De pijproker

221 Hits.

Schrijfopdracht: Optie 1.

Eerste zin:
De auto stopte vlak naast me bij de rand van het trottoir.
en als laatste zin: 
Ik ritste mijn jas dicht en draaide me om.

De auto stopte vlak naast me bij de rand van het trottoir. Het raampje aan de passagierskant draaide naar beneden en een gezette man boog zich naar de stoep toe. Het leek er even op dat de naden onder zijn rechter oksel zouden gaan scheuren en ik was ook niet helemaal zeker van hoe stevig de knoopjes die de stof rondom zijn buik bij elkaar hielden vastgenaaid zaten. “Pardon, meneer!”, klonk het uit de auto. De bestuurder dacht blijkbaar dat ik hem met de dikke muts op mijn hoofd niet kon verstaan als hij op normaal volume sprak. Ik haalde de pijp uit mijn mond en blies de laatste rook uit. “Kunt u mij vertellen waar het stadhuis is?” De motor ronkte ritmisch door. Mijn hoofd kantelde wat naar links en ik trok mijn mond samen. “Het stadhuis?”, vroeg ik. De man knikte verwoed en instemmend. “Wat moet u daar dan?”, was mijn vervolgvraag. Hij haalde zijn schouders op. “Maakt het uit?” Nu was het mijn beurt om mijn schouders op te halen. “Niet echt.” Het was even stil terwijl we elkaar onderzoekend aankeken. “U bent een pijproker”, merkte hij op. Zijn borstelige wenkbrauwen maakten een sprongetje naar boven bij het woord ‘pijp’. “Ja”, zei ik, terwijl ik nog wat tabak uit mijn jas viste. “Maar kunt u mij vertellen waar het stadhuis is?” Blijkbaar had hij haast. “Dat kan ik zeker.” Een plukje tabak zat inmiddels in de pijp. Terwijl ik hem naar mijn mond bracht, belandde er een stukje tabak in mijn snor. “Welke kant moet ik op?” Hij leek niet te stoppen met vragen stellen. Ik trok mijn jas nog wat steviger om me heen. “Dat ligt eraan, waarom moet u op het stadhuis zijn?” De borstelige wenkbrauwen van de automobilist fronsten. “Maakt dat uit?” Hij viel in de herhaling. “Ja.” De pijp was inmiddels aan en ik lurkte er wat aan. “Burgerzaken zit op een andere plek dan vergunningen. Om zo maar eens wat te noemen.” Er druppelde een klein bolletje zweet over zijn voorhoofd. Een fractie van een seconde later werd het bolletje vergezeld door honderden soortgenoten. Op dit tempo zou de blousenaad onder zijn rechter oksel niet alleen op knappen staan maar straks ook doorweekt zijn. “Meneer, ik wil gewoon weten welke richting ik op moet rijden.” Zijn ademhaling werd hoger, net als zijn stem. Ik stond op en deed twee passen in de richting van de auto, boog naar voren en leunde met mijn linker ellenboog op het open venster. “We zijn een kleine gemeenschap hier, meneer”, probeerde ik hem uit te leggen. “Het zou prettig zijn als u gewoon even meldt wat u hier komt doen. Vreemdelingen, daar zijn we hier niet zo gek op.” Er kwam nu een briesend geluid uit zijn neus, die daarbij een beetje begon te trillen. “Wijst u me nou maar gewoon de weg.” Ik haalde mijn schouders op. “Oké.” Met de auto richting het stadhuis, daar moest ik even over nadenken. “Rechtdoor, links, nogmaals links, rechts en dan nog even rechtdoor.” De man staarde even naar zijn dashboard, ineens viel het me op dat het ronkende geluid van de motor was gestopt. “Shit”, riep hij. “Shit, shit, shit.” Mogelijk was zijn tank leeg, de auto oververhit of was er een ander probleem. Ik stond op en stopte mijn pijp nog een keer. “Nou, tot ziens!” Ik ritste mijn jas dicht en draaide me om.

Alleen Plusleden kunnen een eigen artikel aanpassen na publicatie. KLIK HIER om alle voordelen van een pluslidmaatschap te bekijken.

De auteur van dit artikel J. S. Heidermann:

Als een auteur geen behoefte heeft aan feedback verschijnt er geen mogelijkheid voor reacties.

Ook jouw mening is hier welkom!

Reacties:

Meer van deze auteur: