1 post
  • images/deelname/sprookjeklein.jpg
    Sprookjes behoren tot een oude orale traditie en bevatten vaak een zedenles of diepere wijsheid. Het woord sprookje is afgeleid van het middeleeuwse 'sproke', dat verhaal of vertelling betekent. Als ongeschreven vertelling richtte een sproke zich tot ongeletterde volwassenen. De bekende sprookjes kennen we natuurlijk allemaal maar we lezen/horen ook graag verhalen die zelf verzonnen zijn. In deze schrijfactiviteit bieden we de mogelijkheid om zelf verzonnen sprookjes of een fabel toe te voegen. Gewoon om lekker voor te lezen voor kinderen of wie ze ook maar horen wil.
    Maximaal 1000 woorden.
    36 gepubliceerde inzendingen
  • Sprookjes
    Ook jouw artikel is welkom! Inzenden van een verhaal/gedicht is mogelijk door eerst in te loggen. Registreren is gratis! Alleen door eerst in te loggen en op de knop hieronder te klikken kom je op een pagina waar je de schrijfactiviteit kunt selecteren waar je aan mee wilt doen. Op die pagina kun je ook de titel en tekst voor je artikel toevoegen. Lees vooraf de voorwaarden. Let op: Na inzending is wijziging van je tekst niet meer mogelijk (m.u.v. Plusleden)
    Je artikel is, na inzending, vrijwel direct te zien in de betreffende schrijfactiviteit en bij je profiel. We publiceren een artikel minimaal een jaar (plusleden langer!), daarna verwijderen we het artikel en de commentaren, etc. automatisch.
  • De publicatievoorwaarden

    • Inzendingen dienen te voldoen aan de voorwaarden zoals aangegeven bij de betreffende schrijfactiviteit, Nederlandstalig en van voldoende kwaliteit (grammaticaal en inhoudelijk) te zijn. We accepteren geen afbeeldingen van een tekst, maar alleen de daadwerkelijke tekst!
    • Agressieve, onwettelijke, lasterlijke, racistische, misleidende of anderszins ongepaste of irrelevante bijdragen, naar interpretatie van de redactie, zijn niet toegestaan. De redactie behoudt zich het recht voor om inzendingen, zonder opgave van redenen, niet te publiceren, resp. te verwijderen.
    • De auteursrechten van een inzending blijven te allen tijde bij de inzender. Schrijverspunt brengt geen wijzigingen aan in de tekst.
    • Inzenders mogen geen door rechten beschermde teksten of afbeeldingen plaatsen.
    • Het plaatsen van persoonlijke informatie zonder toestemming van de redactie (zoals e-mailadressen, website en/of telefoonnummers) is niet toegestaan evenals teksten, advertenties en links van promotionele dan wel commerciële aard.
    • De redactie is niet aansprakelijk voor de gevolgen, juridisch of in andere zin, van de activiteiten van leden op Schrijverspunt, noch in Nederland, noch daarbuiten. De inzender blijft als enige verantwoordelijk en aansprakelijk voor de inhoud van zijn/haar bericht(en).
    • Bij inzending hanteert Schrijverspunt de actuele privacyregels. Onze privacyverklaring is onderaan op elke pagina te vinden.
    • We publiceren een inzending in principe een jaar lang op onze website. Voor plusleden is die periode langer.
    • Door het insturen van je schrijfactiviteit stem je in met deze voorwaarden.

     

Jaap en het gras

Publicatie op: 16-07-21

'Ik ontvang graag feedback'

Als een auteur geen behoefte heeft aan feedback verschijnt er geen mogelijkheid voor reacties.

Jaap en het gras

104 Hits.

Dit is het ongelooflijke verhaal van Jaap. Jaap groeide alleen op met zijn strenge vader in een dorpje aan een meanderend riviertje. Zijn moeder was reeds vroeg overleden na de complicaties van hooikoorts. Nooit zouden haar pianoklanken meer door het huis waaieren. Maar Jaap nam het stokje over, totdat zijn strenge vader Jaap bij de gedisciplineerde meneer Korf op pianoles deed, en Jaap het plezier in het spelen kwijtraakte. 

Jaap en zijn vader woonden in een huis met een voor-en achtertuin bestaande uit gras. Van vader mocht Jaap nooit ‘gras’ zeggen: het was ‘gazon’. Geen enkele grasspriet stak boven het maaiveld uit: ze leken even lang, tot op de millimeter. Op een dag was het warm en drukkend en Jaap besloot om op zijn rug op het gazon te gaan liggen. Hij sloot zijn ogen en als vanzelf kwam nocturne no 9 van Chopin in zijn hoofd. Hij dreef weg op de klanken in een tijd dat de walkman nog niet was uitgevonden. Hij kende de muziek noot voor noot, iedere lengte, iedere crescendo en decrescendo. Maar het duurde niet lang eer zijn gedroomde muziek ruw verstoord werd door zijn vader die hem bij zijn oor greep. ‘Hoe vaak heb ik niet gezegd: niet-op-het-gazon-komen-hardleerse-vlegel??’ Vader sleepte Jaap mee via het tuinpad naar een groot veld voor hun huis. ‘Dáár is gras. Dáár kan je liggen!’ Het gras was echter hoog, en mieren kriebelden op Jaaps benen. En vlakbij rook hij een hondendrol. De muziek van Chopin kwam ook niet meer terug. In plaats daarvan hoorde Jaap van verschillende kanten een zwaar gedreun. Magere mannen met vurige ogen in gezichten van bruinverbrand perkament  reden op volle snelheid met hun maaiers door het gras waarbij er uit de zijkanten groene stralen werden gespuwd, af en toe vergezeld van een kledder lichtbruine  Bonzo-stront. Jaap zag van alle kanten de kinderen uit de buurt aan komen rennen, juichend om wat komen ging. De mannen deden geen moeite om de kinderen te ontwijken. Woest stuurden ze hun grasvretende machines in concentrische cirkels, gillende jongetjes en meisjes in alle soorten en maten voor zich uitjagend. Toen het kortwieken klaar was, reden de werkers -met in hun ingevallen smoelwerken een sjaggie- de maaiers op een dieplader. Nu was het grasveld voor de kinderen. Ze rolden het gras in balen alsof het sneeuw was, om ze later tot hutten te boetseren. 

‘Doe je mee?’ riep een jongen die Menno heette naar Jaap. 

Net toen Jaap aanstalten maakte om Menno te helpen met het voortduwen van een grasbaal kwam de Klos eraan. Iedereen bevroor toen de oude man zijn fiets met van roest brullende trommelremmen tot stilstand bracht, zijn been over de stang zwaaide en de fiets op de standaard zette. Smoorde de drukkende hitte alle geluiden of was alles wat geluid kon maken gevlucht voor de Klos? In spanning wachtten de huttenbouwers af wat er ging komen. Met zijn sigaarstompje middenin zijn mond keek de oude man vanonder zijn ruiten hoedje keurend in het rond. Daar liep de Klos met zijn manke been naar één van de hutten van waaruit een aanzwellend gejammer opsteeg. Als een menselijke dragline sloopte hij in een mum van tijd de bijna perfect ronde wanden en propte het gras in zijn fietstassen. De kinderen scholden en maakten trappende schijnbewegingen waarbij ze goed opletten de Klos op een haar na te missen. De man trapte terug, waarbij hij zijn best deed de kleinste kinderen goed hard te raken terwijl hij  verwensingen uitte in een onverstaanbaar oud-Bataafs dialect. Op de ouderwetse manier-met één voet steppend en met de andere voet op het pedaal- verliet de bruut het slagveld in groene wolken gras, bekogeld door de woedende kindermenigte. Menno was groot en sterk, en het was hij die voorstelde de Klos te volgen. De woede om het onrecht drong de angst voor de oude kwelgeest op de achtergrond en alle oudere kinderen bestegen hun fiets. Ze maanden de jonge kinderen te blijven en op de overgebleven hutten te passen. Jaap bleef twijfelend staan maar toen hij door Menno werd gewenkt haalde hij snel zijn fiets uit de schuur, sprong erop en stond op zijn pedalen om aansluiting te vinden bij de groep achtervolgers. Ze waren met zijn tienen, sterk genoeg om de oude een lesje te leren. Jaap en zijn buurtgenoten zagen dat de man, zijn fietstassen bol van de roofwaar, de dijk op fietste. Al vrij snel stapte de Klos af, bij het kleine witte kerkje dat zich aan de rand van een boomgaard bevond. 

‘Hij gaat naar de kerk,’ zei Menno.

Maar Jaap wist wel beter. Want aan het kerkenpad lag een voormalig kostershuisje, bewoond door een vrouw die door de dorpelingen Eucalypta werd genoemd. Je kon het haast niet zien omdat het tussen de appelbomen verscholen lag. Ook een tweeling in de kinderschare wist kennelijk van het huisje. 

‘Daar woont een heks!’ riepen ze. ‘Als wij ter kerke gaan, danst ze in de bongerd. Je kan haar blote bollen zien. Ze doet het met de duvel!’

‘Ik ken haar van het dorp! riep Menno. ‘Ze loopt in zigeunerjurken. En ze rijdt in een Eend. Als haar dakje openstaat, gooien we er altijd rotzooi in!’

‘Heksen bestaan niet,’ zei Jaap.

Maar de groep leek Jaap niet te horen.

‘Ten aanval!’ riepen ze. ‘Dood aan de Klos! Dood aan Eucalypta!’

Ondanks dat de lucht nu van lichtgrijs in donkergrijs veranderde leek het warmer dan ooit. 

‘Ik heb pianoles,’ zei Jaap, terwijl hij wist dat niemand meer luisterde. Terug fietsend had Jaap het gevoel dat de warme lucht in stroop was veranderd. Hij keek naar de steeds donker wordende lucht die nu bezaaid leek met in inkt gedoopte watten.

Toen Jaap door de Willemstraat reed waar de pianoleraar woonde gebeurde het. Het leek op het geluid van een straaljager. Voor zijn neus werd de luxe goudkleurige Austin Princess van zijn docent opgetild als een dinky-toy. Een zwarte slurf die uit een wolk gekomen was zocht zijn weg door de wijk, snuffelend aan daken die in aardewerken golven in de wolken verdwenen. Prefab huizen verloren hun voor -en achtergevels van hout en glas, waarna er alleen maar betonnen wandjes overbleven bekleed met bloemetjesbehang, als een reusachtig dominospel. Ook de Simca’s, NSU’s, Dafs en Datsuns van de andere bewoners trof hetzelfde lot als de auto van de pianoleraar. Er vielen tien doden. Negen werden nooit meer teruggevonden. De pianoleraar wel. Hij kreeg zijn eigen auto op zijn hoofd toen hij op de wc zat met een pollaroidfoto van één van zijn leerlingen in zijn hand.

 

Jaap werd ouder en ouder, totdat hij was veranderd van een dromerige jongen met blonde krullen in een gezette kalende man met aan de zijkant van zijn hoofd een krans van grijs wattig haar. Hij was in het dorpje blijven wonen en ging iedere dag om half zeven naar zijn werk, gekleed in een oranje jas in een wit bestelautootje van het kadaster. De autoradio stond steevast op Radio 4 afgestemd, en als Chopins nocturne te horen was zette Jaap de auto altijd aan de kant. Dan stopte hij met alles om mee te kunnen neuriën, de tranen in zijn ogen. Jaap had vandaag een bijzondere klus in zijn eigen dorp. Het terrein van het oude witte kerkje -reeds lang verlaten- moest in kaart worden gebracht. De zojuist gepromoveerde voetbalvereniging wilde op die plek een vierde veld aanleggen. Jaap wist wat hem te doen stond: contact zoeken met de bewoonster van het kostershuisje. Het vreemde was alleen dat het huisje overwoekerd was door braamstruiken. Alleen de schoorsteen en een ouderwetse tv antenne staken boven de gemene stekels uit. Jaap pakte vanuit de laadruimte van zijn bestelauto een bosmaaier, en deed dikke werkhandschoenen aan. De bosmaaier gilde en jankte toen hij het gevecht met de doornen aanging. Soms leek het net alsof de takken terugvochten als ze lossprongen onder de halen van de machine. Eindelijk bereikte Jaap de voordeur van het huisje, eens zo groen als gras, maar nu grauw en afgebladderd. Jaap legde de bosmaaier tussen de gevelde braam. Hij voelde zich verstijven. Maar hij was van het kadaster, en de mensen van het kadaster maken zich de pis niet lauw. Boze boeren, valse honden, Jaap had al veel meegemaakt. Hij wist zich te vermannen. De deur gaf mee toen Jaap er tegenaan duwde. In het huisje was het schemerig, maar gaten in het dak deden lichtstralen naar binnen vallen. De woekerplanten hadden zelfs kans gezien het huis binnen te komen. Ze kronkelden om schemerlampen, ze groeiden uit een grote vleugelpiano.  De vloer van de woonkamer leek uit mos te bestaan en was bezaaid met langspeelplaten en boeken waarvan de kaften waren omgekruld. En overal stonden flessen: in de vensterbanken, op boekenplanken, op grote luidsprekers waar de speakers los uit de uitsparingen hingen. Een Persisch tapijt was de woning van tientallen muizen geworden die piepend een heenkomen zochten toen Jaap een stap deed. En daar, midden in de door de natuur overgenomen kamer, in een scheefgezakte schommelstoel, zat Eucalypta, beter gezegd, wat er over was van Eucalypta. Haar lichaam deed Jaap denken aan een mummie waar de zwachtels van waren verwijderd. Niet alleen aan een deel van haar gebatikte jurk kon Jaap zien dat het de vrouw was. Ook haar lange haren, eens vuurrood, nu wit, leken na haar dood doorgegroeid. Jaap voelde zich opmerkelijk rustig: niet misselijk, niet angstig. Hij keek naar de twee zwarte spleten waar eens haar ogen zaten. Naar de grimas onder de gaten die er van haar neus over waren gebleven. Zou hij nog iets zeggen? Maar wat dan? Ook al was hij een volwassen man en zij een verschrompeld lijk, toch voelde hij zich in haar aanwezigheid weer een dromerig kind met blonde krullen. Haar pianolessen, speels en vrolijk. Nooit werd ze boos als hij niet geoefend had. Ze gaf hem priklimonade, zomaar door de week. Hj dacht aan de manier hoe ze over zijn bol streek. Hoe ze naar hem luisterde en hem kon troosten. En hoe hij tot zijn verbazing wenste dat zíj zijn moeder was. Vooral als ze Chopin voor hem speelde. Zijn ogen vulden zich met tranen.

‘Tante Yoni….ik wilde niet van les af….Vader haalde mij van les af, om me bij meneer Krol op les te doen…Lieve tante Yoni….’ 

En toen zakte hij door de vloer. 

Jaap wist aanvankelijk niet hoe lang hij op zijn rug gelegen had. Met de zaklantaarn van zijn telefoon bescheen hij de ruimte. Was het een kelder? Het leek meer op een catacombe. Even verschoot Jaap van pijn toen hij opstond. De gewelven liepen een flink eind door.

‘Helemaal tot onder het kerkje,’ mompelde Jaap verbaasd.

Toen hij volgens zijn schatting onder het kerkje was, bevond Jaap zich in een ronde ruimte. Middenin de ruimte stond een stenen rustplaats. Jaap bescheen de steen. ‘Zweer de Klos’ stond erin gebeiteld. ‘Mijn trouwe dienaar. 1799-1880.’

Jaaps lichtbundel bewoog heen en weer onder zijn trillende hand, toen hij de gedaantes zag aan de rand van de crypte. Negen gedaantes, negen kinderen. Kunstig geknoopt uit stro.

 

Ook jouw mening is hier welkom!

Reacties:

18.07.21
Feedback:
Wat een prachtig geschreven verhaal.
  • Waardering
    100%
Show more
0 van de 0 lezers vond deze review nuttig

Meer van deze auteur:

Titel:Hits:Waardering:Link:
Kinderachtig
201
Lezen?
Column
Statler en Waldorf
186
Lezen?
55 woordenverhaal
Zaterdagmorgen
168
Lezen?