Skip to main content

Ontvangen inzendingen

Culturele Toekomst

  • Afra Smit
Twee traptreden te gelijk nemend ren ik het perron op, de rolkoffer onhandig omhoog houdend zodat deze niet tegen de betonnen treden kapot zou botsen. Ik heb net iets harder moeten fietsen om de trein te kunnen redden, maar het is me gelukt.
Zoals altijd beland ik buiten adem in een bomvolle trein, maar een vriendelijke vrouw maakt plaats voor me wanneer ze mijn rood aangelopen gezicht ziet en de conditie waarin ik me bevind.
Onderuitgezakt probeer ik de lucht in mijn buik rond te laten circuleren. Als vanzelf leg ik mijn handen op mijn buik en neem ik een momentje voor mezelf.
Het is maar een kort stukje van Haarlem naar Amsterdam, waar mijn vriendin me komt vergezellen op het langere stuk naar Zutphen.
Wanneer ik mijn adem onder controle heb bekijk ik de mensen om me heen. Naast me zit een man, zichzelf af te zonderen middels een koptelefoon en zijn zicht naar buiten gericht. Aan de andere kant van het gangpad een familie, toeristen, aan hun koffers en Arabische gewaden te zien. Tegenover me zit een jonge man naar mijn buik te staren.
‘Het is al mijn tweede,’ zeg ik met een stralende lach die elke moeder heeft die een meer dan welkom kindje verwacht.
‘Gefeliciteerd, komt het al bijna?’
Ik moet lachen, want ondanks mijn smalle figuur heb ik al een rond buikje. ‘Nee, ik zit net in mijn tweede trimester, dus dat betekent dat ik ongeveer op de helft ben.’ Automatisch aai ik over het bolletje. ‘Heb jij kinderen?’
Hij schudt zijn hoofd. ‘Nee, maar dat zal niet lang meer duren.’ Een knipoog komt mijn kant op. ‘Ga je op vakantie?’
Zijn blik is op mijn koffer gevallen en ik trek deze wat dichter naar me toe. ‘Weekendje weg. We blijven in Nederland.’
‘Niet op weg naar Schiphol dus?’
Ik schudt mijn hoofd. ‘Jij wel?’
Een peins trekt over zijn gezicht. ‘Nee, al zou ik dat wel graag willen. Ik kom uit Marokko, we gaan meestal met de auto. Heel cliché.’
Ik haal mijn schouders op. ‘Ieder zijn ding.’
Het Arabische gezin naast me begint onrustig te bewegen en blijkbaar zijn ze nerveus over de reis. De jonge man zegt iets in het Arabisch tegen ze en de rust strijkt duidelijk op ze neer.
‘Ze wisten niet meer waar ze over moesten stappen.’ Hij wenkt met zijn hoofd hun kant op.
‘Hoe is Marokko?’ vraag ik.
‘Voor mij voelt het als thuiskomen,’ een dromerige blik trekt over zijn gezicht, ‘Maar voor jou zal het vast anders zijn.’
‘Ik ben er nog nooit geweest. Wel in andere Arabische landen, Tunesië, Egypte en Jordanië, maar zou ik het daarmee kunnen vergelijken? Deze landen verschillen al zoveel van elkaar.’
‘Deels wel, maar de cultuur is anders. Het ligt er ook aan waar je heen gaat. Zolang je vriendelijk bent tegen de mensen, zijn ze vriendelijk tegen jou en enorm gastvrij.
‘Dus de moeite waard om een keer naartoe te gaan.’
‘Zeker wel.’
Ooit heb ik op het punt gestaan om een weekje naar Marokko te gaan, maar uiteindelijk hebben we een andere bestemming gekozen. Neemt niet weg, dat ik Marrakesh of Casablanca graag een keer wil bewonderen.
‘Ga je wel eens naar andere landen?’
Reizen heeft me altijd geïnteresseerd. Nieuwe plaatsen en culturen ontmoeten. Zelfs nu ik kinderen heb wil ik dit blijven doen.
‘Heel af en toe, maar mijn familie verwacht dat ik naar Marokko ga en dat is vaak voor een paar weken.’ Aan zijn uitstraling is te zien dat hij dit geen probleem vind en het ook niet mist. ‘En jij?’
O jee, hier kom ik, als reiziger heb ik al veel landen gezien en dan ook echt goed gezien. Een stad bezoeken noem ik niet een land bezoeken. ‘Veel,’ zeg ik met een enthousiaste lach op mijn gezicht. ‘Ik hou van reizen. Andere mensen ontmoeten, hun tradities en gewoonten zien. Mensen zijn enthousiast wanneer ze over hun land mogen vertellen en het is ook erg interessant om hun verhalen te horen.’
Wanneer ik heb vertel over de landen waar ik ben geweest klinkt hij geïnteresseerd, maar ik krijg niet de indruk dat hij dit zelf ook zou willen meemaken.
Wanneer het gesprek stil valt sluit ik mijn ogen en luister ik naar het geluid van de trein. Het gedreun geeft rust, net als de turbulentie van een vliegtuig of het rijden in een auto kan ik er heerlijk op ontspannen. Automatisch strijken mijn handen over mijn buik terwijl ik met mijn benen mijn koffer vastklem.
Mijn ogen schrikken open zodra ik harde muziek waarneem. Het is de jonge man waarmee ik net zo’n leuk gesprek had. Op een volume van 10 of hoger klinkt er muziek uit zijn telefoon die hij voor zich houdt.
Voorzichtig buig ik naar voren en vraag ik hem om oordopjes in te doen vanwege het volume.
‘Vind je het niet mooi,’ zegt hij bot met een donkerte in zijn ogen die me angstig maakt, ‘Racist dat je er bent, Arabische muziek is niet goed genoeg voor je.’
Ik weet niet wat ik hoor, zijn toon en zijn insinuatie is zo gemeen. Ik krijg er een koude rilling van in mijn lichaam en ik klem mijn armen automatisch dichter om mijn buik.
‘Het gaat me niet om de soort muziek, maar om het volume, je zit in een trein met andere mensen, dan kun je het niet zo hard aanzetten,’ probeer ik de jongen vriendelijk uit te leggen.
‘Je bent gewoon een gore racist. Als het Jan Smit was geweest dan had je het geen enkel probleem gevonden, maar nu ik, met mijn donkere huid Arabische muziek speel is het niet goed.’
Geschrokken kijk ik om me heen, maar voel me alleen wanneer ik niemand mijn kant op zie kijken. Heeft niemand het door of wil niemand doorhebben wat zich hier afspeelt. Van het gezin naast me moet ik het niet hebben, zij zijn alleen maar op vakantie en hij heeft ze al voor zich gewonnen. De man naast me kijkt nog steeds uit het raam en wat de rest in de coupe doet kan ik niet zien.
In een seconde bedenk ik me wat ik kan doen aan deze wending, de jongen waar ik zo net nog open over culturen mee heb gesproken ziet nu alleen nog maar een waarheid die hij zelf verzonnen heeft. Het doet pijn om in een hokje gestopt te worden waar je helemaal niet in hoort en bij de aanblik van zijn bijna zwarte ogen krijg ik het benauwde gevoel dat dit in een keer een akelige omslag zou kunnen maken.
Gelukkig ken ik het traject en weet ik dat we nu elk moment het station binnen kunnen rijden. Ik moet hier snel vandaan, weg van deze jongen voordat hij me iets aandoet.
Ik sta rustig op, pak mijn jas en mijn tas en rij mijn koffer richting de trap. Voordat de treindeuren open gaan leg ik mijn hand op mijn buik en bedenk me dat als dit de toekomst, het land en het thuis is waar ik mijn kind wil laten opgroeien dan is er nog een lange weg te gaan.
 
  • Hits: 35