

- Klik hier!-

Meer publicaties lezen of zelf meedoen aan een schrijfactiviteit?

Klik op een van de mogelijkheden.