Een kort verhaal kenmerkt zich doordat de handelingen, gedachten en gesprekken van de personages zijn georganiseerd in een plot van komische, tragische, romantische, satirische of andere aard.  Een kort verhaal is altijd een compleet en zelfstandig leesbaar verhaal.
Bij een kort verhaal geven we de voorkeur aan maximaal 1000 woorden.

Klik voor alle schrijfactiviteiten in het menu op SCHRIJFACTIVITEITEN.

Waar is Walter?

Als je de ambitie koestert om een dagje ouder te worden, zeker van een bende tieners, hou er dan rekening mee dat je tijdens dat etmaal ongetwijfeld enkele keren in je auto zal springen om het nageslacht naar allerlei bestemmingen te chaufferen. Zonet nog bracht ik mijn jongste zoon bijvoorbeeld naar de kinesist, ergens in een naburige gemeente. Zonde om in de auto te blijven wachten nu de ochtendstond goud in de mond heeft en ik uitblink in bewegingsdrang, dus vind ik het een briljant idee om een eindje te gaan wandelen. Aangezien ik weet dat de behandeling een half uur zal duren, besluit ik exact 14 minuten heen te stappen en daarna rechtsomkeert te maken, zodat ik zeker niet te laat terug bij de kinesist ben. Zekerheid inbouwen heet dat, een noodzaak omdat ik deze buurt helemaal niet zo goed ken.

Na amper vier minuten marcheren zie ik een fietser gezwind dichterbij komen. Ik heb het in feite niet zo op snel naderende dingen, zeker niet als ze recht op me af lijken te komen. Het eerste wat me opvalt zijn twee gigantische flaporen en een stijlvol hoofddeksel: een geruite tweed pet in allerlei herfstkleuren. Voorts draagt de man een donkergroen hemd met een zwarte debardeur, een lange, bruine pofbroek en onderaan, net boven elke enkel, een fietsspeld. Decennia is het geleden dat ik die dingen nog zag. De oude, overklede man – ik zweet me nu al de pleuris in mijn T-shirt en bermuda – met de snelle benen schijnt zich van seizoen en van eeuw vergist te hebben en lijkt zo weggefietst te zijn uit die oude Engelse televisiereeks over die dierenarts waar me ik me met de beste wil ter wereld niets meer van herinner, buiten de welluidende titel: All Creatures Great & Small. De oude fietser kijkt onafgebroken in mijn richting. Dat heb ik weer, denk ik meteen. Ik wandel op voor mij zo goed als onbekend terrein en dan komt er geheid zo’n lukraak iemand naar je toe om de weg te vragen. Soms denk ik dat ik een alleen voor mij onzichtbaar fluorescerend hesje draag met daarop ‘stadsgids’ gedrukt, of ‘dorpsgids’ in dit geval. Met een kluitje in het riet, van de regen in de drop of van hot naar haar, ik wijs zo druk met al mijn ledematen dat ik een vierarmenkruispunt op mezelf word. In mijn nachtmerries krijg ik soms visioenen van hoge stapels beenderen in ruïnes van tunnels die overwoekerd zijn door hoge planten of onkruid en van samen te puzzelen skeletten nabij de meest afgelegen en troosteloze landweggetjes. Allemaal stakkers die ooit aan mij de weg vroegen. Net als ik opzij wil springen, gaat hij keihard in de remmen. Op geen meter afstand draait hij bruusk voor me in, springt hij fluks uit het zadel, zet hij zijn fiets tegen de gevel van een ietwat vervallen bungalow en belt hij aan. Ik ben lucht.

In alle consternatie is mijn schoen weer eens losgeschoten. Door orthopedische beslommeringen draag ik tegenwoordig schoeisel met een draaiknop, zoals wielrenners. Verrekte veilig, zeker als ik zelf fiets, want op die manier kunnen je veters nooit rond je trapper draaien. Is me in het verleden tweemaal overkomen. Gelukkig telkens in dronken toestand, zodat de pijn en de vernedering bij het stil- en uiteindelijk opzij vallen iedere keer nogal meevielen. Keerzijde van de medaille is dat die knoppen enorm snel lossen. Bij mij toch. Komt het door mijn hoge wreef, omdat ik er af en toe over wrijf of ze gewoon even aanraak, feit is dat mijn draaiknoppen erg gevoelig zijn. Ongewoon is het niet, want ik heb het ook al van vele anderen gehoord, zij het in een vaak iets meer seksuele context.

Heel erg lenig of motorisch sterk ben ik niet. Bijgevolg zet ik me op een knie om mijn schoeisel te fatsoeneren zonder evenwichtsproblemen. Puur uit nieuwsgierigheid, ik geef het toe, doe ik dit alles heel erg langzaam. Intussen kijk ik naar de Engelse dierenarts uit de jaren dertig. Hij huppelt ongeduldig op en neer en schraapt twee keer zijn keel.

Plots zwaaide de krakkemikkige voordeur open. ‘Zorg dat ge in bed ligt, onnozelaar!’ Ik kon zo naar binnen kijken. Niemand te zien. Ik hoorde alleen die rauwe, hese vrouwenstem. De oude man was gestopt met huppelen na een veel grotere sprong achterwaarts. Hij schraapte zijn keel nog een keer, schuifelde opnieuw naar voren, klopte op de open voordeur en stak zijn hoofd voorzichtig door de deuropening.

‘Rita? Ik ben het. Richard!’ zei hij ietwat bevreesd. Hij had zijn pet afgenomen en wriemelde zenuwachtig aan het kleine klepje. Ineens leek het wel alsof zijn oren slap langs zijn hoofd hingen, zoals bij een langorig hondje dat iets mispeuterd heeft en net berispt werd door zijn baasje. Zijn naam sprak hij overigens niet uit op z’n Engels, maar op z’n Frans. Vond ik een beetje jammer, want ondertussen deed hij me ook een beetje denken aan de gelijknamige echtgenoot van Hyacinth Bucket uit Keeping Up Appearances. Mrs. Bucket had trouwens ook de gewoonte om haar naam op z’n Frans uit te spreken, maar dan omdat het chiquer klonk.

Toen verscheen een grote, graatmagere gedaante in de deuropening. Rita had kort, zwart haar in een moderne snit en droeg een skinny jeans en een wit hemdje zonder mouwen. Op haar uitgemergelde armen stond hier en daar een tattoo. Ik schatte haar een jaar of vijfenzestig, al deed ze alle moeite van de wereld om er de helft jonger uit te zien. Ze was verrast, doch nauwelijks gegeneerd of minder boos. Voor ze iets zei, trok ze nog eens aan haar sigaret.‘Richard? Wat doet gij hier? En waar zit Walter? Ik dacht dat ge Walter waart. Jullie gingen gisterenavond biljarten en hij is nog altijd niet thuisgekomen. Elke keer hetzelfde liedje met Walter. Altijd maar zuipen! De dronkaard! Wacht tot hij thuiskomt! Hij zal ervan lusten! Zeg het, waar is hij?’

‘Ik weet het niet, Rita. Ik ben gisteren niet gaan biljarten. Ik kwam jullie uitnodigen voor de eetdag van de zeilclub, waarvan ik pas voorzitter ben geworden. Ik ben nogal populair bij de leden. Ze zeggen allemaal dat ik daadwerkelijk vooraan op hun zeilboot zou moeten zitten om mee te varen, vanwege mijn oren. Haha! Grapje natuurlijk van hunnentwege, al zijn ze wel nogal groot en als de wind gunstig zit … Enfin. Zelf ben ik dus niet gaan biljarten, Rita. Ik mocht n… Ik bedoel: Jenny had liever dat ik thuisbleef. Gisteren was onze huwelijksverjaardag en we hebben het gezellig gemaakt onder ons tweetjes, met wat huisbereide hapjes en drankjes en een leuke, romantische film. Je kent dat.’

Rita zuchtte. ‘Nee, ik ken dat niet. Gij zijt tenminste een echte vent! Die van mij kent geen romantiek. Alleen bier, biljarten en voetbal. Kom efkes binnen, Richard, dan maak ik koffie en kunnen we wat verder babbelen over uw grote … lichaamsdelen.’ Vlak voor ze dat laatste woord gezegd had, knipoogde ze, trok ze Richard naar binnen en duwde ze hem voor zich op. Toen ze de deur vastnam om deze met een smak achter zich dicht te gooien, keek ze even naar buiten en merkte ze mij op. Ik zat daar nog steeds op één knie, als aan de straat genageld, maar in werkelijkheid enkel en alleen uit opsensatie en interessante nieuwsfeiten. Pas nu voelde ik dat mijn knie heel erg pijnlijk was en dat ik op het punt stond om een kramp in de kuit van mijn andere been te krijgen.

‘En wat zit gij daar zo stom te zitten en ons af te gapen, kletskoppige brilsmurf? Sta recht en trap ‘t af, jong, tenzij ge weet waar Walter is, of ik laat mijn Rottweilers los.’

Heb ik dat goed gehoord? En zei ze dat echt in het meervoud? Nog nooit was de pijn en stramheid zo snel uit mijn ledematen verdwenen. Die vier minuten heenweg van daarstraks werden hijgend en piepend een secondje of vijfenveertig in de omgekeerde richting. Toen mijn zoon even later in de auto stapte, vroeg hij waarom de autoruiten zo beslagen waren, waarom ik allemaal van die rode bobbeltjes op mijn rechterknie had en waarom mijn hoofd één grote rode bobbel leek. ‘Doe die deur dicht! Papa heeft even wat gejogd en een paar turnoefeningetjes gedaan, jongen, zoals jij bij de kinesist. Jij zweet toch ook een beetje? Weet je wat? We gaan ergens ver weg van hier iets drinken, dat hebben we wel verdiend.’

 

 

© Danny Vandenberk op .

Enthousiast over deze inzending? Deel je enthousiasme op sociale media m.b.v. onderstaande buttons.

Reacties:

Iedere bezoeker kan een reactie geven! Schrijvers stellen je tips en opmerkingen op prijs. Wil je automatisch een bericht ontvangen bij een reactie? Klik op de + boven de reacties.