Een kort verhaal kenmerkt zich doordat de handelingen, gedachten en gesprekken van de personages zijn georganiseerd in een plot van komische, tragische, romantische, satirische of andere aard.  Een kort verhaal is altijd een compleet en zelfstandig leesbaar verhaal.
Bij een kort verhaal geven we de voorkeur aan maximaal 1000 woorden.

Klik voor alle schrijfactiviteiten in het menu op SCHRIJFACTIVITEITEN.

Het hypsochroom effect

‘Vooruit jongens en meiden, ik leg het nog één keer uit. Het is en blijft een lastig onderwerp.’
Leg jij het nog maar eens rustig uit hoor, dan zwijmel ik lekker weg bij je zwoele stem...
‘Zonder dat je het weet, heb je het verschijnsel vast weleens gezien toen je in een heldere nacht naar de hemel keek.’
Ja, laten we dat samen een keer gaan doen, lekkere man.
‘Rood licht heeft een langere golflengte dan blauw licht.’
Waarom kunnen we jou niet als vaste leraar krijgen? Die graftak van een Geertstra zorgt alleen maar voor psychische trauma’s. Jij laat me tenminste soppen.
‘Je kunt lichtgolven beschouwen als de stalen veer die ik hier in mijn handen heb. Elke winding is één golflengte, net zoals bij licht.’
Wat heb je toch een lekker kontje in die broek. En die sterke armen…
‘Als ik de veer vastmaak aan het bord…’
Waarom maak je mij niet vast aan je bord? Dan kan je ongegeneerd alle krachten van de natuur op me loslaten.
‘… en ik trek er hard aan, dan wordt de veer langer, dus de golflengte ook. Duidelijk, toch?’
Laat mij maar eens trekken. Ik weet wel raad met je speelgoed.
‘Dat is precies wat er gebeurt als een ster met hoge snelheid van de aarde af beweegt. Het licht wordt uitgerekt waardoor je de ster als rood waarneemt.’
Ik zou de ster in jouw hemel willen zijn en iedere nacht je gezicht willen beschijnen en genieten van hoe lief je slaapt. Dan kruip ik stiekem tegen je aan om me in je armen te nestelen en je te wekken… Samen de sterren van de hemel vrijen…
‘En als ik vervolgens achterlangs de veer hard induw? Wat gebeurt er dan…? Tiffany?’
‘Dan… eh… wordt mijn sterretje blauw?’

Het geproest uit vijfentwintig monden pompt haar hoofd op tot een heteluchtballon. Wat zou ze nu graag wegvliegen of, beter nog, kapot klappen. Meneer van Grovendaele kijkt haar verstomd aan. Ook hij kleurt vijftig tinten roder en kucht zijn gêne weg. Hij schudt zijn hoofd en zenuwachtig pakt hij de klassenagenda die hij openslaat op de pagina van de puntenlijst. Het gelach van de leerlingen verruilt zich voor een onheilspellende ‘oehhh’. Tiffany’s bips schuurt over haar stoel. Als ze aambeien had gehad, waren ze inmiddels tot diamanten geperst en briljant geslepen. De vinger van meneer van Grovendaele strijkt over de cijfers en komt tikkend tot stilstand bij de enige rode van de lijst. De klas verstomt. De man kijkt op en knaagt zijn blik vast in die van Tiffany. Die houdt haar adem in.
‘Kom jij na de les maar eens even bij me.’
‘Ohhh,’ joelt de klas even opgetogen als schertsend.
‘Gaat u haar dan helpen met haar sterretje?’ vraagt een losbol vooraan in de klas met een stalen gezicht.
‘Ja, gaat u haar laten stralen?’ voegt zijn kompaan er giechelend aan toe.
‘Als sterren aan de hemel staan…,’ zingt de halve klas vervolgens in koor. Het gezang trekt als een zware smog door Tiffany’s hoofd.
‘Stilte!’ Van Grovendaele ramt met zijn bezwete vuist op de lessenaar en katapulteert ermee zijn beker warme koffie die zijn kruis binnen een tel in een zompige zeem verandert. ‘Stílte!’ Zijn stem slaat over en de leerlingen rollen over hun tafels van het lachen.
‘Uit die broek, uit die broek!’ roept een stel meiden achterin de klas.
Wanhoop sijpelt uit de ogen van de jonge leerkracht. Zijn lippen trillen en zijn tanden knarsen. Op het moment dat hij met een luide brul de klas tot orde wil brengen, staat Tiffany op. Ze forceert een verleidelijke glimlach op haar gezicht. ‘Ik haal wel even een doekje voor u.’

De bel is zijn redding. Uitgelaten pakken de leerlingen hun spullen bijeen en ze vliegen de klas uit.
‘Wacht! Ik zet jullie huiswerk voor de volgende keer op het bord.’ Zijn stem wint het niet van het rumoer en na een halve minuut laat hij zich met een diepe zucht op zijn bureaustoel vallen. De leegte van het klaslokaal vult hem. Het gejoel van de leerlingen hoort hij zelfs uit het fietsenhok schallen. Hij legt zijn betonnen hoofd in zijn handen en bedwingt zijn tranen. Twee weken bezig en ik kan het nu al schudden, denkt hij. Dit gaat een lang halfjaar worden. Misschien is mevrouw Geertstra al eerder terug van haar zwangerschapsverlof. Hij schudt zijn hoofd als hij bedenkt dat dat wel een heel pessimistische gedachte is.

‘Alstublieft, een doekje voor uw broekje.’ Tiffany’s stem is die van een zingend elfje. Hij schrikt op en stoot zijn neus haast tegen haar borsten die ze deels heeft ontbloot met de geopende bovenste knoopjes van haar blouse. Ze ruikt heerlijk, dat kan hij niet ontkennen. De geur van een rozentuin op een zomerdag walmt van haar verhitte huid. Perplex staart hij naar de blosjes op haar wangen die via haar hals als een punt tussen haar borsten samenkomen. Het geheel lijkt op een hartje. Ze knielt naast hem en gunt hem ermee een wel heel fraai uitzicht op haar vrouwelijkheden. De hete, doornatte vaatdoek die ze op zijn kruis legt, verweekt zijn gedachten volledig. Deppend doet ze de broek af, duidelijk op verkenning naar oneffenheden eronder. Ze gnuift wanneer ze een grote verharding in zijn kruis merkt en kijkt hem hitsig aan.
Van Grovendaele verkrampt en gaat verzitten. ‘Laat mij het maar overnemen, Tiffany. Dank je.’  Hij duwt haar hand weg en wrijft met het doekje over de vlek.
‘Wat hebben we er een zooitje van gemaakt, vindt u niet? Maar eh… laat ze maar lachen hoor, die sukkels.’
‘Ja, inderdaad,’ mompelt hij beschroomd.
‘Waar wilde u mij eigenlijk over spreken, meneer van Grovendaele?’ Ze brengt haar mond vlakbij zijn wang. Haar adem föhnt langs zijn oorschelp. ‘Of mag ik Matthijs zeggen…?’
Hij schraapt zijn keel en knijpt zijn ogen dicht. Enkele tellen blijft het stil.
‘Je hebt een onvoldoende voor natuurkunde, Tiffany. Met dat cijfer mag je volgend jaar zelfs geen examen doen. Ik weet dat je jezelf liever met andere dingen bezighoudt dan met een onderwerp als het hypsochroom effect.’ Hij kijkt haar ernstig aan. ‘Probeer je te focussen op de les en niet op jongens.’
‘Jongens? Há,’ gnuift ze. ‘Denk je nou echt dat ik die puberale flikkers aantrekkelijk vind? Ze laat haar ogen keurend over zijn lichaam glijden. ‘Ik wil een echte man hoor, geen mietje.’
Hij knikt begrijpend en humt.
‘Ik weet zeker dat wij er samen wel uitkomen, Matthijs. Denk je niet? Misschien kun je me dat hypno-gedoe nog eens rustig uitleggen?’
Hij trekt zijn voorhoofd tot rimpels en puft. ‘Ja,’ zegt hij peinzend. ‘Ja, dat kan ik wel.’ Hij staat op en loopt naar het whiteboard. ‘Het hypsochroomeffect is eigenlijk net als de liefde. Op een dag ben je blij met de gedachte dat je eindelijk de liefde van je leven hebt gevonden.’
Tiffany likt haar lippen nat en schaaft haar voortanden lachend over haar onderlip.
‘Je begint rood, want je hart staat in vuur en vlam, begrijp je? Allerlei verwachtingen kruipen in je hoofd. Je maakt van je nieuwe vlam de ideale persoon. Doordat je hem overbelicht, zie je hem door een roze bril. Ach, je kent het vast wel.’
Ze knikt en slaakt een verliefd zuchtje.
‘Maar die lange golf van het rode licht wordt ingedrukt door allerlei nieuwe indrukken die je gaandeweg opdoet.’ Hij pakt een grote, dikke markeerstift uit zijn broekzak en Tiffany’s gezicht betrekt zienderogen. ‘De liefde die met een lichtsnelheid naar jou toe flitst, verschuift daardoor naar een kortere golflengte, namelijk die van blauw licht.’ Hij tekent de golf uit op het bord. Op het einde is die niet meer dan een opeenstapeling van bedenkelijke rimpels.

Meneer van Heusdenhout koekeloert langs de deurpost. ‘Waar blijf je nou, lieverd?’ Hij schrikt als hij Tiffany ziet. ‘O, je bent nog bezig zie ik. Sorry, ik wacht wel in de auto op je.’
‘Ja, ik kom er zo aan schat,’ roept van Grovendaele en hij wuift hem lieflijk weg.
Tiffany’s mond valt open. Haar maag is een op hol geslagen broodkneedmachine. ‘S… Sorry meneer, ik wist niet dat u… dat jullie…’
Van Grovendaele kijkt haar meewarig aan. ‘Wat jij in mij zag, was niet meer dan een optische illusie.’
Beteuterd staart het meisje naar de lijn op het bord. Die vertroebelt tot een zwart gat in haar opwellende tranen.
‘Wij zullen in de liefde nooit op dezelfde golflengte zitten, Tiffany.’ Hij hangt zijn jas over zijn schouders en pakt zijn koffertje in. ‘Lees voor volgende keer hoofdstuk drie paragraaf zes nog eens rustig door. Ik hoor het wel van je als je dan nog vragen hebt.’ Hij geeft haar een knipoog en loopt richting de deur.
‘Dus het hypsochroom effect is niets meer dan een blauwtje lopen,’ mompelt ze beduusd.
Hij stopt, draait zich om en knikt. ‘Dit akkefietje was vast nodig om je naar de man van je dromen te leiden. Wacht het butterfly effect maar af.’
© Erik van der Velden op .

Enthousiast over deze inzending? Deel je enthousiasme op sociale media m.b.v. onderstaande buttons.

Reacties:

Iedere bezoeker kan een reactie geven! Schrijvers stellen je tips en opmerkingen op prijs. Wil je automatisch een bericht ontvangen bij een reactie? Klik op de + boven de reacties.
30.09.22
Graag je feedback over de schrijfkwaliteit en schrijfstijl van deze inzending.
Grappig verhaal dat de lezer eerst op de verkeerde been zet. Ik vond zelf de intro wel een beetje lang voor al dat hitsige gedoe, haha.. Om je punt te maken, kon het mijns inziens korter. Klein (typ?)foutje: "akkefietje" (één-na-laatste zin) is geloof ik met een f. Ik vond het erg leuk dat het begon als een tikkeltje perverse dagdroom, maar dat het zo plots in een ander 'verhaal' overslaat. Persoonlijk vond ik wel veel dingen ongeloofwaardig, soms naar mijn idee om een verwijzing/woordgrap naar of over natuurkunde te maken, maar dat is wel te overzien omdat dat het gewoon leuk is om te lezen. Vooral die zin over dat ze zo hard over haar stoel schuifelde dat ze diamanten kweekt, kon ik om lachen. Hopelijk heb je iets aan mijn feedback!
Show more
0 van de 0 lezers vond deze review nuttig