Een kort verhaal kenmerkt zich doordat de handelingen, gedachten en gesprekken van de personages zijn georganiseerd in een plot van komische, tragische, romantische, satirische of andere aard.  Een kort verhaal is altijd een compleet en zelfstandig leesbaar verhaal.
Bij een kort verhaal geven we de voorkeur aan maximaal 1000 woorden.

Klik voor alle schrijfactiviteiten in het menu op SCHRIJFACTIVITEITEN.

Kloris

“Je bent een kloris!”, riep mijn moeder. ‘Kloris’ was het liefdevol bedoelde scheldwoord dat zij gebruikte als ze mijn doen en laten weer eens niet kon volgen. Letterlijk betekent het ‘sukkel’, maar ik heb het altijd maar uitgelegd als ‘een sukkel met een goed hart’. Deze keer is het haar antwoord op mijn mededeling dat ik in m´n eentje een paar weken door de Verenigde Staten ga reizen op zoek naar de wortels van de bluesmuziek.
“Mag je vrouw niet mee?”, vroeg ze met de argwanende ondertoon van moeders die bij hun kind een relatiecrisis vermoeden.
“Jawel”, zei ik. “Het mag wel, maar ik wil het niet. Zij houdt niet zo van de blues als ik. Bovendien kun je je eigen avontuur beter vinden als je alleen bent, omdat je dan met niemand rekening hoeft te houden".

Een week later beleefde ik een van de mooiste momenten van mijn leven, toen ik op het podium van een bluesclub in Memphis een zelfgeschreven nummer stond te spelen met de huisband. Het lot had mij in contact gebracht met iemand die ik toevertrouwde dat ik in een bluesband zit. Ze nam me mee naar de club en introduceerde me bij de bandleider die ze bleek te kennen. Voor ik het wist werd ik aangekondigd en speelde ik in het hol van de bluesleeuw met succes een eigen nummer in een zoete wolk illegale hasj.

“Zie je nou wel, mam”, zei ik naderhand triomfantelijk tegen mijn moeder. “Als ik naar jou had geluisterd, was ik daar nooit terechtgekomen!”
“Oh, maar je hebt heel goed naar mij geluisterd, hoor". 
“Hè? Nee, hoor, want ik ben toch gegaan?”
“Ach kloris, ik ben je moeder. Ik wist allang dat ik je niet kon tegenhouden. Als ik je een kloris noem wil jij bewijzen dat het niet zo is dus dan pas je extra goed op jezelf. Ik ken je toch? Ik heb ook nog sint Antonius gevraagd een beetje op je te passen".

Inmiddels is mijn moeder al enige tijd niet meer onder ons en dat is maar goed ook. Haar laatste jaren waren een kwelling. Het hoefde voor haar niet meer. “Kun je me niet een beetje helpen, jongen?”, vroeg ze, toen zij al een paar jaar gebukt ging onder een voltooid leven. Ik wist geen raad met die vraag en dat verwachtte ze vast al van haar kloris. Ik hoopte dat haar levenslange steun en toeverlaat, sint Antonius, er bij moedertje natuur op zou aandringen háár solotrip wat te bespoedigen. De goede sint stelde mij eerlijk gezegd teleur!

Als ik tijdens vakanties een kerk bezoek, ga ik desondanks steevast naar een Antoniusbeeld en steek voor mijn moeder een kaarsje op bij die lummel. Ik zie haar dan voor me, met haar onberispelijk vuurrood gelakte nagels en de torenhoge hakken waarmee zij haar gebrek aan lengte compenseerde en zij zich kittig door het leven klikklakte. Dan hoor ik haar zeggen: ”Ach, kloris wat een onzin. Ik woon nu immers samen met Antonius!”
© Martin Reekers op .

Enthousiast over deze inzending? Deel je enthousiasme op sociale media m.b.v. onderstaande buttons.

Reacties:

Iedere bezoeker kan een reactie geven! Schrijvers stellen je tips en opmerkingen op prijs. Wil je automatisch een bericht ontvangen bij een reactie? Klik op de + boven de reacties.