Voor schrijvers, door schrijvers
57 inzendingen in deze rubriek

Ook jouw tekstbijdrage is welkom en meedoen is gratis.

Volksverhalen

Sprookjes behoren tot een oude orale traditie en bevatten vaak een zedenles of diepere wijsheid. Het woord sprookje is afgeleid van het middeleeuwse 'sproke', dat verhaal of vertelling betekent. Als ongeschreven vertelling richtte een sproke zich tot ongeletterde volwassenen.

De bekende sprookjes kennen we natuurlijk allemaal maar we lezen/horen ook graag verhalen die zelf verzonnen zijn. In deze rubriek bieden we de mogelijkheid om zelf verzonnen sprookjes of een fabel toe te voegen. Gewoon om lekker voor te lezen voor kinderen of wie ze ook maar horen wil.

Klik hier
Eerst inloggen of (gratis) aanmelden s.v.p. om je artikel in te zenden.
(klik op de button om in te loggen of je aan te melden)

427 Hits

Publicatie op:
Of hoe de duivel een kerk spaarde
IMG7159In Lübeck (Noord-Duitsland) ligt in de schaduw van de 'Marienkirche' een wel vijf meter lang rotsblok, dat ruw in de vorm van een balk  werd uitgehouwen. Je zou hem daar niet verwachten, maar uitgerekend op dat rotsblok zit parmantig een duivel, die elke passant vriendelijk toelacht. Laat ik hem maar Lucifer noemen, want dat is de enige uit de rij gevallen engelen, wiens naam ik mij herinner. Welnu, alles wat ik ooit over de duivel heb geleerd, werd daar bij mijn ontmoeting met Lucifer tegengesproken. Is het omdat hij nog iets van zijn voorbije engelenbestaan in zich heeft? Hij zit daar zo sympathiek voor zich uit te kijken, met zo een brede glimlach op het gelaat, dat geen mens daar een boosaardig wezen kan in herkennen. Van achter zijn heup komt zijn lange staart naar voren geslingerd om over zijn dij tot net boven zijn voet op een harige punt uit te lopen. Zijn linker been knoopt niet aan met een mensenvoet, maar met de hoef van een bokkenpoot. Maar zelfs dat doet me in deze figuur niet de verpersoonlijking van het kwaad zien. Want nogmaals, dat duiveltje zit daar zo vredevol met pientere oogjes te genieten van de belangstelling die hij krijgt, dat ik best wel zijn maatje zou kunnen worden.

Nu ik de tekst gelezen heb, die op een plakkaat tegen de muur van de kerk enige toelichting geeft bij zijn verschijning daar, begrijp ik de tevredenheid die hij uitstraalt. Hij heeft inderdaad alle redenen om zich goed te voelen in zijn vel, en hij laat dat dan ook graag aan iedereen zien. Luister naar wat de Lübeckenaren over hem vertellen.

Als eeuwen geleden met de bouw van de kerk begonnen werd, kwam Lucifer daar voorbij, en vroeg aan de bouwarbeiders wat ze voor hadden. De arbeiders herkenden natuurlijk de duivel, en om hem niet te ergeren logen ze hem voor dat het gebouw dat ze gingen oprichten, een taverne moest worden. Oh, een taverne! Dat beviel de duivel wel, want hij wist maar al te goed welk oord van verderf zulk etablissement vaak was. Zoveel zielen waren langs die weg al in de hel terechtgekomen. Met plezier mengde hij zich daarom tussen de metselaars, en hielp hen om zo snel mogelijk met de bouw klaar te komen. Doch gaandeweg leek het bouwwerk hem toch vreemde vormen aan te nemen, waarin hij nog moeilijk de gestalte van een taverne kon ontwaren. Zijn scepsis werd op de duur zo groot, dat hij zijn twijfels aangaande de goede bedoelingen van de bouwarbeiders niet langer kon onderdrukken. Geprikkeld vroeg hij hen wat het gebouw nu eigenlijk wel zou worden. De metselaars beseften dat ze de waarheid niet eindeloos verborgen konden houden. Ze bekenden dat ze gelogen hadden, en dat ze met de bouw van een kerk bezig waren in plaats van een taverne. De duivel, woest van colère, zinde op wraak. Neen, hem zo bedriegen, en dan nog met de bouw van een kerk? Dat kon geenszins door de beugel. In toorn ontstoken spoedde hij zich op weg, op zoek naar het grootst mogelijke rotsblok dat hij in de omtrek kon vinden. Daarmee zou hij de muren die er al stonden met de grond gelijk maken.

Toen Lucifer met het gevaarte bij de kerk aankwam, begreep een gezel meteen wat de duivel zinnens was, en riep hem toe: 'Laat toch alles staan wat staat, Heer Duivel. We zullen naast de kerk een taverne voor u bouwen.' Dat leek Lucifer ook geen slechte idee te zijn, en hij liet het rotsblok dan maar vallen naast de kerk. Daar is het als een reusachtige, stenen balk tot op de dag van vandaag blijven liggen, en op die balk zit Lucifer nu dag en nacht tevreden voor zich uit te kijken. Want de metselaars hebben woord gehouden. Als ze met de bouw van de kerk klaar waren, hebben ze vlak daartegenover de wijnkelder van het stadhuis gebouwd. Die is eveneens tot op de dag vandaag volop in bedrijf gebleven. Maar of de bezoekers ervan ook werkelijk zo makkelijk langs daar het hellend vlak  naar de hel af glijden? Via de Markt kon ik zelf eens gaan gluren in die wijnkelder. Gezellig was het er wel, doch wanneer ik naderhand de bordjes naar de uitgang weer volgde, kwam ik doodeenvoudig weer op het marktplein uit. Gelukkig ligt die uitgang buiten het zicht van Lucifer, en moest hij dus niet zien hoe opgelucht ik wel was. Nee, dié ontgoocheling wilde ik dat sympathieke duiveltje niet aandoen.


Feedback voor schrijfactiviteiten

Review voor: "Of hoe de duivel een kerk spaarde"

27.07.20
Feedback schrijfkwaliteit
Prachtig!
  • Tevredenheid over de schrijfkwaliteit
    80%
Show more
0 van de 0 lezers vond deze review nuttig

Ook graag je review voor een van de oudere inzendingen...

  • De drie Webbetiers (312) Martin Reekers 22-04-2020

    Er was eens, niet zo lang geleden, een land waar de mensen leden aan een vreselijke virale ziekte, zonder dat zelf in de gaten te hebben. De koning van het land had samen met zijn concubine de heks...

    Lees meer: De drie Webbetiers