Voor schrijvers, door schrijvers
15 publicaties

Ook jouw artikel is welkom en meedoen is gratis.

Proefstuk

Je schrijft veel en graag en bent meestal tevreden over je schrijfresultaten. Je deed al mee aan schrijfactiviteiten en schrijfwedstrijden maar je kunt nu ook een verhaal of gedicht laten zien waar je echt trots op bent of... waar je juist nog over twijfelt maar wat je wel graag aan anderen wilt laten zien.
Dat is nu mogelijk in deze rubriek. Leden van Schrijverspunt kunnen in deze rubriek een schrijfresultaat tonen wat gezien kan worden als een proefstuk van eigen kunnen. Er zijn geen voorwaarden voor genre, aantal woorden, etc. Het is jouw proefstuk wat jij graag aan anderen wilt laten lezen.
Van lezers verwachten we respect voor de publicatie. Beloon de schrijver voor zijn/haar durf en inzet met serieuze feedback. Feedback is een reactie geven (geen advies) op dat wat je gelezen hebt. Het is aan de schrijver om die reactie te vertalen naar een actie.

98 Hits

Publicatie op:
Angstige momenten

Angstige momenten.

‘Tim, waar blijf je nou?’ zei Julia boos toen ze hem eindelijk aan de telefoon kreeg.

‘Wat zeg je, Juul, ik kan jou bijna niet verstaan,’ hoorde ze Tim zeggen.

‘Ik vroeg waar je bleef, ’ probeerde ze het nog een keer door een luidere stem op te zetten.

‘Ik sta hier voor de deur van het huis waar jouw opa en oma vroeger woonden, maar ik krijg de deur niet open. Ik sta hier in de sneeuw te vernikkelen van de kou.’ Lichte paniek was hoorbaar in haar stem.

‘Juul, probeer het eens bij de achterdeur of kun je anders niet een tijdje in de auto gaan zitten. Het duurt nog wel even voordat ik bij jou ben, want het sneeuwt hier behoorlijk en er staat een heel harde wind, waardoor de stuifsneeuw voor veel problemen op de weg zorgt. Door het weinige wegverkeer heeft het zout dat gestrooid is weinig effect. Er is bijna geen doorkomen aan en ik heb al verschillende auto’s met pech langs de kant weg van de weg zien staan.’

Ze baalde behoorlijk. Zelf was Julia, al voor de sneeuwbuien uit, vanuit de kop van Noord- Holland via de Afsluitdijk naar het huis gereden dat midden in een bos lag, in de buurt van Sneek.

‘Waarom ben je dan ook niet wat eerder van huis gegaan. Je wist dat dit weer voorspeld was,’ zei ze op een boze toon.

‘Ik sta hier, in the middle of nowhere, in mijn eentje voor een dichte deur met geen enkel ander huis, dicht in de buurt. Het zal niet lang meer duren voor het donker wordt en dan zit ik in zo’n eng leeg huis, dat al jaren lang leegstaat.’

‘Juul, sorry maar ik moet nu ophangen,’ zei Tim ‘ want ik zie dat de batterij van mijn telefoon bijna leeg is. Hij staat al in het rode gebied, de batterij is nog maar voor 12 % opgeladen.’ Kwaad verbrak Julia de verbinding. Tussen het hoge gras liep ze door de vers gevallen sneeuw naar de achterkant van het huis. Ze schrok toen ze om de hoek van het huis kwam. Eerst wilde ze haar mobiele telefoon weer pakken, maar ze liet de telefoon waar hij was. In de zak van haar jas. De ruit van de achterdeur was ingeslagen en toen Julia aan de deur voelde bleek hij open te zijn.

Jarenlang had het oude landhuis leeggestaan omdat Paake en Beppe na een brand niet meer naar het huis waren teruggekeerd. Beppe werd een steeds groter gevaar in huis door steeds meer dingen te vergeten. Vanwege haar vergeetachtigheid waren Tim’ s opa en oma na de brand in het plaatselijke verpleegtehuis terecht gekomen.

Plannen waren er in de loop van de jaren genoeg geweest om het huis te verbouwen, maar tot nu toe had niemand de daad bij het woord gevoegd. Totdat Tim aan zijn ouders verteld had dat hij er wel voor voelde om het huis te gaan opknappen. Daarom stond ze hier nu voor de deur.

Tim had er goede jeugdherinneringen aan. Vroeger had hij in de zomer vele jaren wekenlang bij Paake en Beppe gelogeerd en vele keren was hij samen met Paake met de zeilboot het water op geweest. Het Sneekermeer. Als het goed was, lag de zeilboot nog steeds opgeslagen in de schuur.

Het begon al te schemeren. Wat moest ze doen. Voorzichtig duwde ze de deur open en ging op zoek naar een lichtknop. Ze keek om zich heen, maar kon geen lichtknop ontdekken in het halfduister. Ze pakte haar mobiele telefoon en drukte op de knop van de zaklantaarnfunctie. Eindelijk kon ze zien waar ze liep en scheen ze met het licht van de telefoon door het huis.

Ze stond in de keuken en hoorde het geluid van een druppende kraan. Zou die kraan al die tijd gelekt hebben, vroeg ze zich af.

Het rook na al die jaren nog branderig en toen ze naar boven keek, zag ze dat het plafond zwart geblakerd was. Onder haar voeten voelde ze glas en serviesgoed kraken.

Op de plek waar vroeger waarschijnlijk de eettafel gestaan had, hing een enkel peertje aan het plafond. Ze liep vanuit de keuken naar de woonkamer. Er stonden meubels in de kamer die er al jaren moesten hebben gestaan en er hing een tinnen lamp met een glazen kap boven de salontafel. Zo’n lamp die haar oma ook nog had gehad.

Nog steeds had ze geen lichtknop kunnen ontdekken tot ze een knop zag vlak naast de deur naar de gang. Ze drukte op de knop en de lamp boven de salontafel ging aan.

Ook in de kamer hing nog steeds een rooklucht. Ze keek nog eens in het rond en toen zag ze pas de schouw met de open haard. Verbeeldde ze zich het of zag ze nog een lichte gloed tussen de as.

Ze begon zich steeds minder op haar gemak te voelen, hier alleen in het grote huis. Toch was ze ook wel een beetje nieuwsgierig. Zou ze Tim nog een keer proberen te bellen of niet? Ze besloot nog even te wachten.

Ze opende de deur naar de gang en nauwelijks in de gang voelde ze de draden van een spinnenweb in haar gezicht. Toen ze op de lichtknop drukte onder aan de trap, flikkerde de lamp op de eerste verdieping even en ging toen uit.

Voordat ze haar telefoon had kunnen pakken, voelde ze iets langs haar benen weg schieten.

Met het licht van haar telefoon scheen ze door de gang en zag een jong katje, weggedoken in een hoek, zitten. Och, wat lief dacht ze even maar toen ze zag ze de grote spin op de muur zitten. Als ze ergens bang voor was dan was het wel voor spinnen.

Aan de ander kant van de trap liep ze naar boven, de spin angstig in de gaten houdend.

Weer meende ze geluiden te horen. Stonden er ergens deuren los of maakte een raam het geluid.

Eenmaal boven voelde ze aan de deuren. Drie ervan kon ze opendoen maar de vierde deur zat op slot. Ze legde haar oor tegen de deur maar hoorde niets. Waarom zat die deur dicht, het was niet de deur naar de badkamer want die was gewoon open. Misschien wist Tim waarom die deur op slot zat. Als hij kwam, wilde ze hem het direct vragen of die deur vroeger ook altijd dicht gezeten had. Ze drukte nog eens hard met haar kont tegen de deur maar de deur gaf geen krimp.

Nog steeds hoorde ze het geluid. Met het hart bonzend in haar keel liep ze de trap op naar de tweede verdieping. De trap kraakte.

Eenmaal boven opende ze de deur van een kamer. In de hoek van de kamer stond een schommelstoel die nog enigszins heen en weer ging. Ernaast lag een oude slaapzak op de grond en het raam stond open.

Opeens schrok ze enorm want een kraai vloog vlak langs haar heen naar buiten. Ze keek naar buiten maar in de sneeuw waren alleen haar voetsporen te zien. Ze liep naar beneden toen ze de telefoon hoorde. Zou ze hem opnemen of niet? 

In het donker ging ze af op het geluid van de telefoon. Uiteindelijk vond Julia de telefoon achter het gordijn in de vensterbank. Ze trilde van de zenuwen en besloot de telefoon te laten rinkelen.

Waarom werd er gebeld? En door wie? Werd het huis illegaal bewoond?

Allemaal vragen die door haar hoofd spookten en haar met de minuut angstiger maakten.

Stond er iemand buiten die haar in de gaten hield? Het liefst ging ze het huis uit maar waar moest ze heen gaan?

Opeens besefte ze dat al haar spullen die ze het komende weekend nodig zouden hebben nog in haar auto lagen. Ze moest wel naar buiten om de spullen op te halen want het was behoorlijk koud in huis ondanks dat ze haar jas nog aan had.

Julia had aan de verwarming gevoeld maar die was koud. Ze had de thermostaat van de verwarming hoger gezet maar zonder enig resultaat.

Ook zag ze geen hout in de buurt van de openhaard liggen om die aan te steken, bovendien drong het tot haar door dat ze geen lucifers of een aansteker bij zich had. Ook al zou er hout bij de haard hebben gelegen, dan had ze er toch niets aan gehad.

Net op het moment dat ze op het punt stond haar spullen zo snel mogelijk uit de auto te halen, ging de telefoon weer over. Ze schrok ervan.

Naar buiten kijkend zag ze dat het harder was gaan sneeuwen en de wind joeg om het huis. Haar voetstappen waren door de vers gevallen sneeuw niet meer te zien. De gebinten op zolder kraakten door de wind zodanig dat het wel leek of het huis op punt van instorten stond.

Julia stond in dubio, zou ze Tim bellen en vragen hoe lang het nog zou duren voor hij bij haar was, of zou ze vlug naar de auto rennen om de spullen eruit te halen?

Ze zat al tien minuten in de oude fauteuil achter in de kamer toen ze besloot Tim te bellen. ‘Waar rijd je nu?’ vroeg ze.

‘Reed ik nog maar, ’ zei Tim ‘ Ik sta langs de kant van de weg. De accu is leeg, met een andere automobilist die hetzelfde probleem heeft, staan we te wachten op de pechhulp van de ANWB. We kregen te horen dat het nog wel de nodige tijd kon duren voordat we geholpen worden. Gelukkig ligt de slaapzak in mijn auto want het is hier koud, bar koud.’ 

‘Dus het kan nog wel uren duren voor je bij mij bent,’ zei ze met een stem waar angst in doorklonk.

‘Tim, er is hier iets heel vreemds aan de hand. De telefoon is hier al twee keer overgegaan. Hoe kan dat als het huis al een hele tijd onbewoond is? Bovendien was de ruit in de achterdeur kapot, was de deur open, de kraan in de keuken lekte en het leek erop of de openhaard nog niet lang voor ik in het huis kwam gebrand had. Het leek wel of ik nog een lichte gloed zag tussen de houtresten. Tim, wat moet ik doen? De telefoon laten rinkelen of niet? Ik moet nog mijn spullen uit de auto halen maar ik durf het bijna niet, bang dat er iemand mij buiten staat op te wachten.’

Tim wist niet goed wat hij moest zeggen. ‘Laat  die telefoon maar rinkelen. Kun je de achterdeur niet op een of andere manier toch dichtdoen of barricaderen, Juul?‘

‘Tim, het is hier al hartstikke donker en hoe en waarmee denk je dat ik dat moet doen?’

‘Sorry Juul, ik probeer zo snel mogelijk bij jou te zijn en bewaar je gezonde verstand. Neem de telefoon niet op.’ Hij hoorde Julia op de achtergrond diep zuchten.

Tim was blij dat hij Julia niet verteld had dat het gerucht in de omgeving ging dat er ’s nachts soms licht in het huis brandde. Woonde er een dakloze of iemand die op de vlucht was?

Of het echt waar was wist hij niet maar uit wat Julia hem zojuist verteld had, leek het er verdacht veel op. Het maakte hem ongerust. De politie had al wel eens een kijkje genomen maar niemand aangetroffen.

Nadat ze Tim opgebeld had, verzamelde ze al haar moed en liep zo gauw als mogelijk naar haar auto om haar spullen eruit te halen. Nergens waren andere voetstappen in de sneeuw te zien, het luchtte haar even op.

Eenmaal weer binnen in huis pakte ze iets om te drinken uit haar tas, ging in de fauteuil zitten, hield haar jas aan en sloeg de slaapzak om haar heen. Ze was moe.

Na een paar uur schrok ze wakker omdat de telefoon weer overging. Slaperig keek ze om zich heen, vroeg zich af waar ze was en pakte zonder er over na te denken de telefoon op.

Eerst hoorde ze niets, toen hoorde ze, als ze het tenminste goed verstond, iemand ‘help‘ roepen en daarna een bulderend gelach.

Van schrik liet ze telefoon uit haar handen vallen, rende naar buiten, de sneeuw in en schreeuwde :’Tim, waar ben je?’

Buiten in de kou drong het pas weer tot haar door waar ze was en keek ze vlug of Tim’ s auto er misschien al stond. Geen spoor van Tim’ s auto.

Julia bedacht zich geen moment en rende naar haar auto. Zittend in de auto deed ze de deur direct op slot, maar ze zag door de sneeuw op de ruiten helemaal niets. Julia startte de auto en zette de ruitenwissers aan, maar er was geen beweging in te krijgen. Er lag al veel te veel sneeuw op.

Ze barstte in huilen uit beseffend dat ze de auto uit moest om de ruiten sneeuwvrij te krijgen. Wanhopig ging ze op zoek naar een ruitenkrabber? Eindelijk vond ze die onder de andere spullen in het dashboardkastje. Voor ze de deur open deed, wilde ze toch Tim nog een keer proberen te bellen. Bij haar laatste telefonische contact met hem had hij haar verteld dat hij de oplader van de automobilist had mogen gebruiken die ook met pech langs de kant van de weg stond. Ze was blij dat ze hem in geval van nood kon bellen.

Ze voelde in haar jaszak. Geen telefoon. Ze had haar mobiele telefoon binnen laten liggen toen ze het huis uitrende.

Ze verzamelde al haar moed en keek in de auto of er niet iets in de auto lag waarmee ze zich kon verweren als iemand haar zou willen aanvallen. Vergistte ze zich of had ze even daarvoor niet een spuitbus in het dashboardkastje zien liggen. Ze klapte het kastje open en ja, gelukkig daar lag een spuitbus met pepperspray. Ze pakte de spuitbus, deed de deur van de auto open en ontdeed de ruiten in een razend tempo van zoveel mogelijk sneeuw en stapte weer in.

Met een zucht van opluchting deed ze deur weer op slot, startte de motor en zette de ruitenwissers op maximale snelheid. Eindelijk zag ze weer wat.

Ze had met hoge snelheid willen wegrijden maar de sneeuw die inmiddels 10 -15 cm dik was belette het haar. Nog steeds vielen er grote vlokken uit de lucht. Op sommige plekken was de sneeuw door de harde wind opgestuwd tot sneeuwwallen van wel een halve meter of hoger. Er was bijna geen doorkomen aan. Af en toe vielen plotseling grote hoeveelheden sneeuw uit de bomen naar beneden op haar auto waardoor ze plotseling geen zicht meer had.

Eenmaal buiten het bos, op weg naar  Sneek, begon ze zich aftevragen waar ze naar toe zou gaan. Ze kende hier verder niemand en er brandde in vrijwel geen enkel huis nog licht.

Ja, het politiebureau was misschien een mogelijkheid om naar toe te gaan en haar verhaal te doen maar het was inmiddels na middernacht. Zouden ze haar wel serieus nemen of haar niet voor gek verklaren?

Zo reed Julia nog een tijd doelloos rond en besloot toch maar weer naar het huis van Tim’ s opa in het bos te rijden. Misschien was Tim inmiddels wel bij het huis aangekomen en zou hij zich ongerust afvragen waar ze was.

Julia reed het bos weer in en vlakbij het huis zette ze even het grote licht aan om te zien of ze iets bijzonders zag. Alles leek nog hetzelfde als toen ze in paniek naar buiten was gerend.

Nadat ze was uitgestapt en de auto op slot had gedaan, zocht ze een weg in de duisternis. Al haar voetstappen van enkele uren daarvoor waren al weer bedekt door de vers gevallen sneeuw.

Voor ze  het echt besefte, zag Julia dat de fauteuil waarin ze eerder op de avond nog gezeten had omgedraaid in de kamer stond. Even stond ze door de schrik aan de grond vastgenageld. Ze wilde wegrennen maar ze struikelde over het kleed dat op de vloer lag. Toen ze omkeek zag ze dat de stoel weer stond zoals hij eerder gestaan had en zag iemand met een capuchon over het hoofd en een donkere bril op vlak achter haar staan. Hij opende zijn mond en ze hoorde weer een bulderend gelach. Dezelfde lach als die ze eerder aan de telefoon had gehoord.

Een moment dacht ze aan vluchten maar toen ze opgekrabbeld was, pakte hij haar vast en sleepte haar naar de stoel waarin hij kort daarvoor gezeten had. Ze spuugde hem in het gezicht en schopte met alle macht die ze in haar had van zich af, maar hij was veel sterker. Toen hij haar handen wilde vastbinden met een touw, slaagde ze er nog net in een flinke haal over zijn gezicht te geven. ‘Vuile teringlijder, ’ zei ze terwijl ze hem minachtend aankeek.

‘ Wat moet je hier in dit huis? Een huis dat helemaal niet van jou is. Lazer op, vlucht nu het nog kan.’

De man deed de capuchon van zijn hoofd en zette de bril af. Toen zag ze pas dat hij een lap voor het rechteroog had. Hij kwam met zijn gezicht vlak voor haar en toen zag ze dat hij met een oog grijnsde.

‘ Een ongelukje,’ zei hij.  ‘Enkele jaren geleden heb ik een oog moeten missen door die rotjongens die mij altijd pesten. Tijdens oudejaarsnacht ontplofte illegaal vuurwerk vlak voor mijn gezicht. Het scheelde niet veel of ik had het andere oog ook moeten missen.’

Hij ging tegenover haar zitten en scheen haar met een zaklantaarn in het gezicht. Nu zag ze hem pas goed. Ze schatte hem op een jaar of veertig.

Toen hij even wegliep om een glas water te pakken, zag ze dat hij moeilijk liep. Hij hinkte.

De man ging weer tegenover haar zitten en vroeg Julia of ze ook in ‘het vak’ zat.

 ‘Welk vak?’ vroeg ze op een manier alsof ze het niet begreep.

‘In de prostitutie,’ zei hij op een manier waarvan ze niet wist wat ze er van moest denken. ‘Ben je geen hoer, soms?’ vroeg hij terwijl hij met zijn hand haar jurk een eind omhoog schoof.

‘Blijf met die rotpoten van mij af, ’ schreeuwde ze. ‘Rustig meisje,’ grinnikte hij ‘ ik ben hier de baas.’ Ze besefte dat ze maar beter niet zoveel meer kon zeggen nu Tim er nog niet was.

Het was haar opgevallen dat hij niet alleen een oog miste, maar ook twee vingers aan zijn rechter hand. De ringvinger en de pink. Op de plek ervan zaten alleen nog maar twee korte stompjes. Een rilling ging over haar rug.

‘Ben je hier alleen of komt die pooier van jou ook nog?’ vroeg hij.

‘Waar heb je het in hemelsnaam over en wie ben jij eigenlijk wel?’ vroeg ze omdat ze hem helemaal zat was.

De man liep nog een keer naar buiten en toen hij weer binnenkwam, pakte hij haar vast en zei: ‘ we gaan naar boven.’ Hij duwde haar voor zich uit de trap op, af en toe schopte ze achteruit om hem proberen te raken en uit zijn evenwicht te brengen. Het lukte niet.

Hij zette haar in de schommelstoel bij het raam, deed een touw om haar benen en plakband op haar mond. Ze hoorde dat hij de deur op slot draaide en even later de trap afliep.

Ze probeerde haar handen en voeten los te wurmen, maar het touw kwam niet losser te zitten. Met haar voeten op de grond probeerde ze de stoel dichter bij het raam te krijgen zodat ze misschien op de een of andere manier Tim kon waarschuwen. Cm na cm schoof de stoel dichter naar het raam.

Wakker blijven, wakker blijven schoot er door haar hoofd. Zolang zou het toch niet meer kunnen duren voordat Tim zou komen. Af en toe dreigde ze even in slaap te vallen.

Voor haar gevoel zat ze al weer een paar uur in de zolderkamer toen ze heel in de verte het licht van twee koplampen zag. Steeds dichter kwam de auto dichterbij en stopte naast haar auto. ‘Tim, kijk uit, ’ wilde ze wel gillen maar ze kwam niet verder dan een gesmoord ‘mmm.’

Tim had verwacht dat Julia wel naar buiten zou komen rennen, maar toen dat niet gebeurde en hij zag dat er geen licht brandde in het huis van zijn opa, voelde hij dat er wat met haar aan de hand was. Uit voorzorg nam hij zijn honkbalknuppel, die hij altijd achter in zijn auto had liggen, mee toen hij uit de auto stapte.

Hij wist nog uit de tijd dat hij als kind bij Pake en Beppe logeerde dat er nog een pad door het bos liep, waardoor hij ook achter het huis kon komen. Julia zag hem vanuit het raam het bos in lopen. Op het moment dat ze hem niet meer kon zien, voelde ze iets langs haar been omhoog kruipen. Ze durfde niet te kijken maar opeens merkte ze dat het hier niet bij bleef. Ook op haar andere been kroop wat omhoog. Het gekriebel op haar benen dwong haar ongewild toch te kijken. Ze wilde gillen en weglopen maar de tape op haar mond  en het touw om haar benen belette dat.

Om haar stoel krioelde het van de muizen . Sommige zaten al op de hoge leuning van de schommelstoel en deden verwoede pogingen om achter in haar jas te kruipen.

‘Tim, Tim help me’ ging er door haar hoofd. Met tranen in haar ogen keek ze naar buiten. Tim zag ze nergens meer.

Opeens hoorde ze  een harde plof beneden, net of er iets viel. Gespannen luisterde ze naar het gestommel beneden, er werd geschoven met een stoel. Daarna werd het stil, veel te stil naar haar zin. Waar bleef Tim?

Toen Tim niet kwam, vreesde ze dat hem iets overkomen was. Ze liet haar tranen de vrije loop en alles wat er die dag gebeurd was, kwam als een film in haar gedachten weer voorbij. Slapen lukte haar niet en haar gedachten dwaalden af naar de tijd dat ze Tim, haar jeugdliefde, na jaren weer ontmoet had op het strand in de Algarve, druk in de weer met zijn surfplank.

Ze had met haar beste vriendin, Milou, op het strand in de zon liggen bakken, was even opgestaan en had de zee en het strand afgetuurd om te zien of ze nog een bekende zag. Ze wist zich nog goed te herinneren dat ze Milou wakker had gemaakt, die na weer een korte nacht, in slaap gevallen was.

‘He Milou, moet je eens even daar kijken. Vergis ik me of is het Tim Albeda die ik daar met zijn gespierde lichaam in het water zie staan?’ had ze met opwinding in haar stem gezegd.

Milou was rechtop gaan zitten en had geleken in de richting waar Julia gedacht had haar oude vriendje te zien. Milou had getwijfeld

‘ Ik weet het niet. Had hij vroeger niet veel langer haar? Kom op, dan lopen we er even naar toe.’

Julia was het strand op gerend omdat ze bijna zeker wist na lange tijd haar jeugdliefde weer te zien.

‘Wacht even,’ had Milou haar na geroepen .‘Ik wil ook mee.’

Op een meter of vijftig afstand wist Julia het zeker dat het Tim was. Alleen had hij nu mooie blonde korte krullen.

‘ Tim,’ had ze geschreeuwd naar de jongen die in de branding stond. Meteen had hij Julia ook weer herkend.

‘ Hoi Juul, wat doe jij hier. Zit je niet in Zuid Frankrijk,’ had hij gezegd.

‘Nee joh, die tijd is gelukkig voorbij. Zullen we even naar die strandtent lopen, ik ben blij jou weer te zien en we hebben heel wat bij te kletsen. Ik heb jou al die jaren gemist.’

In die vakantie, ongeveer 2,5 jaar geleden, bloeide de liefde tussen Tim en Julia weer helemaal op.

Het was allang weer licht geworden toen Julia gestommel op de trap hoorde. De deur ging open en de man met de lap voor het oog liep naar haar toe. ‘Lekker geslapen,’ zei hij met een grijns op zijn gezicht.

‘Er zit geloof ik iemand  beneden op jou te wachten. Hij dacht mij te slim af te zijn maar ik ken dit bos op mijn duim. Ik kom hier al jaren en was vroeger kind aan huis. Jarenlang heb ik de oude Albeda geholpen met het opknappen van zijn zeilboot en onderhield ik hier de tuin. Nu het huis onbewoond is, hebben stemmen in mijn hoofd mij van hogerhand opdracht gegeven dit huis te gebruiken om drugsverslaafden en prostituees aan een onderdak te helpen.’

Julia wilde hem wel vermoorden, zo voelde het van binnen.

Eindelijk maakte hij het touw om haar benen los en haalde de tape van haar mond.

‘Smeerlap,’ zei ze ‘ Wat heb je met Tim gedaan? ’

‘ Dat zal  je zo wel zien, naar beneden.‘ Hij pakte haar ruw beet en duwde haar voor zich uit de trap af.

In de kamer zat Tim vastgebonden op een stoel en met tape voor zijn mond geplakt.

‘Tim,’ zei ze ‘ wat heeft die idioot met jou gedaan,’  toen ze het bloed zag dat door het verband kwam dat om zijn hoofd zat.

Tim probeerde zich los te wrikken, maar het touw om zijn handen en benen zat nog te strak.

De man bond Julia weer vast in de stoel waarin ze eerder vastgebonden gezeten had, haalde de tape van Tim’ s mond en ging bij hun zitten.

‘Vertel me nu eerst maar eens wie jullie zijn en wat jullie hier komen doen hier.’ 

‘Denk maar niet dat je hier mee wegkomt,’ zei Tim. ‘ Ik ken jou ergens van. Er schiet mij iets te binnen. Jij bent gekke Jelle, de dorpsgek die door iedereen uitgelachen en gepest werd. Alleen Pake had medelijden met jou en nam jou vaak in bescherming. Volgens mij heb jij op de lagere school nog bij hem in de klas gezeten. Als Pake wist dat jij ons hier vasthield, dan zou hij spijt hebben dat hij jou vroeger geholpen heeft .’

Gekke Jelle reageerde er niet op, maar liep weg naar de schuur waar vroeger altijd de zeilboot lag opgeslagen in de winter. ‘Ik moet nog even wat doen,’ zei hij toen hij wegliep.

Onderwijl probeerde Tim het touw van zijn handen en voeten los te krijgen. Het duurde nogal een tijd voordat Tim de achterdeur weer open hoorde gaan en gekke Jelle binnenkwam. Tim voelde dat het touw om zijn voeten al een stuk losser zat en ook bij zijn polsen voelde hij wat ruimte. Julia probeerde iets te bedenken waar ze Jelle mee af kon leiden.

‘Is het lang geleden dat je een vrouw bloot hebt gezien, ’ vroeg ze. Gekke Jelle kon opeens niet meer uit zijn woorden komen en begon te hakkelen: ‘Mag ik naar jou kijken. En aanraken?’ Tim begreep onmiddellijk wat Juul’ s plan was.

‘ Je zult eerst mijn handen moesten losmaken, Jelle, ’ zei Julia.

Gekke Jelle  ging voor haar staan met de rug naar Tim toe en wist niet hoe snel hij de handen van Julia los moet maken.

‘Eerst jouw broek uit,’ commandeerde ze hem met vastberaden stem. Hij bukte zich om zijn schoenen uit te doen en Julia zag dat Tim druk bezig was de touwen om zijn polsen los te krijgen.

Op het moment dat Jelle zijn broek uit had, had Tim zich bevrijd van de touwen om zijn polsen en benen en dook op Jelle. Met een paar flinke klappen sloeg hij Jelle bewusteloos.

‘Pff,’ zei Juul met een zucht van opluchting dat alles voorbij was. ‘Het had niet veel langer moeten duren.’

Tim maakte de touwen om de polsen van Juul los, gaf haar een lange kus en hield haar een tijd in de armen.

Op het moment dat gekke Jelle tekenen gaf dat hij weer bij bewustzijn kwam, pakte Tim het touw en bond het stevig vast om zijn polsen en benen.

Tim pakte zijn mobiele telefoon en belde de politie in Sneek. Na een kwartier kwam de politie en nam Jelle mee voor een eerste verhoor in het plaatselijke politiebureau.

Tim en Julia keken elkaar aan en zeiden beiden op hetzelfde moment: ‘Waar zijn we in terechtgekomen.’

Nadat ze in het centrum van Sneek wat gegeten hadden, reden ze terug naar het oude huis van Pake en Beppe. Ze liepen het hele huis nog eens door en zagen toen pas de donkere vlekken in het vloerkleed. Het was donkerrood, het leek wel bloed dat er al tijden inzat. Ze schrokken toen ze het zagen. Was het echt bloed? Hoe kwam het daar en wanneer was het er in gekomen?

Toen Julia wilde vragen waarom die ene deur op de eerste verdieping op slot zat, pakte Tim Julia bij  de hand en zei: ‘Ik wil jou eerst de oude zeilboot laten zien . De boot moet nog in de schuur hierachter liggen.’ 

Ze liepen de schuur binnen en de boot lag er. Even ging Tim erin zitten. ‘Als we hier komen wonen, ga ik hem in de toekomst in oude glorie herstellen.’  

Ze liepen verder door de schuur. Het viel Tim op dat aan de ene kant van de schuur de tegels er wel leken uitgehaald en er op een amateuristische manier weer waren ingelegd.

‘ Hier is iets vreemds aan de hand. Juul, ik weet het zeker. Pake zou zo de tegels er zeker niet in willen hebben liggen. Je breekt je benen bijna als je erop loopt.’

Terug in de kamer zei Tim: ‘Juul, ik vertrouw het niet. De donkere rode vlekken in het vloerkleed en de manier waarop de tegels in de schuur er in liggen. Ik bel de politie.’

Nog sneller als de eerste keer was de politie ter plekke. Nu met twee auto’s.

Ze bekeken de vlekken in het vloerkleed en liepen de schuur in. Tim en Julia kwamen er vlak achteraan.

Met een schop die in de hoek van de schuur stond, begon één van de agenten onder de tegels te wroeten. Hij begon een gat te graven in de gele grond eronder en stootte toen op iets.

‘Er ligt hier iets hards maar om te weten wat het is zullen we verder moeten graven.’

‘Ruik jij het ook, Tim ?’ vroeg Julia. ‘Het stinkt hier, er hangt een rotte lucht.’ zei ze en ze hield de sjaal voor haar mond en neus.

Opeens kwam haar maag omhoog toen ze een half vergane arm onder het zand vandaan zag komen. Ze rende naar buiten en kotste alles weer uit wat ze een paar uur eerder had gegeten.

Ook de agenten gingen weer naar buiten. Hoe kwam het lijk daar en lagen er nog meer?  Ze deden de schuur weer op slot en spanden er grote linten omheen met ‘ Verboden toegang ’ erop.

De achterdeur werd provisorisch  dicht getimmerd en de hele omgeving van het huis werd afgezet.

Met een blik in de ogen van dat ze nog steeds niet geloofden wat ze gezien hadden, stapten Tim en Julia in de politieauto om op het bureau hun verhaal te kunnen doen.

In de dagen erna gingen de opgravingen in de schuur verder en werden erin totaal drie lijken gevonden. Een man en twee vrouwen. Forensisch onderzoek moest uitwijzen wie de man en de twee vrouwen waren. Ook de vloerbedekking met de vlekken werd langdurig onderzocht.

Jelle, die voor vrijheidsberoving vast gezet werd, werd stevig ondervraagd over hetgeen de politie in huis en in de schuur had aangetroffen, maar liet niets los.

In de maanden erna werd duidelijk wie de slachtoffers waren. De man was een drugsverslaafde uit Sneek die al een tijd niet meer in de stad gezien was en de twee vrouwen hadden jaren in de prostitutie gewerkt. In Leeuwarden.

Gekke Jelle werd opnieuw ondervraagd omdat DNA sporen van hem op de slachtoffers en op het vloerkleed waren aangetroffen.

Na lange verhoren had hij de politie verteld dat hij al lange tijd stemmen in zijn hoofd hoorde.  Van hogerhand had hij opdracht gekregen deze mensen‘ rust’ te geven.

De rechter wilde hem veroordelen tot levenslang, maar de verdediging vond dat hij eerst psychisch onderzocht moest worden. Hiermee ging de rechter akkoord.

Uit het psychische onderzoek kwam dat hij niet toerekeningsvatbaar was en werd gekke Jelle uiteindelijk veroordeeld tot TBS en dwangverpleging.


Feedback voor schrijfactiviteiten

Review voor: "Angstige momenten"

02.05.21
Feedback:
Er zitten een paar erg goed geschreven, spannende stukken in. Maar ook een paar stukken waarvan ik denk: nee. Zoals 'Vergis ik me of is het Tim Albeda die ik daar met zijn gespierde lichaam in het water zie staan'....zo praten mensen niet in mijn beleving. Wellicht zou ze kunnen zeggen: 'Is dat niet dat lekkere ding' of 'die overgetrainde ex van je'. Dan is er het verder best spannende stukje, waarbij ze naar Tim wordt gebracht. Tim zich gebonden en gekneveld. De boef gaat 'bij hun' zitten. Hun is een bezittelijk voornaamwoord, het moet zijn 'hen'. De boef gaat blijkbaar iets buitenshuis doen. Bij het boothuis. Maar het perspectief ligt bij Julia. Dus hoe kunnen we dat weten? Dit werkte verwarrend bij mij. Eindelijk zijn ze vrij. De politie heeft de schurk meegenomen zonder ook maar enig onderzoek te verrichten. Terwijl die Jelle toch duidelijk al enige tijd in de woning aanwezig was geweest. Goed, raar, maar wellicht compleet incompetente politie? Dan is er het mysterie van die dichte kamer. Maar nee, Tim trekt Julia liever mee naar het boothuis om even naar een boot te kijken die hij wil opknappen. En hij gaat er klakkeloos vanuit dat zij daar wil wonen. Gezellig in het huis waar ze net nog doodsangsten uit heeft gestaan. Zij reageert daar niet furieus op? Ze zijn net door een hel gegaan en het is alsof er niets is gebeurd... De politie komt er weer bij. Waarom met twee wagens? Het gevaar was toch al geweken? Het was logischer geweest, ook lekkerder denk ik om te lezen, als de politie of de hoofdpersoon het bloed eerder hadden ontdekt. Ook die kamer op de eerste verdieping is niet opgehelderd, terwijl dat interessanter is dan wat er met Jelle is gebeurd na dit alles. Afijn, ik hoop dat je iets aan mijn recensie hebt. Succes met meer schrijven!
  • Schrijfkwaliteit
    3.0/5
Show more
0 van de 0 lezers vond deze review nuttig