Skip to main content

Ontvangen inzendingen

Verblijven boven wonen

  • Cindy Tenbült

Met mijn ogen gesloten liggend op mijn bed ga ik in gedachten terug naar de pijnlijke woorden eerder deze middag. “Bij ons in de familie hoor je je gewoon aan onze regels te houden, er zijn geen uitzonderingen voor jou”. Deze woorden kwamen uit de mond van mijn pleegmoeder Mia, bij wie ik inmiddels twee jaar woon. Deze zin maakte mij woedend. Nu ben ik verdrietig en blijf ik maar nadenken over wat het woord familie eigenlijk precies betekent..

Heb ik eigenlijk wel een familie? Mijn biologische ouders hebben mij op jonge leeftijd in de steek gelaten en daarna ben ik van pleeggezin naar pleeggezin gegaan. Mijn ouders heb ik nooit meer gezien en mijn broertje Ralf zie ik helaas ook niet meer. Bij het eerste pleeggezin, bij Frank en Saskia, hebben we zo’n 7 jaar samen gewoond. Toen ik een “lastige jongen” werd, ben ik uit huis geplaatst. Ralf bleef. Vanaf dat moment staat de jeugdzorg geregeld op de stoep. Ik word op en neer geschoten van het ene naar het andere gezin, net als een tennisbal die op en neer stuitert in het veld om vervolgens weer te worden weggeslagen.

Ik ben boos op Mia, ook al bedoelt ze het goed. Ze doet haar best, dat zie ik. Maar ik ben nu eenmaal een lastige jongen. Dat is me al van jongs af aan gezegd door mijn verschillende pleegouders en ook op school. Op een gegeven moment ga je daar zelf ook in geloven. Het is niet de vraag of, maar wanneer ik weer weggestuurd word en daarmee Mia de volgende is die mij verlaat. Vast als ik weer in aanraking ben gekomen met de politie. Ieder pleeggezin begint met goede moed, maar het moment van afgestoten worden is een kwestie van tijd. Ik heb al te veel pijn gehad en dat gaat me nu niet meer gebeuren. Ik weiger het om nog een keer zo verdrietig te zijn. Daar heb ik al te veel jaren mee weggegooid. Tijd en energie steken in het opbouwen van een band doe ik niet meer. Ik denk dat Mia daarom ook zo boos is op mij, omdat ik nooit vertel hoe het met mij gaat. Ze heeft nog niet gezegd dat ik weer weg moet, maar misschien heeft ze hier al wel aan gedacht. Misschien heeft ze de dag van vertrek al in haar agenda omcirkeld. Ze heeft me naar huiswerkbegeleiding gestuurd omdat ik lage punten haal op school. Toen ik aangaf dat daar niet naartoe wil omdat ik daar geen zin in heb, sprak ze de “bij ons in de familie” woorden uit. Daar werd ik boos om, omdat het woord “familie” mij verward. Ik zie mijn leeftijdsgenoten hele andere dingen meemaken met hun familie dan wat ik allemaal heb meegemaakt. Zij worden ouder, samen met hun broertjes, zusjes en ouders. Zij hebben elkaar en een plek die zij “thuis” noemen. Zelf weet ik niet eens wie ik ben en waar ik goed in ben. Ook heb ik nooit een vaste plek gehad die ik “thuis” noemde, ondanks dat ik destijds bij Frank en Saskia in een grote villa met zwembad verbleef. Het woord verblijven past beter bij mijn situatie dan het woord wonen.

Wat de toekomst mij gaat brengen is een vraag, en om eerlijk te zijn weet ik zelf ook niet wat ik wil in de toekomst. Ik heb geen familie en ook niet echt vrienden. Het leek mij het handigst om na al het verdriet niemand meer te vertrouwen behalve mezelf. Mezelf laat ik nooit in de steek. Gelukkig is juf Carla heel lief voor mij. Na schooltijd drinken we met zijn tweeën heel veel thee in de klas. Ze is geïnteresseerd in hoe het met mij gaat. Ze staat altijd voor me klaar en stelt veel vragen. Haar vertrouw ik en ik vertel haar alles, zelfs als ze geen vragen stelt. Juf Carla zegt dat ze ook alleen is en daarom heeft ze geen haast om naar huis te gaan. Het is fijn om bij haar te zijn. Doordat we in dezelfde situatie zitten, begrijpen we elkaar goed. Ik hoop dat ik ooit bij haar mag komen wonen, ook al is die kans waarschijnlijk heel klein..

Wat familie dan ook precies mag zijn, voor mij komt juf Carla het dichtst bij familie, iemand bij wie ik graag wil zijn.

 
  • Hits: 26