SCHRIJFACTIVITEIT: KORT VERHAAL

Een kort verhaal kenmerkt zich doordat de handelingen, gedachten en gesprekken van de personages zijn georganiseerd in een plot van komische, tragische, romantische, satirische of andere aard.  Een kort verhaal is altijd een compleet en zelfstandig leesbaar verhaal.
Bij een kort verhaal geven we de voorkeur aan maximaal 1000 woorden.

Klik voor alle schrijfactiviteiten in het menu op SCHRIJFACTIVITEITEN.

Gehannes met Wannes

Publicatie: | Danny Vandenberk

Je weet niet altijd waarom. Soms gebeuren dingen gewoon. Zeker in de lagere jongensschool. Op een dag kreeg ik een pak rammel van een jongen die kleiner, maar veel sportiever en krachtiger was dan ik. Ergens in een hoekje. Een afrekening waar ik niet op geteld had. Lang blijven stilstaan bij zijn beweegredenen was er niet bij. Het moest blijkbaar. Ik vond het zo vernederend dat ik de klappen in stilte incasseerde. Zonder meer. De dag erna zou alles weer vergeten zijn, dat wist ik. Bij de agressor dan, niet bij mij. Ik sloeg nooit terug, wel dingen op. Na het pak rammel zat ik te bekomen. Met mijn rug tegen het muurtje. Symbolischer kon bijna niet. Mijn neus bloedde. Mijn hart ook een beetje, omdat ik dacht dat iedereen mij graag mocht en dat dat wat net gebeurd was, mij nooit zou overkomen. En ineens was er die bolletjeszakdoek. Ineens was er Wannes. ‘Gaat het een beetje, Danny? Hier, voor je neus. Wat is er gebeurd?’ vroeg hij zachtjes, terwijl hij me rechthielp en me een voorzichtig schouderklopje gaf. Een gebaar dat ik nooit zal vergeten. Hij trok me recht, na zoveel onrecht. ‘Niks,’ stamelde ik. ‘Helemaal niks.’ Hij lachte begrijpend. Eigenlijk lachte hij altijd, in elke situatie. Zijn gezicht leek op dat van een roze biggetje dat altijd alles rooskleurig inzag. Nochtans geen overdreven dik of groot varken, eerder een wat mollig en lollig klasgenootje waar je op kon rekenen. Zachtaardiger dan de barmhartigste der Samaritanen.

Wannes was Wannes, tot ik wat meer begon te lezen, waarna ik hem af en toe Lamme Goedzak noemde, naar het bolle, goedlachse en levensgenietende personage uit de verhalen van Tijl Uilenspiegel. Achteraf las ik in diezelfde boeken dat de echte Lamme Goedzak het ouderlijk huis had ontvlucht omdat hij gepest werd door zijn jongere zus en niet assertief genoeg was om iets terug te doen. Wannes had geen jongere zus en woonde nog netjes thuis. Toen bekroop me het gevoel dat hij op school waarschijnlijk net hetzelfde had meegemaakt als ik. Niet dat we er ooit over spraken. Geklikt werd er niet, tenzij het om een wederzijdse klik ging. Die hadden we.

Op een koude herfstdag maakten we met enkele klassen een busuitstap. We mochten met z’n allen naar een voetbalwedstrijd tussen onze schoolploeg en die van een andere school. Om te supporteren. Dat team bestond uit de meest getalenteerde voetballers van de hogere leerjaren, dus hadden we er weinig voeling mee, wij snotapen uit het tweede leerjaar. Het aanwezige lerarenkorps merkte ons gebrek aan fanatisme op en besloot ons te enthousiasmeren door ons onze kelen te laten smeren tijdens de rust. Bijgevolg kregen we allemaal een blikje frisdrank aangeboden. Het scheen te werken. Na enkele minuten in de tweede helft kwam er meer animo in de tribune waar ik zat. Zoveel zelfs dat het me te luidruchtig werd. Schuin achter het doel van de tegenstander zag ik plots Wannes, Geert en Wim staan. Allemaal jongens waar ik weleens mee optrok. Ik besloot ernaartoe te gaan, want het kabaal rondom mij werd alsmaar intenser. Toen ik op ongeveer dertig meter van het drietal wandelde, trapte een van onze aanvallers keihard richting doel. De bal zoefde als een raket nipt naast de doelpaal, maar trof de rechterhand van Wannes, die niets in de gaten had, aangezien hij volop aan het vertellen was en in de richting van Geert en Wim keek. Waarschijnlijk weer een van zijn grapjes of misschien wel een medisch weetje. Wannes zat vol medische weetjes. In ieder geval (of in klieder geval), het blikje frisdrank dat hij vasthad vloog minstens tien meter verder en onderweg spoot de cola alle kanten uit. Hoongelach op de tribunes en Wannes die zich het apelazarus schrok, maar zich meteen herstelde en het momentum nam door ludiek te molenwieken met zijn armen, als een plompe ballerina op en neer te huppelen en achteraf een diepe buiging te maken. Gejuich en applaus op alle banken!

‘Danny,’ knorde hij toen ik twee minuten later naast hem stond, ‘heb je mijn dansje gezien daarnet? Cool, hé! Ik heb er zowaar dorst van gekregen. Mijn blikje is natuurlijk ingedeukt, vies en vooral leeg en Wim en Geert hebben het hunne al lang opgedronken …’ Als een half uitgedroogde woestijnkruiper keek hij smachtend naar mijn nog bijna volle, koude exemplaar, dat ik heel de tijd voorzichtig tussen duim en wijsvinger had gehouden zodat het de rest van mijn koukleumende handen niet raakte. ‘Hier,’ lachte ik, ‘drink maar leeg als je wilt. Je hebt het verdiend na zo’n prestatie.’ Met grote verbazing keek hij me aan. ‘Ben je gek, Danny? Nee, een paar slokjes wil ik wel, daarna kan ik weer verder!’ Zijn hoofd ging zo snel heen en weer dat zijn nu roze-rode varkenswangetjes van links naar rechts naflapperden.

 Nu moet je weten dat ik eigenlijk niet zo tuk ben op het uitwisselen, delen of gezamenlijk leegtutteren van flesjes, bekers, blikjes en alles waar drank inzit. Daarom stelde ik voor om het hele goedje integraal weg te schenken. Werd niet geaccepteerd. Wannes nam twee flinke teugen en duwde het blikje terug in mijn handen. ‘Weet je,’ zei hij nadat hij een klein boertje had gelaten, ‘eigenlijk drink ik niet graag cola, ik vind dat zo’n medisch smaakje hebben. Het is van origine een mislukt medicijn, wist je dat?’ Ik knikte zomaar wat. Liefst van al zou ik dat blikje meters wegkeilen. Smaken gaat het me toch niet meer. Ik kan hopen dat onze voetballers het dadelijk ook uit mijn hand trappen, dat kan ik. Die kans is jammer genoeg erg klein. Vervelend. Wannes keek me ondertussen een beetje raar aan. Drink eens, man, scheen hij te denken. Je bent toch niet vies van mij? Het moet, Danny, dacht ik. Nu! Anders wordt het te confronterend. Ik nam meteen een grote, gespeeld lustige teug en daarna nog een kleinere, onder het goedkeurende oog van Wannes, die ineens weer helemaal op zijn gemak leek te zijn. Net voor het doorslikken, voelde ik op mijn tong een klein balletje. Toen ik daadwerkelijk slikte voelde ik het nog beter. Het had een zoutige smaak. Ik had ooit van die siroopcola gedronken die niet te best aangelengd was met water en toen had ik ook weleens een brokje gehad, maar dat was zoet. Heel zoet. En dit was zeker geen siroopcola.

 Hoe dan ook, de wedstrijd kabbelde rustig verder zonder veel doelgevaar en eindigde bijgevolg op een bijna logisch 0-0 gelijkspel. Tijdens de terugrit was er flink wat ambiance op de bus. Er werden liedjes gezongen en er werd verteld en gelachen. Ik zat helemaal achteraan met nog een vijftal anderen. Links voor me, op de voorlaatste rij, zat Wannes, geflankeerd door een jongetje uit het eerste leerjaar. Wild gesticulerend vertelde hij een of andere grap over een dokter en zijn patiënt, waarna hij zelf bulderde van het lachen. Toen hij nog wat naschokte, peuterde hij even in zijn neus en riep toen luid: ‘Ken je die van die twee tomaten? Wel …’ Ik glimlachte. Wannes was helemaal in zijn element. Ik keek heel even naar zijn rechterhand, die hij over de armleuning van zijn stoel liet bungelen. Tussen duim en wijsvinger zat hij een bolletje te rollen. Een neuskeutel. Een snotprop. Wat werd ik misselijk toen ik terugdacht aan dat mysterieuze balletje daarstraks in mijn cola. Ik nam mijn zakdoek uit mijn broekzak, schudde hem open en kokhalsde erin. Om het niet te laten opvallen, deed ik tegelijkertijd alsof ik mijn neus snoot. Wannes, die blijkbaar net uitgepalaverd was over zijn tomaten, keek achterom. ‘Danny, Danny, weet je dat het gezonder is om je neus op te halen dan om hem zomaar te snuiten? Door op te halen zuig je immers het slijm uit je holtes. Als je snuit, lopen ze juist vol en kan je zelfs ontstekingen krijgen. Elk mens produceert per dag ongeveer een liter snot, wist je dat? Je merkt dat helemaal niet, omdat het overgrote deel ongemerkt door je keel naar binnen glijdt, maar het is wel zo. Maakt niet veel uit, zegt de medische wereld, ook al zouden er wel negen soorten schimmels in snot zitten. Negen!’

 Wat voelde ik me beroerd en wat werd ik onwel. Of niet? Ik hield me sterk. Humor helpt. Kon ik nu maar gewoon overgeven, dacht ik op dat moment, dan zou ik me kotselijk amuseren. Klein lachje. Omwille van de woordspeling en de speling van het lot.

 

 

Enthousiast over deze inzending? Deel je enthousiasme op sociale media m.b.v. onderstaande buttons.

Reacties:

Iedere bezoeker kan een reactie geven! Schrijvers stellen je tips en opmerkingen op prijs. Wil je automatisch een bericht ontvangen bij een reactie? Klik op de + boven de reacties.
25.07.22
Graag je feedback over de schrijfkwaliteit en schrijfstijl van deze inzending.
Heel leuk verteld Danny!
Show more
0 van de 0 lezers vond deze review nuttig

Ook gratis meedoen aan een schrijfactiviteit? We publiceren je inzending voor minimaal 12 maanden. Meedoen is mogelijk door in te loggen en dan bovenin de pagina op de rode balk te klikken. Nog geen lid? Aanmelden is gratis.