Kort verhaal

Een kort verhaal kenmerkt zich doordat de handelingen, gedachten en gesprekken van de personages zijn georganiseerd in een plot van komische, tragische, romantische, satirische of nog andere aard.  Een kort verhaal is altijd een compleet en zelfstandig leesbaar verhaal. Dus geen vervolg! 
Fragmenten uit gepubliceerde manuscripten of vervolgverhalen zijn niet toegestaan en verwijderen we! Bij een kort verhaal geven we de voorkeur aan maximaal 1000 woorden.

Ga s.v.p. naar het overzicht van deze schrijfactiviteit om ook jouw verhaal/gedicht toe te voegen.

122 Hits

Publicatie op:

Op zoek naar schrijfwedstrijden?

Wrede vrijheid

Wat een weer weer. Regen, regen en nog eens regen. Ik word er zowaar herhaalderig van. Goed voor de planten en de tuinbouw, zegt mijn vrouw opvallend opgewekt, terloops en mogelijkerwijs loops, maar mijn daaropvolgende voorstel tot voortplanten wordt meteen weggewuifd als een wuivende palm in de wiegende westenwind. Zelf ben ik niet zo plantaardig of plantvaardig. Ik kijk wat naar buiten, staar naar de twee kleine palmpjes in onze voortuin en merk dat de zon al de hele dag succesvol verstoppertje speelt. Die gedachte katapulteert me onwillekeurig terug naar mijn kindertijd.

Daar zaten we, in de schaduw van een hoog huis. Een tiental kinderen dat zich vreselijk zat te vervelen. Het was broeierig warm en het leek erop alsof iedereen zich naar het einde van de zomervakantie sleepte. Of iemand alsnog een voorstel had om iets te doen. Slapen. Suffen. Klagen. Sommigen hadden hun voeten in een emmer water gestoken, anderen waren vijf minuten eerder naar de voorbijrijdende ijsjesverkoper geslenterd en zaten zomaar wat voor zich uit te likken.

Ik observeerde. Ik denk dat dat vroeger ingebakken zat in het ‘de jongste van de groep zijn’. Verleren doe je dat nooit en in groep hoef ik heden ten dage lang niet de jongste te zijn om de boel obsessief te observeren. Ik zag een bende luie apen en ik zweeg zolang ik kon, ook al was ik rusteloos vanbinnen. Ik kon maar moeilijk begrijpen dat de anderen niet het laatste uit de vakantiekan wilden halen. Het einde was immers nabij. Eens de schoolbel opnieuw zou luiden, was het definitief gedaan met de vrijheid. Op mijn sokken probeerde ik blootsvoets de stoute schoenen aan te trekken.

‘Waarom spelen we niet eens verstoppertje met z’n allen?’ zei ik kwiek.

Het gebeurt wel vaker dat mensen elkaar vreemd bekijken en in lachen uitbarsten net nadat ik iets gezegd heb, maar vandaag was het anders. Helemaal niemand keek naar een ander. Ongeloof, verwarring, verbijstering, onbegrip en een zwoele, vochtig warme zuchtstroom blies in mijn gelaat. Gelatenheid ook. Ontsteltenis bij ontstentenis van elke mogelijke vorm van enthousiasme. IJsjes smolten plots veel sneller.

‘Ga gewoon weg,’ zei iemand kwaad. Ik weet niet meer wie. ‘Je deelt niet in het groepsgevoel, snotaap. Je hoort er niet bij. We verbannen je.’ Ik weet opnieuw niet meer wie. Ik was te onthutst om te kunnen onthouden. Mij een snotaap noemen! Het hoongelach hoor ik wel nog steeds.

Mijn tijd van gaan was in elk geval gekomen, zoveel was duidelijk. Zelfrespect, eigenwaarde… Dat soort dingen. Zelfs op je negende ben je er jezelf van bewust. Ik ging naar huis, zocht en vond een lege bloemenvaas in de vorm van een kruik, vulde deze met water en vroeg aan mijn moeder of er nog brood was. Dat was zo. Nog een half, maar dat was van eergisteren en niet eens gesneden, omdat we de laatste dagen pannenkoeken, sandwiches en pistolets gegeten hadden. Ik vond het oude brood perfect en nam het mee. Mijn moeder vroeg ongerust wat ik ermee van plan was en waar ik naartoe ging. Fanatieke moeders zijn altijd wel een beetje bezorgd, hele gedrevene op het overbezorgde af. Zeker de mijne. ‘Zomaar. Naar nergens, ma. Maak je geen zorgen. Ik kom vanavond terug en ik blijf in de buurt. Als je roept, hoor ik je en kom ik meteen terug,’ zei ik vastberaden, hopend dat ze me dan een hele tijd gerust zou laten.

Ik liep naar het tuinhuis en sloot mezelf op. Half brood en kruikje water naast me, zoals de gevangenen in stripverhalen. De zware ketting rond mijn been en de loden bal eraan fantaseerde ik er moeiteloos bij. De oude gevangenisbewaker ook. Hij had de snuit en het kapsel van een baviaan en keek zenuwachtig om zich heen. Ik was immers een zware crimineel die zopas negen apen in gedachten vermoord had en zulks is bij wet verboden in het apenland België. Dat van dat apenland had ik gisteren gehoord tijdens een politiek debat op de televisie. Het was het minst saaie woord van heel de uitzending en ook ongeveer het enige waar ik me iets bij kon voorstellen.

Ik herkauwde mijn zonden en filosofeerde over het leven. Hier zit ik nu mooi te zitten, dacht ik, hopeloos opgesloten in een snikheet tuinhuisje terwijl ik een kwartiertje geleden nog het maximale uit mijn laatste greintje kinderlijke vrijheid had willen halen. Alles is naar de vaantjes! Ik mijmerde en droomde over dingen die ik nog zou kunnen doen als ik mijn straf uitgezeten had. Volgende week was er nog de kermis, traditioneel de laatste spectaculaire stuiptrekking van de grote vakantie, het ultieme wapenfeit. Verdorie, ik zal maar zwijgen over stuiptrekkingen en wapenfeiten. In gedachten zag ik de ravage die ik voordien had aangericht: creperende chimpansees, bloedende bonobo’s, onthoofde orang-oetans en rillende gorilla’s…

Ontsnappingspogingen ondernam ik niet. Ontspanningsmogelijkheden waren er niet. Ik moest en zou het uitzweten. Mezelf emotioneel en lichamelijk kastijden. Hoe langer ik in dat broeierige tuinhuisje zat, hoe meer ik ervan begon te genieten, van dat positief gepieker. Ik bleef maar fantaseren en plannen maken en had allerlei kleine voorpretjes. Vanaf morgen zou ik het maximale uit het leven halen, daar was ik van overtuigd. Ik dronk gulzig uit mijn kruikje en nam een grote hap uit het brood, legde het dan terug op de vloer en bekeek trots mijn tandafdruk. Het was als bijten in het leven. Ik heb me nooit zo vrij gevoeld als toen.

Allemaal goed en wel, maar veertig jaar ouder en vijfentwintig graden Celsius kouder zit ik hier domweg naar de gutsende regen te staren. Ik haal nog steeds niet het maximale uit het leven, maar heb ook niet het gevoel dat ik iets mis. Als je jong bent, denk je dat de mogelijkheden onbegrensd en eindeloos zijn. Hoe ouder je wordt, hoe langer het lijstje wordt, maar dan van dingen waarvan je beseft dat je er nooit aan zal toekomen.

Naast me merk ik opeens het sierlijke olijfplantje op dat hier blijkbaar al langer dan een week staat. Het heeft toch wel iets gezelligs hier in mijn kamer. Oei, het staat helemaal droog. Gauw dat kannetje daar vullen en water geven. Ziezo, alles weer helemaal onder controle. In kannen en kruiken, denk ik gevat, ontspannen in mijn zeteltje liggend. Even later word ik gewaar hoe vermoeiend het ophalen van herinneringen kan zijn. Ik tuimel in slaap, droom dat ik in de potgrond sta, dat iemand me water geeft en dat ik daardoor gigantisch sterk word. Dromen hebben altijd een betekenis. Ofwel word ik stilaan een plant, ofwel later de Hulk. Groene vingers heb ik al.

 


Als een auteur geen behoefte heeft aan feedback verschijnt er geen review mogelijkheid.

Feedback voor schrijfactiviteiten

Review voor: "Wrede vrijheid"

© Danny Vandenberk
19.05.21
Feedback:
Weer schitterend geschreven Danny, ik heb ervan genoten!
  • Schrijfkwaliteit
    5.0/5
Show more
0 van de 0 lezers vond deze review nuttig

In elke boekenwinkel